Mensen met lage inkomens kunnen straks tot zesduizend euro subsidie krijgen voor de aanschaf van een tweedehands elektrische auto. Het innovatieve plan moet de energietransitie aantrekkelijker maken voor minder bedeelden. Maar, ‘de regeling is complex en kent risico’s’.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Dat meldt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) maandag. Mogelijk komt de subsidie nog voor het einde van dit jaar, anders in het tweede kwartaal van 2027. De regeling is vooruitstrevend. Inkomensafhankelijke steun is een efficiënte en financieel verantwoorde manier om de energietransitie vooruit te helpen, maar is in de praktijk moeilijk uitvoerbaar.
De Overstapsubsidie Gebruikte Elektrische Auto’s (OGEA) voorziet in zesduizend euro bij aanschaf van een tweedehands elektrische auto, bij een inkomen van 12.500 tot 27.533 euro netto per jaar. Dat is 100 tot 130 procent van het bijstandsniveau, afhankelijk van de gezinssituatie. Mensen met een hoger inkomen, tot maximaal 35.793 euro, krijgen straks vierduizend euro subsidie.
Het ministerie is op deze subsidiebedragen uitgekomen, zegt een woordvoerder van IenW, ‘door te kijken naar het soort auto dat deze groep vaak koopt, en wat er dan bij moet voor een elektrisch model’.
In ruil voor de steun moeten aanvragers hun benzine- of dieselauto naar de sloop brengen. Dat was niet eerder een voorwaarde bij subsidies voor elektrisch rijden, zegt de woordvoerder. ‘We willen hiermee bijdragen aan kabinetsdoelstellingen omtrent elektrificatie van het wagenpark, en maakten daarom doelbewust de keuze: deze auto’s moeten van de weg.’
Daarop moet worden toegezien. Ook mogen aanvragers de auto in het eerste jaar niet verkopen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, die gezien haar ervaring met ‘maatwerk’ op het gebied van subsidies de regeling moet uitvoeren, voorziet problemen.
‘Deze regeling is complex en kent meerdere risico’s in de uitvoering’, schrijft de RVO in een evaluatie van de plannen. Het grootste punt van zorg is dat de subsidies zijn afgestemd op individuele inkomens, niet op huishoudinkomens. Dat kan niet anders, stelt de RVO: ‘Toetsing op huishoudinkomen is technisch gezien niet haalbaar.’
Omdat de aanvragen individueel zijn en het gezinsinkomen niet wordt getoetst, schrijft de RVO, ‘is het aannemelijk dat een deel van de middelen terecht komt bij huishoudens met een relatief hoog huishoudinkomen’.
Andere potentiële haken en ogen: de RVO, Belastingdienst, Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), en Basisregistratie Personen (BRP) moeten gegevens koppelen. Daarvoor moet ICT worden ontwikkeld. Met name voor de Belastingdienst is onduidelijk of dat op tijd lukt.
Daarnaast heeft de Belastingdienst ‘fiscale geheimhoudingsplicht’, wat juridische hoofdbrekens oplevert. Bij oneigenlijk gebruik moet de RVO handhaven, terwijl het daar weinig ervaring mee heeft.
IenW heeft 54,2 miljoen euro gereserveerd voor de regeling, die deels afkomstig is uit Europese fondsen. Behalve als hulp bij de energietransitie is de regeling ook bedoeld om mensen met lagere inkomens tegemoet te komen, nu brandstofprijzen door de oorlog in het Midden-Oosten zijn gestegen tot nooit eerder vertoonde hoogten. Ook hoopt IenW de binnenlandse markt voor tweedehands elektrische auto’s te stimuleren.
Eigenlijk, schrijft de RVO, is de ‘Rijksoverheid op dit moment onvoldoende ingericht om inkomensafhankelijke subsidieregelingen voor particulieren efficiënt uit te voeren’.
Terwijl bepaalde maatschappelijke vraagstukken, waaronder de energietransitie, in de toekomst wél vragen om een effectieve manier om particulieren met lage inkomens te ondersteunen, volgens de RVO. ‘Daarom is het belangrijk om naar een structurele oplossing te zoeken om deze doelgroepen goed vanuit de overheid te kunnen bedienen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant