‘Hier gebeurt niets’, te zien op het Amsterdam Fringe Festival, is het debuut van theatermaker Sam Verhaeren. Het gedrag van zijn personages gaat van onschuldig tot extreem gewelddadig. Hoe verkeerd ook, Verhaeren snapt wat er in die jongeren omgaat.
In een repetitiestudio van het Bossche cultuurcentrum Pand 18 ligt het personage ‘De Een’ (Sam Verhaeren) op de zwarte balletvloer naar adem te happen. ‘De Ander’ (Kim Zeevalk) giet het ene na het andere blikje bier over zijn gezicht. Zijn blauwe T-shirt plakt aan zijn lichaam, zijn haar is doorweekt. Hij proest en boert. Vier blikjes zijn al over hem heen gegaan; het vijfde volgt.
Deze geweldsexplosie is het slot van de eerste zelfgeschreven voorstelling van theatermaker Sam Verhaeren. In Hier gebeurt niets lijkt aanvankelijk inderdaad niet veel te gebeuren. De twee personages vervelen zich, fietsen eindeloos rondjes, staren in de verte en spugen in elkaars gezicht. Maar De Een en De Ander willen meer. Het verlangen naar ‘iets’ wordt groter en groter, zelfs zo groot dat het opzoeken van gevaar onvermijdelijk wordt.
In zijn debuutvoorstelling onderzoekt Verhaeren wat er kan gebeuren als verveling en uitzichtloosheid omslaan in een verlangen naar gevaar en geweld. ‘Met mijn voorstelling probeer ik de kijker mee te nemen in dat verlangen, om meer begrip te creëren voor de wanhoop en frustratie die erachter schuilgaan. Als je niet weet wat je wil, geen perspectief ziet en nergens echt aansluiting vindt, kan het leven uitzichtloos voelen’, zegt Verhaeren. ‘Misschien ontstaat dan juist de behoefte om iets te doen waarin je wél een keuze hebt.’
Het fascineert Verhaeren dat sommige jongeren schijnbaar uit het niets tot gewelddadig of destructief gedrag kunnen overgaan. In Rijsbergen, het Noord-Brabantse dorp waar hij is opgegroeid, reed een jongen bijvoorbeeld al filmend in op een groep kippen.
‘Ik wil zulk gedrag absoluut niet goedpraten natuurlijk. Maar er gebeurde zo weinig in dat dorp, dat ik me wel kan voorstellen dat je de grenzen gaat opzoeken, iets zoekt dat spannender is dan verveling, wat dan ook, misschien zelfs als dat crimineel of sadistisch is.’
In de repetitiestudio fietst Verhaeren moedeloos rondjes op een aftandse fiets. Als hij over Zeevalks teen rijdt, springt ze op de rammelende bagagedrager en trekt ze zijn shirt over zijn hoofd. Verhaeren blijft fietsen. Nadat hij hard is gevallen beginnen de twee te spugen. Eerst zo ver mogelijk, dan omhoog, om het eigen spuug weer op te vangen. Dan spugen ze in elkaars gezicht.
Het is smerig, kinderachtig en voelt ongemakkelijk. En juist daarom moet het in de voorstelling, zegt Verhaeren. ‘Zulke scènes laten zien hoever je kunt gaan om maar de verveling te doden. Morele grenzen vervagen en gedrag kan zo steeds verder opschuiven richting het gewelddadige.’
Verhaeren herkent dat verlangen ook uit zijn eigen jeugd. Als tiener reed hij dan op zijn Puch door een weiland, steeds harder. Op een dag keek hij naar zijn handrem. Wat als hij die in één keer hard zou inknijpen? Hij deed het. Hij vloog over de scooter heen.
‘Ik vond dat gevoel zo lekker’, vertelt hij. ‘Ook al deed het pijn. Je denkt even nergens anders aan; je bent compleet in het hier en nu. Als je iets spannends of gevaarlijks doet, voel je op een heel directe manier dat je bestaat.’
‘Gelukkig heb ik toen niets gebroken of gekneusd’, zegt Verhaeren. ‘En tegenwoordig zoek ik die prikkel minder in het extreme.’
Toen hij wat ouder werd, ontdekte hij dat hij zijn verlangen naar spanning ook op het toneel kwijt kon. ‘Het gevoel dat ik krijg van mensen die naar me kijken en me constant beoordelen, vind ik doodeng. Maar juist die spanning is waarom ik het theater in ben gegaan. Omdat theater live is, staat er altijd iets op het spel: op het podium kan ook echt iets mis gaan.’
Maar ook buiten het podium om zoekt hij nog altijd geregeld de spanning op. Als hij een tijdje niets gevaarlijks heeft gedaan, klimt hij in bomen. Nog spannender: soms balanceert hij op een dun koord hoog boven de grond, als een circusartiest. ‘Gevaar laat me voelen dat het leven belangrijk is.’
Tijdens de repetitie wordt gezocht naar het precieze moment waarop verveling op toneel omslaat in geweld. Ondanks de focus op gevaar, is de sfeer in de studio gezellig, op momenten zelfs kneuterig. Op tafel liggen bananen, peperkoek en rijstwafels. Verhaeren en Zeevalk nemen de scènes op met een telefoon die op een ijzeren trapje tegen een glas water staat geleund. Ze evalueren samen de beelden: is dit een goeie scène? Verhaeren neemt een slok water uit het glas. ‘Nog iets te rommelig, maar het idee klopt’, zegt Zeevalk.
Ook aan de eindscène wordt nog gesleuteld. Op het schuimende bier worstelen Verhaeren en Zeevalk elkaar ineens naar de grond. Er wordt gelachen, afgetikt en opnieuw geprobeerd.
In de studio ruikt het ondertussen indringend naar bier. Verhaeren krijgt een laatste blikje over zijn hoofd. Als hij er bijna in lijkt te stikken, denkt de toeschouwer heel even dat het écht mis kan gaan.
Verhaeren hoopt dat het publiek straks iets soortgelijks ervaart. Dat het geweld eerst spannend of zelfs lekker kan zijn, en daarna te ver gaat. Hij wil daarmee ruimte maken voor begrip. ‘Ook bij mensen die iets verachtelijks doen, zoals met lachgas achter het stuur kruipen, kun je nog steeds denken: ik zie dat het ergens vandaan komt, uit uitzichtloosheid en machteloosheid. Zulke gevoelens kunnen ook leiden tot bijvoorbeeld depressie, dus het is belangrijk om daar alert op te zijn.’
Zelf is Verhaeren soms ook nog wel verveeld, maar tegenwoordig op een andere manier. ‘Het is nu veel minder langdurig en uitzichtloos. Ik weet wat ik wil, en dat is theater maken en performen. Ik wil die verschrikkelijke spanning voelen voordat ik op moet. Want op het podium voel ik dat ik leef.’
Hier gebeurt niets is t/m 13/9 te zien op het Amsterdam Fringe Festival.
Source: Volkskrant