Het is onmogelijk om alle boeken aan te schaffen die je ooit wilt lezen. Het is zelfs al bijna onmogelijk om alle boeken die je zelf hebt aangeschaft, ook daadwerkelijk te lezen, en daarom zijn er recensies: samenvattingen, geschreven door een recensent die ook nog eens een persoonlijk oordeel velt. Dat laatste zie ik AI nog niet doen.
Daarom las ik met een zekere gretigheid de recensie in NRC van Michiel Leezenberg over boeken van twee Amerikaanse non-fictie-schrijvers die de uitvinding van het moderne rassendenken in kaart proberen te brengen. Dat onderwerp had als student in de jaren 80 al mijn interesse.
De recensent verklaart: „Op de lagere school leerde ik begin jaren zeventig nog netjes dat de wereldbevolking was opgedeeld in vijf rassen”. Dat moet dan op een zogeheten Vrije School zijn geweest, op antroposofische grondslag, waar dat lang een gewoonte bleef. Ik kan me over de rassenlessen niets herinneren, terwijl ik ongeveer van Leezenbergs leeftijd ben.
In mijn geheugen staat juist gegrift dat ‘ras’ een beladen en onmogelijk begrip was, gezien de (toen nog) recente Duitse geschiedenis. Later, als student, ontdekte ik hoe raciale categorieën pas in de 18de eeuw hun biologische en schijnbaar onveranderlijke lading meekregen. Dat ‘biologisme’ van verschillende rassen is onzin, het kan niet vaak genoeg herhaald worden, maar ik struikelde over deze passage in Leezenbergs artikel: „Critici van woke en apologeten van racisme proberen ras en rassendenken weleens voor te stellen als simpele natuurfeiten. Maar dat klopt niet […]”.
Was het maar waar, dat de voorstelling van rassen als ‘simpele natuurfeiten’ alleen beperkt beleef tot woke-critici en doorgefourneerde racisten. Zeker die laatste groep is met z’n witte etnodenken aan een gevaarlijke opmars bezig, ook weer in Europa. Pijnlijker is dat verklaarde antiracisten ook weleens raciale definities gebruiken, alsof het glashelder is waarover ze het hebben. Juist in de hitte van de antiracistische strijd wil de kloof tussen ‘wit’ en ‘zwart’ wel voorgesteld worden als onoverbrugbaar, als zouden die twee kleuraanduidingen verwijzen naar twee verschillende menstypen, die weinig tot niets met elkaar gemeen hebben. Alsof wrede natuurwetten hen scheiden.
Het meest hilarische voorbeeld daarvan was een uitspraak van de Amerikaanse stand-up comedian en acteur Richard Pryor (1940-2005) die deze zin boekstaafde: „Hey baby, it’s a black thing, you wouldn’t understand.” Pryor legde daarna uit dat deze opmerking perfect werkte als hij een witte vriendin aan het daten was, maar dat zijn zwarte veroveringen er hoegenaamd niet van onder de indruk waren. Grapje, meneer, de zaal lachte subiet.
Toch verschenen er in de jaren 90 in de Verenigde Staten T-shirts met precies die tekst erop, en de (zwarte) dragers trokken er diepzinnige gezichten bij, alsof ze het wereldraadsel hadden opgelost. Het verschil in politieke ervaringen van zwart en wit werd zo opgerekt, dat het al bijna een feitelijke gegeven leek.
Maar ook in Amerikaanse, academische kring werd het raciale verschil als quasi-biologisch voorgesteld: Lees de sociologe Robin DiAngelo, die in haar bejubelde boek White fragility (2018) stelt: „Witte identiteit is inherent racistisch; witte mensen bestaan niet buiten het systeem van witte suprematie.” Of: „Als je wit bent is het onmogelijk om niet racistisch te zijn”.
Dat zijn ferme uitspraken, op zijn minst essentialistisch en in hun generaliserende stelligheid ook racistisch. Het moet waarschijnlijk gelden als extra bewijs dat DiAngelo zelf ‘wit’ is, en dus ook aan zelfkritiek doet. Het blijft een mirakel, hoe deze socioloog zelf ontsnapte aan het ‘ínherente racisme’ van al die andere witte mensen.
Of neem de Amerikaan Ibram X. Kendi, auteur van How to Be an Antiracist (2019) en zijn laatste boek Chain of Ideas (2026), waarover ik zelf een recensie schreef in deze krant (20/8). In 2003 verkondigde hij in een artikel: „Europeanen zijn simpelweg een ander slag mens.” Later noemde hij dat statement in zijn eerstgenoemde boek „onvolwassen”.
Dat is te mild geoordeeld. Vergeet hier vooral de Amerikaanse context niet, waar ‘Europeanen’ staan voor ‘wit’. Dat er in Europa ook voldoende bruine en zwarte mensen rondlopen, was Kendi even ontschoten. Europeanen als „simply a different breed of human”: dat lijkt verdacht veel op die eerder genoemde ‘simpele natuurfeiten’.
Deze twee voorbeeldschrijvers vallen niet te reduceren tot ‘woke-critici’. Blijft over, volgens Leezenbergs lezing: ‘apologeten van racisme’.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie