Bij het Ultimate Championship heeft Nadine Visser de derde plaats behaald op de 100 meter horden. Dat levert geen medaille op bij het nieuwe tweejaarlijkse mondiale atletiektoernooi, maar daar geeft de Nederlandse niets om.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
De wijsvinger van haar rechterhand priemt in de lucht als Nadine Visser de finish op de 100 meter horden overschrijdt. Het is geen zegegebaar, de overwinning bij het Ultimate Championship in Boedapest gaat naar Masai Russell. Het gaat ook niet om die naar voren gestoken vinger, maar om wat erachteraan komt: haar hand, arm, schouder en borst.
Dat laatste is het lichaamsdeel dat haar eindtijd bepaalt: 12,39 seconden. Omdat ze zich zo vol overgave naar voren heeft geworpen, komt ze 0,01 seconde eerder dan Devynne Charlton uit de Bahama's over de finish. Derde, achter wereldrecordhoudster Masai Russell uit de Verenigde Staten (12,22) en de Nigeriaanse voormalige wereldrecordhoudster Tobi Amusan (12,34).
Ze deed het niet bewust zo met haar arm vooruit, vertelt ze na afloop in de catacomben van het nationale Hongaarse atletiekstadion. ‘Ik wil gewoon alles naar voren gooien en dan ziet het er zo uit.’ Het werkt, want op de finishfoto is te zien dat die voorwaartse kracht van Visser de reden is dat ze Charlton passeert.
De derde plaats deed Visser best wat. Ze was misschien zelfs emotioneler dan na haar Europese titel in Birmingham, vertelt ze. Daar pakte de 31-jarige Visser de eerste internationale hoofdprijs uit haar loopbaan, een verdiende beloning na jaren aan de top. Waarom de derde plek in Boedapest haar dan toch zo raakte? ‘Het ging de laatste weken allemaal zo op en neer’, zegt ze. ‘Het is best pittig geweest.’
Ze was goed bij de Diamond League-wedstrijden in Lausanne en Zürich, met een tweede en een derde plaats, maar bij het slotakkoord van de prestigieuze internationale competitie lukte het niet. In Brussel eindigde ze als vijfde. Zoals zo vaak in haar carrière was het haar lijf dat niet meewerkte. Vlak voor de EK kreeg ze last van haar achillespees. En hoewel ze een manier vond om ermee om te gaan en door te trainen, was het lastig om consistent te presteren, merkte ze. ‘Maar ik ben blij dat ik nu weer super scherp was.’
Zevenmaal haalde Visser het podium bij een internationaal titeltoernooi, zeven keer kreeg ze een medaille mee naar huis. Bij deze eerste editie van het Ultimate Championship krijgt alleen de winnaar een trofee en een huldiging. Voor Visser was er geen podiumceremonie en – los van het prijzengeld van ruim 35.000 euro – ging ze met lege handen naar huis. Geen medaille, geen beker.
‘Dat maakt me echt helemaal niks uit’, zegt ze. De medailles van dit jaar, haar goud uit Birmingham en de zilveren plak van de 60 meter horden van de WK indoor, slingeren nog rond in haar huis. Maar dat is meer toeval. ‘Ik geef ze eigenlijk altijd mee aan mijn ouders. Mijn moeder legt die medailles dan mooi in mijn oude kamer neer.’
Het gaat haar niet om medailles, maar om het gevoel dat ze al haar kracht heeft weten aan te wenden in de wedstrijd. Zo wilde ze het atletiekseizoen beëindigen, anders dan vorig jaar, toen ze met een teleurstellende achtste plaats in de WK-finale in Tokio haar jaar afsloot. ‘Toen was ik aan het begin van mijn vakantie een beetje depressief, dacht ik: dit wil ik echt niet nog een keer’, vertelt ze. Maar nu kan ik met een heel goed gevoel mijn vakantie ingaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant