De deelstaatverkiezingen in Duitsland zijn uitgelopen op een smadelijke nederlaag voor bondskanselier Friedrich Merz en zijn CDU. Hij moet tijd zien te winnen als hij wil aanblijven. De vraag is of hij die krijgt.
is correspondent Duitsland van de Volkskrant. Hij woont in Berlijn.
‘Merkelland is afgebrand’, kopte de zakenkrant Handelsblatt na de desastreuze nederlaag van de CDU in de Oost-Duitse deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren, de thuisbasis van de voormalige christendemocratische bondskanselier Angela Merkel. Voor het eerst haalde de CDU zondag de kiesdrempel niet.
Het is een smadelijke nederlaag voor CDU-bondskanselier Friedrich Merz, die ook al moest toezien hoe de CDU zondag Berlijn verloor, twee weken nadat de partij door de AfD werd weggevaagd in de Oost-Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Met drie grote nederlagen in twee weken is de positie van Merz precair geworden.
Toen Merz in 2018 leider van de CDU wilde worden, beloofde hij de AfD te zullen halveren. In plaats daarvan is de AfD verdubbeld en dreigt de CDU gehalveerd te worden. In Mecklenburg-Voor-Pommeren haalde AfD zondag 38,2 procent, voor de SPD met 35,5 procent. In Berlijn won Die Linke met 25,7 procent, voor de CDU met 18,8 procent.
Merz zei maandag dat de problemen van Duitsland niet tot zijn persoon kunnen worden teruggebracht. Het land staat voor enorme economische en geopolitieke uitdagingen nu de grondslagen van zijn succesmodel (Amerikaanse bescherming, Chinese markt en Russische energie) zijn weggevallen.
Moeilijke omstandigheden vragen echter om een bondskanselier die goed communiceert en burgers meeneemt in soms pijnlijke, maar noodzakelijke veranderingen. De verkiezingen van de afgelopen weken hebben laten zien hoe belangrijk personen zijn geworden nu middenpartijen als de CDU en de SPD niet meer kunnen rekenen op een trouwe achterban.
Ulrich Siegmund (AfD, Saksen-Anhalt), Manuela Schwesig (SPD, Mecklenburg-Voor-Pommeren) en Elif Eralp (Die Linke, Berlijn) boekten goede resultaten door charisma en een slimme campagnestrategie. Het ontbreekt Merz aan charisma, empathie en communicatieve vaardigheden, zo is het afgelopen jaar herhaaldelijk gebleken.
Niettemin zei hij maandag opnieuw dat hij zijn rug recht zal houden en zal doorgaan met zijn impopulaire hervormingen van het pensioenstelsel en de gezondheidszorg, ‘al moeten we beter naar de zorgen van de mensen luisteren’.
Dit jaar zal de economische groei 1,3 procent bedragen, een heel redelijk cijfer, vooral doordat de Duitse regering veel geld in de economie heeft gepompt door schulden te maken voor defensie en infrastructuur. Merz hoopt dat de CDU zal terugveren tegen 2029, als de volgende Bondsdagverkiezingen gepland zijn.
Volgens Duitse media heeft hij weinig keus. Een vergrijzende bevolking vraagt om ingrepen in de pensioenen en de gezondheidszorg, schreef het links-liberale weekblad Die Zeit. ‘De hervormingen kunnen misschien sociaal rechtvaardiger worden uitgevoerd, maar ze zullen onvermijdelijk offers vragen van de mensen in Duitsland’, aldus Die Zeit.
Flankpartijen als de AfD en Die Linke kunnen kiezers misschien de illusie van een pijnloze oplossing voorschotelen, schreef de centrumrechtse Frankfurter Allgemeine Zeitung, maar ‘staatsdragende’ middenpartijen als de CDU en de SPD moeten door de zure appel heen bijten.
Merz wil tijd winnen, maar het is de vraag hoeveel tijd hij zal krijgen: van zijn eigen partij en van coalitiepartner SPD. CDU-politici in de Bondsdag en de deelstaten vrezen dat zij worden meegesleurd in de vrije val waarin hun partij onder Merz terecht lijkt te zijn gekomen.
Niemand gelooft dat Merz de man is om de neergaande ontwikkeling te keren. De onvrede is groot genoeg om de premier te wisselen volgens het Britse Keir Starmer-model. Wat echter ontbreekt, is een Duitse Andy Burnham die hem het mes in de rug wil steken.
Daarnaast is het de vraag hoeveel geduld coalitiepartner SPD heeft. De sociaaldemocraten bevinden zich in een deplorabele toestand. Landelijk peilen zij slechts 12,5 procent, in Berlijn haalden zij een schamele 12,1 procent.
Een opsteker was de energieke campagne van SPD-premier Manuela Schwesig in Mecklenburg-Voor-Pommeren. Vorig jaar stond zij nog 20 procentpunten achter op de AfD, maar zij begon een spectaculaire inhaalrace die uiteindelijk bleef steken op bijna 3 procentpunten verschil. Zij boekte succes door zich af te zetten tegen de hervormingen van de regering waarvan ook haar eigen partij deel uitmaakt.
Binnen de SPD wordt dat gezien als een teken dat een linkse koers loont. De hervormingen worden gezien als bezuinigingen, zei Tim Klüssendorf, de secretaris-generaal van de SPD: ‘We kunnen niet met de kop door de muur zo doorgaan.’ Dat belooft onrust binnen de coalitie, bij de behandeling van de hervormingen in het parlement dit najaar.
De SPD bevindt zich echter in een spagaat. Enerzijds dwingt de situatie tot een scherpere linkse profilering, anderzijds zal zij ervoor terugdeinzen het kabinet op te blazen, omdat zij niet klaar is voor nieuwe verkiezingen.
Zo wordt Merz voorlopig politiek in leven gehouden, al blijft zijn positie uiterst precair. Het einde van het verkiezingsjaar 2026 lijkt hem even respijt te geven. Volgend jaar vinden er alleen verkiezingen plaats in het westen van Duitsland, waar de AfD weliswaar winst boekt, maar toch zwakker is dan in het oosten.
De Frankfurter Allgemeine schreef maandag dat Merz daar hoop uit kan putten: ‘De deelstaatverkiezingen in het westen kunnen volgend jaar heel anders aflopen, vooral als de economie, dankzij de door Merz getroffen hervormingen, weer op gang komt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant