Jubileum Museum Voorlinden Museum Voorlinden viert dit jaar zijn tiende verjaardag met de tentoonstelling Celebrating the Icons of Art. Hierin worden hedendaagse iconen uit de eigen collectie geplaatst naast kunstwerken uit de twintigste eeuw uit andere collecties. In de contrasten bloeit de kunst op.
Links: Louise Bourgeois, Spider Couple, 2004. Rechts: Damien Hirst, Hidden Secret Blossom, 2019.
Nog voor je de tentoonstellingszaal binnen loopt, hoor je het al. Een zacht, maar indringend geschreeuw uit een klein gat in de houten vloer. Daarin zit het videowerk van Pipilotti Rist Selbstlos im Lavabad (1994, te gast uit de Sammlung Hoffmann in Berlijn) verstopt. Op het schermpje zie je de kunstenaar liggen, naakt onder een bloedrode lucht in een lavazee, roepend om hulp.
Museum Voorlinden, Wassenaar. T/m 7 maart. Info: voorlinden.nl
Dat geschreeuw krijgt meteen weerklank. Er schuin tegenover gloeit Tracey Emins neonhart, I Promise to Love You (2007), als een antwoord op Rists noodkreet. Twee intieme ontboezemingen, maar in twee compleet andere talen. De ene met het lijf en de andere met licht en letters. Deze opbouw is geen toeval. De route in de jubileumtentoonstelling waarmee particulier Museum Voorlinden het tienjarig bestaan viert, loopt niet chronologisch maar thematisch. Het bezoekersboekje vermeldt per zaal een begrip, en zo wordt het zaal na zaal een zoektocht naar combinaties en confrontaties tussen de kunstwerken.
Tracey Emin, I Promise to Love You, 2007, Collectie Voorlinden
Een paar stappen verderop wacht A-list-kunstenaar Damien Hirst. Het werk uit eigen collectie is dit keer niet met zijn beruchte dode dieren op sterk water, maar met zijn recente bloesemschilderijen, Hidden Secret Blossom (2019). Volgens Hirst gaan deze werken over het mooie én het eindige van ons bestaan. Zoveel iconen op zaal kunnen een geweldig eerbetoon worden, of een holle parade van grote namen.
In de zaal „Naklank” wordt het thema vergankelijkheid op z’n zwaarst voelbaar, in opnieuw een interessante wisselwerking van kunstwerken. Hier hangt Francis Bacons drieluik In Memory of George Dyer (bruikleen Beyeler Collection), geschilderd in 1971 kort na de dood van zijn partner. Dyer overleed vlak voor Bacons grote Parijse overzichtstentoonstelling in het Grand Palais in 1971. In dezelfde zaal krijgt dat verdriet gezelschap van werk uit de eigen collectie: de gebroken klokken van Latifa Echakhch, Marokko Forever Mib en Forever Do (2016), een donker schilderij van José Yaque, Falla en El Horizonte II (2015) en de hemelboom met een gedroogde vogel van Julius von Bismarck, Tree of Heaven (2024).
Voor: Latifa Echakhch, Forever Do (links, 2016) en Forever Mib (rechts, 2016). Achter: Francis Bacon, In Memory of George Dyer (1971) Rechtsachter: José Yaque Falla, en al horizonte II (2015).
Niet alles is even zwaarwichtig in deze tentoonstelling. Bij Gerhard Richters Fenster (1968), Lucio Fontana’s Concetto Spaziale: Attese (1960) en Anna Maria Maiolino’s werk zonder titel (1993-2013) staat een groepje bezoekers dat niet naar het grotere werk kijkt. Ze staan lachend gebogen over iets piepkleins, het geliefde muisje van Ryan Gander, 2000 Years Collaboration (The Prophet) (2018), verstopt onderin de zaal. Het spreekt met de stem van zijn negenjarige dochter, die een bewerkte versie van Charlie Chaplins bekende speech uit The Great Dictator voordraagt. Het kleinste werk in de ruimte waarschuwt voor de toekomst.
Toch trekken de grote namen af en toe zoveel aandacht dat de aandacht voor wat er zich nog meer afspeelt erbij kan inschieten. Wie zich vergaapt aan Monets beroemde Blauweregen (1917-1920), loopt bijna voorbij aan het werk van kunstenaars die zichzelf door deze icoon lieten inspireren, zoals Oliver Beers abstracte Resonance Painting (Nature Boy) (2025) en Howardena Pindells blauwpaarse drieluik Oceanic Underwater (2025), opgebouwd uit stippen.
Links: Howardena Pindell, Oceanic Underwater (2025). Achter: Claude MonetBlauweregen (1917-1920).
Ryan Gander, 2000 years collaboration (The Prophet) (2018).
Dat risico van overstemmende Grote Namen wordt halverwege de route ruimschoots gecompenseerd. Wanneer je je een weg baant door duizenden ballonnen in het kamervullende kunstwerk Work No.1562 (2026) van Martin Creed (eigen collectie). De sensatie is ontregelend en je verliest er letterlijk de grond onder je voeten. Precies daar breekt de tentoonstelling open.
Uit die chaos stapt vervolgens het 4,5 meter hoge beeld dat de show zal dragen: Boy (1999) van Ron Mueck. Het 500 kilo zware, hurkende jongetje is speciaal voor het tienjarige jubileum van Museum Voorlinden uitgeleend door museum ARoS in het Deense Aarhus. Voorlinden gaf er tijdelijk zijn eigen Mueck, het bejaarde stel onder de parasol, voor terug. De jonge reus kwam in twee delen per vrachtwagen aan en werd met hoogwerkers gemonteerd. De toupet alleen al is zo groot als een tapijt. Het is het soort werk waar deze hele tentoonstelling om draait: iconisch, het beeld nestelt zich in je geheugen.
Ron Mueck, Boy (1999).
Niet ver daarvandaan hangt een doek dat je een paar passen achteruit duwt voor je er goed naar kunt kijken: A Closer Grand Canyon (1998, uit het Louisiana Museum of Modern Art in het Deense Humlebaek) van de in juni overleden kunstenaar David Hockney; een enorm schilderij, uit losse delen, dat meerdere gezichtspunten op de Grand Canyon combineert. Ervoor staan kubussen van confetti door Lara Favaretto (eigen collectie). De blokken van duizenden kilo’s aangestampt gekleurd papier, Birdman or (The Unexpected Virtue of Ignorance) (2018) zijn in totaal veertig uur lang gestampt. Langzaam zullen ze uiteenvallen tot resten op de vloer. Het is een scherp contrast: een landschap vereeuwigd op een schilderij, naast een werk dat voor je ogen instort.
De tentoonstelling eindigt onder de noemer „open einde,” met twee eigen werken. Honderden linten van Andrea Bowers, het speciaal voor deze tentoonstelling gemaakte Ribbons for Voorlinden (2026), sieren de zaal van Richard Serra’s monumentale en typerende roestbruinkleurige cortenstalen-werk Open Ended (2007-2008). Elk lint is beschreven met een woord of zin uit tien jaar museumgeschiedenis: met teksten als „Kan niet bestaat niet”, „Less is more” of „Art is the antidote”.
De zwaarte en stilstand van het staal tegenover de lichtheid van die losse woorden vatten precies samen waarom deze tentoonstelling wél slaagt als jubileum. Voorlinden viert tien jaar niet simpelweg met een greatest-hits-overzicht of tijdlijn, maar met het bewijs dat kunst zich nooit laat samenvatten. Zelfs niet op het eigen jubileumfeest.
David Hockney, A Closer Grand Canyon (1998).
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie