De geelpoothoornaar verschijnt geregeld in het nieuws als horrorwesp die Nederland overspoelt en alle bijen opeet. Experts pleiten voor nuchterheid, maar voor imkers ligt de situatie anders.
schrijft voor de Volkskrant over praktische kwesties uit het dagelijks leven en (duurzaam) reizen.
Wie deze herfst buiten loopt, heeft vooral in de zuidelijke provincies een reële kans om er een tegen te komen: de opvallend grote wesp met gele poten. Rond september bereiken de nesten van de geelpoothoornaar – voorheen bekend als de Aziatische hoornaar – hun maximale omvang. In delen van Limburg werd voor dit seizoen gerekend op een dichtheid van bijna vijf nesten per vierkante kilometer. Berichten over bezorgde imkers die op allerlei manieren hoornaars proberen te bestrijden om hun bijenvolken te beschermen, duiken overal op.
De geelpoothoornaar is te herkennen aan een zwart borststuk en gele pootuiteinden. Nathan Veenstra van de Wespenstichting: ‘Met een lengte van 2 tot 3 centimeter is hij kleiner dan de inheemse Europese hoornaar. Die kan wel 3,5 centimeter worden.’ Sinds 2017 komt het insect voor in Nederland; rond 2020 gaven veel gemeenten de actieve bestrijding al op.
De toon over de geelpoothoornaar is vaak alarmerend, maar Veenstra pleit voor nuchterheid. ‘Voor een losse geelpoothoornaar die rondvliegt hoef je niet bang te zijn, die doet niets. Ze steken pas als ze hun nest verdedigen.’ Volgens hem wakkeren sensatieberichten de angst onnodig aan: ‘Onlangs overleed een boer in België na meerdere steken nadat hij een nest had verstoord. Buitengewoon triest, maar dat had net zo goed kunnen gebeuren na het intrappen van een andersoortig wespennest of het omstoten van een bijenkast. Het gevaar zit in de optelsom van veel steken, niet in een uitzonderlijk gif.’
Dat gif heeft volgens Theo Zeegers, entomoloog bij Kenniscentrum Insecten (EIS) van Naturalis, dezelfde samenstelling als dat van inheemse wespen. ‘De kans om gestoken te worden is vrijwel nihil, tenzij je binnen 2 meter van een nest komt. Dan kan een serieus probleem ontstaan.’ Alle sociale wespen reageren defensief als hun nest wordt verstoord, zegt Veenstra, maar de nesten van de geelpoot zijn vaak groter en de aanval is feller. ‘Zodra er gevaar dreigt, slaan de werksters met een geurstof alarm. Binnen een paar tellen keert de hele groep zich tegen je.’
Omdat de nesten meestal hoog in boomkruinen hangen, is het risico voor wandelaars en tuiniers zeer klein, zegt Zeegers. De voorlichting zou zich volgens hem moeten richten op die paar procent die laag hangt, in hagen of fruitbomen. ‘Ga je de heg snoeien, kijk dan eerst even goed. Je wilt niet met een heggenschaar door een wespennest gaan.’
Voor imkers ligt de situatie anders. Bart Boogaars houdt bijenkasten op het dak van de aula van de TU Delft en ziet de hoornaars dagelijks jagen. ‘Er hangt er geregeld een voor de vliegopening die om de paar minuten een bij meeneemt. Het gevolg is dat het volk soms niet meer naar buiten durft om voedsel te halen. Juist nu moeten de winterbijen worden aangemaakt. Als dat stagneert en er geen eten meer binnenkomt, gaat de koningin van de leg en overleeft het volk de winter niet.’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Zijn collega-imker Hans van Mechelen richtte hierom een stichting op om nesten actief op te sporen en weg te halen. Boogaars vraagt studenten mee te denken over technische hulpmiddelen. Inmiddels wordt geëxperimenteerd met lichte zendertjes op gevangen werksters om ze terug naar het nest te volgen, warmtecamera’s op drones en zogeheten elektrische harpen voor de kasten: draden waar bijen tussendoor vliegen, maar waar de bredere hoornaar tegenaan botst, met elektrocutie tot gevolg.
‘We weten dat we de soort niet meer wegkrijgen’, zegt Van Mechelen. ‘Maar we hopen de toename met technologie af te vlakken, zodat onze bijen en de rest van de natuur langer de tijd krijgen om zich aan te passen.’
Het is volgens Veenstra begrijpelijk en er is niets mis mee dat imkers hun kasten willen beschermen. Grootschalige bestrijding is echter een illusie, zegt ook Zeegers: ‘Je vlakt er hooguit de groei een beetje mee af.’ Dat de hoornaar het einde van onze biodiversiteit zou betekenen, klopt volgens hem niet. ‘Een honingbij is veeteelt, net als een koe. De ecologische én economische schade is beperkt. Ter illustratie: gewone limonadewespen vangen tezamen veel meer insecten, en daar jagen deze hoornaars juist weer op.’ Zeegers beveelt bestrijding dan ook alleen aan als een nest concreet gevaar oplevert voor mensen.
Wel is alertheid geboden bij een vermoeden van een nest in de omgeving. Volgens Van Mechelen kun je dan het beste een melding met foto uploaden op Waarneming.nl: ‘Daarmee help je om de verspreiding en locaties inzichtelijk te maken.’ Zeegers waarschuwt: ‘Ga nooit zelf aan de slag en ga ook niet in zee met particuliere bestrijders die naar de gifspuit grijpen. Gif in de buitenruimte is verboden en geeft veel nevenschade. Nesten kunnen het beste mechanisch met een speciale stofzuiger met een heel lange steel worden leeggezogen.’
Mocht je per ongeluk toch te dicht bij een nest komen, dan telt volgens Veenstra maar één reflex: ‘Ren zo snel en ver mogelijk weg. Hoe verder je bent, hoe groter de kans dat ze de achtervolging staken.’ Bij een eventuele steek luidt zijn advies: ‘Wees alert op een mogelijke allergische reactie en vraag iemand in de omgeving op je te letten. Het gif uitzuigen heeft geen zin, direct koelen helpt het beste tegen de pijn en zwelling. Ook weer net zoals bij andere wespen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant