Om haar industrie te beschermen overweegt de EU steeds serieuzere maatregelen tegen China, maar de vraag is of het niet te laat is. Het wordt sowieso een lange, taaie strijd.
De Europese Unie neemt in kleine stapjes steeds meer afstand van het bijna onbeperkte geloof in vrijhandel, dat decennialang leidend was. De laatste stap is een voorstel van Eurocommissaris Stéphane Séjourné (Welvaart en Industriële Strategie) om bij overheidsaanbestedingen niet alleen te kijken naar de laagste prijs, maar ook naar de invloed op milieu, veiligheid én de Europese industrie. In de praktijk zal dat betekenen dat Europese bedrijven een of meerdere streepjes voorhebben bij overheidsopdrachten.
Het is onderdeel van een breder besef dat Europa zijn industrie veel beter moet beschermen. Sinds de val van de Muur ging de EU juist voorop in het prediken van vrije concurrentie. Door concurrentie werden bedrijven geprikkeld het maximale uit zichzelf te halen. Elk land zou zich specialiseren, waardoor de wereldeconomie een enorme impuls zou krijgen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Lange tijd werd dat ideaal – althans in woord – ook gedeeld door de andere grote machtsblokken, de VS en China. China werd de fabriek van de wereld, de prijs van veel consumentengoederen dook omlaag, waardoor Amerikanen en Europeanen een grote welvaartssprong konden maken.
Dat veel fabrieken hier en vooral in de VS moesten sluiten, werd niet erg gevonden, want daardoor kon het Westen zich richten op producten en diensten met veel meer toegevoegde waarde.
Dat blijkt nu tegen te vallen. China heeft de afgelopen jaren, door fors te investeren in onderwijs en onderzoek en slim af te kijken bij westerse bedrijven, de kennisachterstand volledig ingehaald en zelfs een voorsprong genomen. Chinese bedrijven hebben bovendien een continu oneigenlijk concurrentievoordeel dankzij het kunstmatig laag houden van de koers van de renminbi en de voortdurende staatssteun. Het resultaat is dat zelfs de lang onaantastbaar geachte Duitse auto-industrie in gevaar is.
Wat doe je als je nog steeds in de handelsafspraken over vrijhandel gelooft, maar andere landen zich er niet aan houden? Lang had Europa de hoop dat China en de VS tot inkeer zouden komen, maar sinds het aantreden van Xi Jinping in 2012 en Donald Trump in 2016 is die hoop snel vervlogen.
China wil onder Xi niet zozeer eerlijke handel, maar vooral economische macht. Trump besloot als antwoord op China’s oneerlijke handelspraktijken terug te grijpen op een 19de-eeuws mercantilisme. Niet eerlijke handel, maar het recht van de sterkste kwam centraal te staan.
De EU streeft nog steeds een op regels gebaseerde economie na, maar wat te doen als anderen die regels stelselmatig overtreden? Blijven pleiten voor naleving, of terugvechten? Het voorstel van Séjourné is een poging om terug te vechten op basis van regels.
Maar dit najaar zouden de handschoenen wel eens echt uit kunnen gaan, als blijkt dat de handelsbesprekingen tussen de EU en China opnieuw niets hebben opgeleverd. Europese leiders zinspelen steeds openlijker op strafheffingen.
De vraag is of Europa nog voldoende economische macht heeft om veel indruk te maken. De vrees is dat China inmiddels zo krachtig is geworden dat het Europa met tegenmaatregelen op de knieën kan dwingen. De strijd rond chipfabrikant Nexperia, waarbij China uiteindelijk aan het langste eind trok, belooft weinig goeds.
Europa heeft in alle gevallen geen andere optie dan een sterke eigen economie op te bouwen, waardoor de achterstand op China en de VS beetje bij beetje kan worden ingelopen. Dat zal een lange adem en veel vechtlust vergen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant