Tolerantie Jongeren worden steeds meer blootgesteld aan desinformatie en zelfs complottheorieën over lhbti-personen, zegt discriminatieonderzoeker Hanneke Felten. „Denk aan opvattingen als: kinderen worden spontaan homo als je ze voorlichting geeft over seksuele diversiteit.”
Pop-up camping De Paradijsvogel in Lelystad, de eerste in Nederland voor lhbtiq+-kinderen en -jongeren.
Op zijn middelbare school, een gymnasium in Breda, kreeg Juup Nulle (18) niet alleen scheldwoorden naar zijn hoofd geslingerd nadat hij had verteld dat hij homo is, maar ook boterhammen en boeken. „Ik werd eruit gepikt. Omdat ik anders was en me anders kleedde dan andere jongens. Ik dacht dat het erbij hoorde en leerde ermee te dealen, tot een docent me erover aansprak. Toen pas zag ik in: ik word gewoon gepest.”
De acceptatie van lhbti-personen daalt onder jongeren, blijkt uit onderzoek dat de Universiteit Utrecht (UU) en het Trimbos-instituut zondag publiceerden. Elf- tot zestienjarigen zien homoseksualiteit steeds vaker als „vies”.
Het aandeel jongens met een positieve houding ten opzichte van homoseksualiteit zakte van 40 procent in 2021 naar 22 procent in 2025, en bij meisjes van 78 procent naar 51 procent. Daarmee is de acceptatie ongeveer op hetzelfde niveau als in 2009. De afname is zichtbaar op alle schoolniveaus en onder jongeren met en zonder migratieachtergrond. Naar opvattingen over trans personen hebben de onderzoekers niet gevraagd, maar uit andere onderzoeken blijkt geregeld dat daar nog minder sympathie voor is in de samenleving.
Staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs en Emancipatie, VVD) noemt de achteruitgang „heftig” en komt met extra ondersteuning voor scholen die hulp nodig hebben om lhbti-acceptatie te vergroten.
Onderzoekers, docenten en voorlichters op scholen zijn niet verbaasd over de verkruimeling van de acceptatie. Lhbti-belangenorganisatie COC kreeg de afgelopen jaren bijvoorbeeld steeds vaker de vraag van scholen hoe zij Paarse Vrijdag veilig konden houden. Op de jaarlijkse actiedag, dit jaar op 9 oktober, worden scholieren en docenten aangemoedigd om paars te dragen uit solidariteit met lhbti-leerlingen.
Nulle was de afgelopen jaren – hij is deze zomer geslaagd – lid van de Gender Sexuality Alliance (GSA) op zijn school. Dat zijn groepjes van lhbti-leerlingen, docenten en allies (bondgenoten). Hij zag hoe Paarse Vrijdag weerstand veroorzaakte. Posters werden van de muur getrokken, regenboogvlaggen in het toilet gegooid en leerlingen organiseerden zelfs een keer een tegenactie. Ze kwamen in het geel naar school, de tegenovergestelde kleur van paars.
Corona was een kantelpunt, stelt Jodie Witteveen, die vanuit COC Haaglanden scholen helpt met hun GSA-netwerken. „Eerder werden Coming Out Day of Paarse Vrijdag vooral als iets feestelijks gezien, inmiddels is de weerstand groter. Leerlingen en leraren die op zo’n dag iets organiseren, hebben soms het gevoel dat ze een standpunt moeten innemen. Het is meer balanceren tussen veiligheid van de queer-leerlingen en docenten en zichtbaarheid.”
Het is belangrijk dat scholen zoiets als een GSA hebben, zegt Witteveen. „Dat is een veilige plek voor iedereen.” Daar hoort ook bij: accepteren dat iets soms „niet fijn” is. „Als de Paarse Vrijdag-posters die je net hebt opgehangen worden verscheurd, hang je nieuwe op.”
Discriminatieonderzoeker Hanneke Felten van Movisie denkt dat de dalende acceptatie te maken heeft met conservatief gedachtegoed dat online rondgaat. Jongeren worden de afgelopen jaren steeds meer blootgesteld aan desinformatie en zelfs complottheorieën over lhbti-personen, zegt ze. „Denk aan opvattingen als: kinderen worden spontaan homo als je ze voorlichting geeft over seksuele diversiteit. Of dat trans vrouwen het geslacht in hun paspoort willen aanpassen zodat ze in het damestoilet vrouwen kunnen lastigvallen.”
Ook de manosfeer, zoals het online netwerk van sociale media, podcasts en fora wordt genoemd waarin conservatieve ideeën over man-vrouwverhoudingen en seksuele diversiteit rondgaan, is volgens de onderzoeker enigszins te beschouwen als een vorm van desinformatie.
De verspreiding van dit gedachtegoed is onder andere het resultaat van „gecoördineerde acties van nationalistische, conservatieve en religieuze organisaties”, zegt Felten. Ook in Nederland zijn dit soort organisaties actief. Zo maakte de ultraconservatieve katholieke stichting Civitas Christiania een ‘Zwartboek Lentekriebels’ waarin het Expertisecentrum Rutgers, de organisator van de nationale programmaweek op scholen over seksuele vorming, in verband werd gebracht met pedofilie.
Wetenschappelijke studies tonen een duidelijke relatie aan tussen de blootstelling aan desinformatie over lhbti’ers en de afname van acceptatie, stelt Felten. Uit een experiment van Italiaanse onderzoekers blijkt bijvoorbeeld dat personen na het bekijken van desinformatie zich minder verbonden voelen met lhbti’ers en zich minder voor deze groep willen inzetten, dan personen die geen desinformatie onder ogen kregen.
Volgens Felten is het „hoog tijd” dat er een gerichte aanpak tegen desinformatie over lhbti-personen wordt ontwikkeld, bijvoorbeeld in de vorm van lespakketten en voorlichting op scholen.
Daan Krahmer (32), geschiedenisdocent op het Van Maerlantlyceum in Eindhoven, zag de afgelopen jaren „de sfeer omslaan”. „Leerlingen gebruiken nu termen als ‘genderdoctrine’ en ‘lettersoep’, zegt hij. „Dat is soms niet eens uit kwade opzet, ze papegaaien na wat ze horen in video’s van radicale influencers en politici.”
Als docent veranderde Krahmer tweemaal van school, deels vanwege reacties van collega-docenten op zijn biseksualiteit, zegt hij. „Toen ik op een vorige school trakteerde voor mijn verjaardag, vroeg een collega wanneer ik eens ging kiezen tussen mannen en vrouwen.”
Op Krahmers drinkfles staat ‘TATE’. „Laatst kreeg ik een vriendschappelijke ‘boks’ van jongens die dachten dat ik net als zij van Andrew Tate hield.” De drinkfles was een souvenir uit Tate Modern, het kunstmuseum in Londen.
Ook theatermakers Jeroen Dekkers en Sem Klarenbeek merken dat de manosfeer doorsijpelt op de scholen waar zij het toneelstuk ‘t Is stil aan de overkant opvoeren. De voorstelling draait om twee voetbalvrienden, eentje worstelt met zijn homoseksualiteit.
„Gatver!”, „nee!”, „gayporn!”, horen ze geregeld als ze stoeiend over het podium rollen. „We touren al zes jaar langs middelbare scholen, inmiddels weten we wel bij welke scènes de zaal ontploft”, zegt Dekkers.
„Toen in we in 2020 begonnen, ondergingen leerlingen de voorstelling meer. Een luide minderheid reageert nu ongenuanceerder”, zegt Klarenbeek. „Laatst speelden we in Zwolle en zei een jongen dat homoseksualiteit een besmettelijke ziekte is. We twijfelden of hij nou een grap maakte, tot hij ons de video toonde waarin dat werd gezegd. We hebben hem verteld over het belang van geloofwaardige bronnen.”
Tijdens het nagesprek beargumenteren leerlingen waarom ze iets „vies” vinden, evengoed vertellen anderen dat hun broer gay is, of dat ze dat zelf zijn – „dan wordt het stil”. De acteurs weten: als ze naderhand het decor afbreken, blijven leerlingen vaak nog even hangen. Dekkers: „Laatst vroeg een jongen in stoer trainingspak trillend ‘wat je moest doen als je denkt dat je het bent’. Dan vertel ik hoe ik zelf heb geworsteld met dat ik homo ben en er met een vriend over ging praten, daarna met mijn ouders, en steeds meer mezelf kon zijn.”
Uit het onderzoek van Trimbos en de UU blijkt dat op scholen die actief homohaat en discriminatie tegengaan, überhaupt minder gepest wordt. Voor de achttienjarige Juup gold dat het pesten stopte toen hij zich bij de GSA aansloot en zich begon uit te spreken tegen homohaat. Wat hij niet snel zal vergeten, is toen hij op Paarse Vrijdag een rondje door de school liep om te controleren of de posters nog hingen. „Ik hoorde een jongen tegen zijn vrienden zeggen: ‘Eigenlijk best wel gek dat we ze pesten, ze zijn gewoon zichzelf”.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie