Home

Komt er een visverbod met weerhaken? ‘De gevolgen voor de visserij zijn buitenproportioneel’

Komt er een verbod op het vissen met een weerhaak? Dinsdag stemt de Tweede Kamer erover. Langs de IJssel vindt André het maar niks. Maar: ‘Als door mijn schuld een mooie vis doodgaat, dan vind ik dat wel zielig.’

is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.

Al zestig jaar zit André (67) hier langs het water. Als jonge knaap begon het met een bamboehengeltje, nu werpt hij een aanzienlijk geavanceerder exemplaar uit in de IJssel. Wat al die decennia niet veranderde, is wat aan het einde van zijn draad is geknoopt. Een weerhaak.

Maar hoelang nog? ‘Ik heb er heel veel van, moet ik die straks allemaal weggooien?’, vraagt hij zich nors af.

Die kans bestaat. Dinsdag stemt de Tweede Kamer op initiatief van de Partij voor de Dieren (PvdD) over een verbod op weerhaken bij het vissen met hengel. Het is een van de aanpassingen die de partij voorstelt op de Visserijwet uit 1963. Een ander amendement beoogt dat gemeenten straks gemakkelijker een visverbod kunnen afkondigen in eigen wateren. Met name het weerhaakverbod stuit op fel verzet van (sport)visorganisaties.

‘Onnodig dierenleed’

In de J-vormige weerhaak zit onder aan het uiteinde nog een haakje naar binnen toe. Zodat het ding niet zomaar uit de vissenbek vloept bij gespartel. Dat mag voor vissers handig zijn, volgens de PvdD leidt dit ‘bij hengelen tot ernstig en onnodig dierenleed doordat deze haken lastiger uit de mond van een vis te halen zijn dan weerhaakloze haken, de haakwond groter maken, en daarbij geregeld de mond en de ingewanden van vissen openscheuren’. De dierenpartij haalt ‘breed gedragen’ wetenschappelijk onderzoek aan waaruit blijkt dat vissen ‘reageren op pijnprikkels en pijn ervaren’.

‘Weer zo’n klein rotding’, moppert André, die weliswaar bereid is met zijn vangst te poseren voor de fotograaf, maar langs het water verder een anoniem bestaan wil leiden en daarom niet met achternaam in de krant wil. Zijn maden vallen al bij de eerste twee worpen in de smaak, maar kennelijk nog niet bij de juiste soort.

‘Een pos, het onkruid onder de vissen.’ Met een krakend geluid komt de weerhaak los uit de bek. ‘Als je niet oppast en het draad even laat vieren, heeft deze de haak zo tot achter bij de staart zitten.’

De ene vis is de andere niet voor André, blijkt langs de IJssel bij het Gelderse Baak. Om het lot van de ‘lelijke’ pos bekommert hij zich amper, maar zegt wel: ‘Als door mijn schuld een mooie vis doodgaat, dan vind ik dat wel zielig’.

Jarenlange discussie

De discussie rond de weerhaak is al tijden gaande. Amersfoort kwam in 2023 met een lokaal verbod, waarna meerdere gemeenten er ook werk van maakten. Het is niet genoeg, vindt de PvdD: ‘Bij het voorkomen van onnodig en ernstig lijden van dieren, zou het niet moeten uitmaken in welke gemeente een vis wordt gevangen.’

Onder veel vissers bestaat scepsis over het alternatief. De weerloze haak zou juist ‘wandelen’ in de bek en zo onnodig snijden. ‘De vele spookverhalen rondom weerhaakloze haken komen van mensen die weinig tot geen ervaring hebben met deze variant’, schreef Daniël Jawadnya tien jaar geleden al op KWO, een forum voor ‘karpercracks’. De inmiddels voorzitter van Hengelsportvereniging Natuurlijk Limburg deed ervaring op in Engeland, waar op sommige plekken al langer verboden gelden. Zijn conclusie: totaal overbodig.

Langs het water zijn genoeg medestanders van Jawadnya te vinden, maar de Nederlandse Vissersbond en de Sportvisunie denken er beduidend anders over. In een brandbrief namens de sector schrijven zij dat ‘de gevolgen voor de dagelijkse vispraktijk en de visserijketen buitenproportioneel zijn en onvoldoende in beeld’. Het verbod zou leiden tot ‘vangstreductie, minder visconsumptie, omzetverlies van ondernemers en minder vrijheid om het meest geschikte materiaal te kiezen’. Een woordvoerder was maandag niet bereikbaar om dit verder toe te lichten.

Op een strandje tussen een van de kribben in de IJssel moet André toegeven dat hij nog nooit de moeite heeft genomen iets anders dan de weerhaak te gebruiken. Hij spreekt van ‘die mafkezen van de Partij voor de Dieren’, die zich maar beter over ‘echte problemen’ moeten bekommeren. En dat hij weinig zin heeft om voor de partij waar hij ‘nooit op zou stemmen’ zijn manier van vissen na zestig jaar aan te passen. Hij zegt ook: ‘Als het moet om mijn hobby te kunnen blijven uitvoeren, dan moet het maar.’

Rust

Met enige moeite priegelt André zijn vishaak uit zijn versleten Juventus-trainingsbroek, waar het in vast is komen te zitten. Het plezier van zijn hobby vat hij samen in één woord: rust. ‘Met wedstrijden doe ik niet mee, en als hier iemand bij komt zitten, ben ik weg.’

Drie, soms vier ochtenden in de week zit de man met een werkend leven als ICT’er bij de Belastingdienst in Apeldoorn achter de rug, langs het water voor zich uit te staren. Als het niet hier is langs de doodstille IJssel, dan wel ergens verscholen langs de meanderende Berkel bij Lochem. Alleen voor zijn kleinzoon van zes maakt hij op donderdagen een uitzondering als ze er samen op uit trekken.

Na een kortstondige poging met maïs als aas, is André weer terug bij de maden. Hij voelt al snel dat hij goed beet heeft. Met enige moeite haalt hij een hevig spartelende winde eruit. ‘Die had de haak behoorlijk achterin zitten’, zegt hij als het beest weer wegzwemt.

André kijkt nog eens voor zich uit over het water. ‘Het is toch schitterend zitten dit. Moet je die wolken zien! Dan hoef je ook niet zoveel te vangen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next