Burgerinitiatieven Ook gewone burgers kunnen helpen om het landschap gezond te krijgen en te houden. Drie mensen die betrokken zijn bij burgerinitiatieven om de natuur te herstellen en boeren te helpen te verduurzamen vertellen hoe ze te werk gaan. „Het fijne is: wij zijn gewoon burgers die willen helpen, we zijn niet bedreigend.”
Een beschermd natuurgebied in Overlangbroek.
Altijd weer die botsing tussen boeren, natuurclubs en de overheid. Over stikstof, water, energie, klimaat. Haperende samenwerking, botsende belangen en – nu ook weer – hevige boerenprotesten, dáár gaat het over in het publieke debat. Over één groep gaat het eigenlijk nooit: gewone burgers die zich inzetten voor het gebied waar ze wonen.
Dat moet anders, vinden Willem Hendriks (Mooi Binnenveld), Wim Verheugt (Werkgroep Kromme Rijncorridor) en Ben Huisman (Landschapsnetwerk Brummen). Ze zijn alle drie bestuurder van burgerinitiatieven die helpen om het landschap gezond en toekomstbestendig te maken en te houden. Ook doen ze hun best om boeren, natuurclubs en overheden beter te laten samenwerken.
Wim Verheugt, op een picknickbank tegenover de kerk van Overlangbroek in de gemeente Wijk bij Duurstede, aan de rand van twee beschermde natuurgebieden: „Van wie is het buitengebied? Niet alleen van de overheid of van de boer, maar ook van ons als burgers. Wij moeten en kunnen meehelpen om landbouw en natuur in balans te brengen en prachtige gebieden in Nederland te behouden.”
Stichtingen en initiatieven zoals die van hen zijn er vele, maar niemand houdt bij hoeveel het er zijn, wat hun invloed is, wat ze precies doen. De organisaties van Hendriks, Verheugt en Huisman zijn tegelijk goede voorbeelden van wat burgers allemaal voor elkaar kunnen krijgen. In Brummen, Gelderland, hebben ze de coöperatie Voedselnetwerk IJsselmarke opgericht die boeren in staat stelt duurzamer te produceren en toch voldoende geld voor hun waren te krijgen.
Wim Verheugt van de Werkgroep Kromme Rijncorridor.
Langs de oevers van de Kromme Rijn brengen ze natuurorganisaties, agrariërs en overheden samen om niet tégen maar mét elkaar te onderzoeken hoe het landschap kan verbeteren. In het Binnenveld hebben ze met crowdfunding vijftig hectare grond gekocht die – als onderdeel van het natuurgebied Binnenveldse Hooilanden – opnieuw is ingericht en wel op zo’n manier dat de biodiversiteit en natuur worden versterkt.
Ze spreken in bij gemeenteraden, praten met politici, gaan langs bij boeren, kennen boswachters en landgoedeigenaren. Ze hebben minutieus het cultuurhistorische landschap in kaart gebracht, zorgen dat houtwallen en waterlopen terugkeren, werken met boeren samen om weiden gevarieerder en bloemrijker te maken, proberen weidevogels te beschermen en veel meer. Veel van de actieve leden – waaronder twee van de drie voorzitters aan tafel – zijn met pensioen, maar er zijn ook jongere leden.
Voor alle drie de organisaties geldt: ze hebben een stem gekregen in hun gebied. Aan de houten tafel, koffie uit een thermoskan en koek bij de hand, vertellen zij hoe dat is gelukt en waarom ze vinden dat meer mensen zich druk moeten maken om hun omgeving.
Ben Huisman
Ben Huisman: „Ieder kijkt vanuit zijn eigen standpunt naar de problematiek in het landschap, waardoor tegenstellingen ontstaan. Wij kunnen daar boven zweven en zijn niet tegen iemand. Boeren willen we bijvoorbeeld juist helpen om anders te werken. Minder massaproductie, meer oog voor de natuur en zaken als water- en landschapsbeheer.”
Wim Verheugt: „We zijn tachtig jaar lang trots geweest op het verhaal dat ons kleine land voedsel zou produceren voor de wereld. Nu zien we dat het slecht gaat met de natuur en de biodiversiteit en moeten we samen anders denken, ook met het oog op het klimaat. Maar het lukt boeren, de overheid en natuurverenigingen niet om tot zo’n gezamenlijk verhaal te komen, dat zie je nu weer aan de boerenprotesten.”
Willem Hendriks
Willem Hendriks: „Wij zijn als burgers geworteld in het gebied waar we leven, net als de boeren, we hebben hart voor dezelfde streek. We beseffen dat zij een inkomen uit het gebied moeten halen en daar afhankelijk van zijn. Maar het is ook een gezamenlijk belang dat het buitengebied gezond blijft. Wij zijn niet de overheid, en zijn ook daarom in een mooie positie om bruggen te slaan.”
De drie gebieden waarin de burgerinitiatieven actief zijn, zijn ook politieke en ecologische brandhaarden. Het kabinet wil bijvoorbeeld ‘stikstofzones’ leggen rond kwetsbare natuurgebieden, waar boeren en bedrijven minder mogen uitstoten en hun werkwijze moeten veranderen. In het Binnenveld en langs de Kromme Rijn hebben de ze te maken met een provinciaal Utrechts plan om het landelijk gebied duurzamer te maken, dat veel woede, verdriet en protest oproept bij agrariërs. Brummen ligt tussen de Veluwe en de IJssel in, eveneens gebieden waar het kabinet de natuur wil herstellen en de landbouw hervormen.
Verheugt: „We bouwen kennis op over het werk van alle organisaties en mensen in het gebied. Doordat we ons verdiepen en met breed gedragen visies komen over de ontwikkeling van het landschap worden we vaak serieus genomen.”
Hendriks: „Wij zeggen steeds: we maken ons allemaal druk om hetzelfde landschap, iedereen heeft goede en gezonde grond nodig.”
Huisman: „We zijn erg bezig met praktische oplossingen en dat helpt. De voedselcoöperatie IJsselmarke is daar een helder voorbeeld van, die draagt bij aan de natuur en aan het inkomen van de boer. Een deel van de boeren zal zo’n omslag misschien niet willen maken, daar staat de hoeveelheid productie voorop, maar wij zien dat veel boeren wel degelijk willen veranderen als je een goed perspectief kunt bieden. Daar zoeken we naar. Het fijne is: wij zijn gewoon burgers die willen helpen, we zijn niet bedreigend.”
Huisman: „We hebben jaren met z’n allen geïnvesteerd in maximale productie. Daar zit een systeem achter van beleid, onderzoek, onderwijs en financiering. Dat zit ons nu in de weg.”
Het beschermde Natura 2000-gebied in Overlangbroek.
Hendriks: „We hebben veel overgelaten aan de markt, maar dat is niet houdbaar. Geldstromen en financiering moeten anders als de landbouw verder verduurzaamt en meer aandacht krijgt voor water- en natuurbeheer.”
Huisman: „Bijna 60 procent van de boeren, ook bij ons in Brummen, heeft geen opvolger. Daar ligt een enorme kans, want wat doen we met al dat land? Er ligt ook een groot risico dat investeerders of andere boeren op die grond duiken en daar geld mee willen verdienen. Met een andere benadering, en andere regels van de overheid, zou die grond gebruikt kunnen worden voor duurzame initiatieven – óók voor duurzame vormen van landbouw. Dan moet je buiten het systeem, en de agrarische industrie, naar oplossingen zoeken.”
Verheugt: „De overheid moet met een positief verhaal komen. Zeg tegen die boeren: we hebben jullie keihard nodig om klimaatbestendig te worden. Roep niet steeds wat er niet kan en mag.”
Verheugt: „Je moet ook wéten wat er niet meer is. Er zijn wel de helft minder grutto’s, kieviten en scholeksters dan begin jaren negentig. Toen ik in 1976 in Utrecht ging studeren hoorde je overal de grauwe gors en wielewalen, die vogels zijn bijna uit het land verdwenen.”
Huisman: „Er is een scheefgroei tussen het individuele versus het collectieve belang. Het is voor iedereen van levensbelang dat ons landschap klimaatbestendig is, dat het water schoon is, dat de biodiversiteit op peil komt om de voedselketen gezond te houden. Politiek is er zó weinig oog voor de toekomst, het belang van duurzaamheid op de lange termijn. Het is verbijsterend.”
Hendriks: „Maar inderdaad, de betrokkenheid van mensen moet verhoogd worden, anders raakt het politiek ook geen snaar. Daar ligt een taak voor ons.”
Verheugt: „Het is een spagaat. Aan de ene kant is het belangrijk om heel lokaal te werken, zodat mensen echt in hun eigen gebied bezig zijn, bijvoorbeeld met de bescherming van weidevogels. Aan de andere kant zou je onze ideeën breder willen verspreiden, meer mensen enthousiast willen maken.”
Huisman: „Ik heb jaren geleden in Brabant eens geteld. Er waren meer dan driehonderd initiatieven die zich op enige manier met milieu- of natuureducatie bezighielden. We zijn dus met velen, maar alle initiatieven zijn nauwelijks verbonden. Daar zit een zwakte. Tegelijkertijd dringt steeds meer door – ook door hitte, droogte en overstromingen – dat een gezond landschap geen luxeproduct is. Je kunt niet meer zeggen: de natuur moet even wijken voor de economie. Wij zijn ervan overtuigd dat mensen hart hebben voor de streken waarin ze leven. Als Oranje voetbalt hebben we 18 miljoen bondscoaches, wij dromen ervan dat er ook miljoenen mensen gaan meedenken om de grond waarop we leven gezond te maken, en te houden.”
Wim Verheugt (68) was adviseur van de Europese Commissie en de Europese Investeringsbank. Momenteel is hij lid van de Raad van Bestuur van ECOS, een coalitie van milieu-ngo’s. De Stichting Werkgroep Kromme Rijncorridor is in mei 2026 opgericht.
Willem Hendriks (63) is werkzaam bij ingenieursbureau Witteveen+Bos in diverse functies op het gebied van bodem en milieu. Hij is voorzitter van de Programmaraad Bodembeheer van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De Stichting Mooi Binnenveld is in oktober 2016 opgericht.
Ben Huisman (67) was onder meer directeur-bestuurder van Het Flevo-landschap en de Unie van Bosgroepen. Het Landschapsnetwerk Brummen is in 2012 opgericht.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie