Home

Ruim een week na de schietpartij is de rust in Overasselt nog niet teruggekeerd: ‘We beginnen eraan te wennen’

Anderhalve week na de schietpartij in Overasselt inspecteren tientallen ME’ers nog dagelijks voortuinen en perken. Wat doet alle commotie met de kleine gemeenschap? ‘Ik hoef aan niemand nog uit te leggen waar ons kleine dorpje ligt.’

is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.

Haar kinderen slapen door ‘de spanning’ nog altijd samen in een bed, vertelt een 36-jarige moeder bij het plein van basisschool De Zilverberg in Overasselt, het dorp dat na de nachtelijke schietpartij vorige week plotsklaps landelijke bekendheid kreeg. ‘Als kinderen wakker worden van knallen, dan weet je dat het heftig was.’

Deze week keerde de rust nog niet terug in de omgeving van het Gelderse dorp met nog geen drieduizend inwoners. Na vermeende schoten in Nijmegen maandag rukte de politie groots uit, maar het bleek vals alarm (een luidruchtige uitlaat). Om dergelijke schrikreacties te voorkomen, werd jagers een dag later door de politie gevraagd het gebied rond Overasselt voorlopig te mijden.

Grootste zoekactie

Ondertussen ging het onderzoek verder. In de buurt van de dorpsschool en de kerk, anderhalve kilometer van de plaats delict, werd woensdag nog een begraven partij wapens gevonden. Op donderdag, als ouders bij de school op hun kinderen staan te wachten, is het gebied zelfs het decor van de grootste zoekactie tot nu toe. Met overal agenten van de mobiele eenheid (ME) en forensische onderzoekers in voortuinen en perken.

‘We beginnen eraan te wennen’, zegt de moeder, terwijl boven de school een drone vliegt. Ze is een van de vele dorpelingen die niet met naam in de krant wil. Sommigen omdat de angst er nog altijd in zit, al is er anderhalve week later ook ruimte voor relativerende grapjes: ‘Ik hoef aan niemand nog uit te leggen waar ons kleine dorpje ligt.’

In een brief aan alle inwoners schreef burgemeester Joerie Minses woensdag dat hij ‘zou willen dat we terug kunnen naar het Overasselt van voor 1 september’. In eetcafé De Zon ligt de augustus-editie van Dorpskrant Overasselt, die de zorgeloosheid in herinnering brengt waaraan de burgemeester refereert. Met aankondigingen van de ‘feestelijke’ opening van het Verhalenmuseum, de brandweer die ‘groots uitpakt’ bij het 75-jarig bestaan en de ‘bijzondere openstelling’ van het historische café Van Lin tijdens Open Monumentendag.

In het blad is ook aandacht voor de schaduwkant van het dorp. ‘Overasselt een vriendelijk dorp?’, vraagt nieuwkomer René Heijnen zich af in een column. Hij memoreert onder meer aan het verzet tegen windmolens en asielopvang, en plaatst in dat rijtje de eerdere sluiting van een drugspand en beschietingen. ‘Dat dit niet bij Overasselt past, daarover zijn we het snel eens.’

‘Het wordt beter’

Een paar weken na dit schrijven zijn, ironisch genoeg, drugs en schieten de enige associaties die Nederland heeft met het dorpje aan de Maas. Zal best, men pakt het leven gewoon weer op, is de indruk van een 29-jarige inwoner, die met zijn dwergkeeshondje Beertje op het terras van eetcafé De Zon in de schaduw zit.

En het wordt alleen maar beter, voorspelt hij de toekomst van het dorp, waar hij nog geen jaar geleden vanuit Nijmegen naartoe verhuisde. ‘Want ik weet één ding: zij komen niet meer terug.’

Hij doelt op Jan G. en zijn familie, die al vaker gewapend bezoek kregen aan de Ewijkseweg. De zeker dertig mannen, deels bewapend met zware vuurwapens, zouden in de nacht van 1 september voor de 28-jarige G. zijn gekomen. Bij de confrontatie met de politie die volgde, raakten twee onervaren agenten gewond. Hun collega’s konden niet voorkomen dat de 51-jarige bewaker van G. werd doodgeschoten. Van de 35 mannen die de politie oppakte in de nasleep, zitten er 33 nog vast.

Veel vragen

Veel vragen over het incident bleven ook deze week onbeantwoord. Waarom hadden de diensten de ogenschijnlijk amateuristische aanval niet voorzien? Wat trof men aan in het pand? Waar is G., en was hij betrokken bij het verduisteren van ‘1.283 kilo’, zoals vier gemaskerde, zwaarbewapende mannen op een dreigvideo een dag later in gebrekkig Engels beweerden? Opvallend: dat exacte gewicht werd aan cocaïne deze week onderschept door de Spaanse Guardia Civil.

Wim Hendriks, de politiecoördinator van de zoekactie in Overasselt, doet er zolang het onderzoek loopt het zwijgen toe. Op de parkeerplaats van de lokale voetbalclub heeft hij zijn kamp opgeslagen, vlakbij het door de burgemeester afgesloten pand van G. Rond lunchtijd staan er zeker zeventien ME-bussen en lopen er meer mensen in uniform dan er plaats is op de bescheiden tribune van Voetbalvereniging Overasseltse Boys.

Dat ze ‘met honderden’ zijn, is mede ingegeven door de wapenvondst van woensdag. ‘Met onze grootschalige aanwezigheid willen we de maatschappelijke onrust temperen’, zegt Hendriks. En het is ook nuttig, volgens hem. ‘Tot nu toe hebben we elke dag wat gevonden. We gaan door tot het veilig is.’

Ieder voortuintje, elke struik

En dus wordt naast de school en de begraafplaats zelfs een ruilboekenkastje aan een inspectie onderworpen. ‘Je weet nooit.’ Drie collega’s zijn ondertussen in een perk bezig met een metaaldetector, terwijl agenten in elk voortuintje met stokken de planten opzij duwen om eronder te kijken.

Ondertussen winnen ze informatie in bij bewoners. Zoals bij Frans Janssen (77), die net heeft verteld dat hij zaterdagnacht vanuit zijn huis jongelui zag op de begraafplaats. ‘Ze schenen met lichtjes tussen de graven’, zegt hij. ‘Ik heb er spijt van dat ik niet onmiddellijk de politie heb gebeld.’

Het gaat er al met al gemoedelijk aan toe. ‘Heb je al onder die struik gekeken?’, vraagt een bewoner.
‘Jazeker’, reageert de ME’er lachend. ‘Ik heb gelijk even het onkruid weggehaald.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next