Het kabinet wil met tien maatregelen de problemen op het overvolle elektriciteitsnet te lijf gaan. Het plan vermindert het aantal bezwaarmogelijkheden tegen bijvoorbeeld nieuwe transformatorstations. Ook omvat het een stikstofvrijstelling voor uitbreiding van het net.
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Forse ingrepen zijn nodig om snel ruimte te creëren op het stroomnet voor duizenden bedrijven die wachten op een nieuwe of grotere aansluiting. Staatssecretaris Jo-Annes de Bat van Klimaat en Groene Groei kondigt daarom deze nieuwe wetgeving aan.
De bewindspersoon wil vooral iets doen aan de lange tijd die het vergt om bouwplannen om te zetten in daden. Netbeheerders klagen steen en been over trage procedures en vergunningsaanvragen. Grotere projecten vergen vaak tien jaar, waarbij volgens netbeheerders acht jaar wordt gepraat om vervolgens twee jaar te bouwen.
De staatssecretaris wil het ‘praten’ nu inkorten, onder meer door de mogelijkheden tot bezwaar te beperken. Vaak voeren omwonenden meerdere rechtszaken, bijvoorbeeld tegen de komst van nieuwe transformatorstations, die volgens De Bat tot jarenlange vertragingen leiden.
Vanaf 1 oktober kan nog maar één keer bezwaar worden gemaakt, dat meteen door de hoogste rechter (de Raad van State) wordt behandeld. Die moet binnen een half jaar uitspraak doen. ‘Het kabinet houdt de balans tussen rechtsbescherming en snelheid goed in de gaten’, schrijft De Bat vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer. Netbeheerders weten hierdoor eerder waar ze aan toe zijn.
Ook wil het kabinet een deel schrappen van de vereiste vergunningen voor de bouw of uitbreiding van hoogspanningsstations. Dit moet tientallen bouwprojecten met enkele maanden tot anderhalf jaar versnellen. Daarnaast komt er, als het aan het kabinet ligt, een vrijstelling van stikstofvergunningen voor bouwprojecten voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Hier moet Brussel nog wel akkoord mee gaan.
Verder ziet De Bat veel heil in het zogenoemd ‘slimmer’ inzetten van het bestaande stroomnet. De stroomfiles waar Nederland nu onder zucht, zijn er lang niet altijd: in de ochtend en aan het begin van de avond is het elektriciteitsnet vaak maximaal belast, maar op andere momenten in de dag is er vaak ruimte genoeg.
Ook moet de ‘vluchtstrook’ vaker worden ingezet. Dat is reservecapaciteit die in geval van nood nu gebruikt wordt. Netbeheerders zijn hier huiverig voor: ze zeggen de vluchtstrook nu al maximaal in te zetten en vrezen dat overmatig gebruik van de vluchtstrook weer andere risico’s oplevert. Zo groeit het risico op stroomuitval als door een storing de vluchtstrook al in gebruik is en er geen uitwijkmogelijkheden meer zijn. Ook is deze reservecapaciteit nodig om onderhoud te kunnen uitvoeren, stellen zij.
Netbeheerders zijn niettemin tevreden met de nu aangekondigde maatregelen. ‘Goed dat er wordt gehandeld in de geest van een crisiswet, zegt directeur Hans-Peter Oskam van Netbeheer Nederland. ‘Want we hebben haast.’
Netbeheerders roepen de politiek wel op om keuzes te maken waar precies nieuwe infrastructuur aangelegd moet worden. Keuzes voor bijvoorbeeld de aanleg of uitbreiding van warmtenetten laten eindeloos op zich wachten. Hierdoor ontstaat het risico dat op sommige plaatsen zowel geïnvesteerd wordt in elektriciteitskabels als in pijpleidingen voor het transport van warmte of groen gas. Dit drijft de kosten van ‘de grootste verbouwing van Nederland’ onnodig op, waarschuwen ze.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant