Tolerantie
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Wie nog geloofde in het imago van een tolerant Nederland, werd de afgelopen dagen hard met de feiten geconfronteerd. Op het Malieveld in Den Haag waren zaterdag racistische, antisemitische en extreemrechtse pleidooien te horen. Openlijk, zonder schaamte. Opnieuw.
Deze week begon met onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos Instituut waaruit een schrikbarende daling in homo-acceptatie zichtbaar werd. Jongeren met migratieachtergrond golden al als minder tolerant dan leeftijdsgenoten, maar de acceptatie is nu niet alleen verder gedaald onder hen, maar onder álle jongeren – ook meisjes, ongeacht opleiding of welvaartsniveau. Terecht zegt hoofdonderzoeker Gonneke Stevens, hoogleraar jongerenwelzijn aan de Universiteit Utrecht, tegen NRC: „Dit is een vraagstuk voor ons allemaal.”
Beide laten zien hoe broos Artikel 1 van de Grondwet is. Op papier mogen „allen die zich in Nederland bevinden” dan gelijk zijn, en is discriminatie „op welke grond dan ook” niet toegestaan. De realiteit blijkt helaas anders.
En op állerlei fronten. In NRC vertelden Rotterdammers van kleur hoe ze er altijd rekening mee houden dat ze staande worden gehouden door de politie. Hoe zij zich aanpassen en voorbereiden op vooroordelen en discriminatie. Een van hen zegt: „Hoe minder je op een witte Nederlander lijkt, hoe meer verhalen je hebt.”
Uit de Global Gender Gap Index bleek vorige week dat de emancipatie van vrouwen in Nederland nagenoeg stilstaat, terwijl gelijkheid tussen man en vrouw, bijvoorbeeld als het om lonen gaat of om taken thuis, in omringende landen toeneemt. Econoom Sophie van Gool concludeerde: „Ja, de wetten zijn de afgelopen vijftig jaar veranderd, maar de mentaliteit niet.”
Is dit het Nederland dat wij willen zijn? Waarin Artikel 1 geen grondrecht is, maar een papieren werkelijkheid?
Wellicht is iedereen die gelijkheid van belang vindt de afgelopen decennia te zelfgenoegzaam geweest. Leek een regenboogzebrapad afdoende om mensen die gelijkheid maar ‘woke-gelul’ vinden, te laten zien dat Nederland een tolerant land is. Heeft de felheid waarmee soms werd gestreden voor gelijke rechten een cultuurstrijd veroorzaakt, in plaats van geleid tot een samenleving waarin iedereen zichzelf kan zijn en juist niét in een hokje hoeft te worden geplaatst. Is het luisteren naar de zorgen van kiezers met radicaal-rechtse ideeën verward met het niet-normeren van openlijk racisme. En een samenleving die dat laatste toestaat, opent de deur naar discriminatie van iedereen die niet aan een zogenaamd gemiddelde voldoet.
Het is makkelijk om naar de (landelijke) politiek te wijzen. Vanuit Den Haag wordt regelmatig te slap, te laat of te zuinigjes gereageerd op ontsporingen, ook die in de Tweede Kamer zelf. Het is makkelijk om te wijzen op sociale media en de verspreiding van desinformatie, op de opkomst van de manosfeer en bijbehorende misogynie, en op religieus fundamentalisme. Het is makkelijk om het onderwijs aan te spreken of ouders.
Maar het vraagt iets van een hele samenleving om aan elkaar duidelijk te blijven maken dat gelijkheid een basiswaarde van en in dit land is. Dat daar respect en solidariteit voor elkaar bijhoort. En dat Artikel 1 geen aflaat mag zijn om te denken dat ‘we’ het hier in Nederland wel goed hebben geregeld.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie