Home

Hoe het Spaanse en Marokkaanse voetbal de Ceuta-crisis gebruikt voor eigen politiek gewin

Anderhalve maand na de massale oversteek bij Ceuta wordt de crisis door zowel het Spaanse als het Marokkaanse voetbal ingezet om de eigen boodschap te verkondigen. En dat terwijl ze eigenlijk moeten samenwerken met het oog op het WK 2030, dat ze met Portugal organiseren.

schrijft voor de Volkskrant over sport en media. Eerder was hij nieuwsverslaggever.

‘Jullie, alle inwoners van Ceuta, zijn onze idolen geworden’, sprak de Spaanse bondscoach Luis de la Fuente terwijl de recent gewonnen wereldbeker achter hem prijkte. ‘Jullie hebben blijk gegeven van standvastigheid, kracht en waardigheid, en zijn daarmee een voorbeeld voor heel Spanje.’ De lovende woorden zijn onder meer gericht aan de burgemeester van Ceuta en andere lokale vertegenwoordigers, die begin september op het Palacio de la Asamblea in Ceuta waren samengekomen.

De bijeenkomst vormde de aftrap van De la Fuentes’ rondreis door Spanje, waar hij de komende tijd met de gouden bokaal zal rondtrekken. Dit doet hij samen met Rafael Louzán, voorzitter van de Spaanse voetbalbond RFEF. Deze zegetocht had overal in het land kunnen beginnen, maar volgens Louzán was er ‘geen betere plek dan Ceuta’ om de overwinningsronde te starten.

Dat heeft alles te maken met de crisis die eind juli in de stad ontstond, toen duizenden jongeren vanuit Marokko plots de oversteek maakten en de ruim 80 duizend inwoners van de Spaanse exclave opschrikten. Hierbij kwamen zeker honderd overstekende jongeren om het leven. Met het bezoek wil de Spaanse voetbalbond de inwoners een hart onder de riem steken.

Althans, dat is een van de redenen, want er zit meer achter het solidariteitsgebaar. Ceuta wordt net als het oostelijker gelegen Melilla al sinds 1956 (het jaar waarin Marokko onafhankelijk werd van Frankrijk) betwist door Marokko als zijnde Spaans grondgebied. Beide steden liggen aan de andere kant van de Straat van Gibraltar, op het Afrikaanse continent, en genieten sinds 1995 als ‘autonome steden’ een bijzondere bestuurlijke status binnen Spanje. Hoewel de twee Spaanse exclaves al honderden jaren onder Spaans gezag staan, erkent Marokko de Spaanse soevereiniteit over de steden niet en ziet het land ze als overblijfselen van het Europese koloniale verleden in Noord-Afrika.

Politieke agenda

Sinds Ceuta weer in de actualiteit is, ziet Marokko zijn kans schoon om deze kwestie weer op de politieke agenda te zetten. Tegelijkertijd voelt Spanje de noodzaak om zijn territorium af te bakenen. En wat is daarvoor een beter middel dan de Spaanse nationale selectie, die afgelopen zomer wereldkampioen werd? Want als iets de inwoners van dit sterk verdeelde land verenigt, is het wel het nationale voetbalelftal. Dit weet ook Louzán, die zijn toespraak in Ceuta afsloot met de symbolische zin: ‘Spanje is Ceuta en Ceuta is Spanje.’

Als extra toegift beloofde de voorzitter van de Spaanse voetbalbond tijdens het bezoek dat hij een wedstrijd van een van de Spaanse nationale teams naar de autonome stad zou halen. De keuze viel uiteindelijk op een vriendschappelijke wedstrijd tussen Spanje en Mexico onder de 20 jaar, die op 30 september zou plaatsvinden in het Estadio Alfonso Murube, thuisbasis van AD Ceuta FC. Maar omdat de Spaanse politie aangaf de veiligheid van de bezoekers ‘vanwege de huidige sociale spanningen in Ceuta’ niet te kunnen garanderen, wordt gezocht naar een alternatieve locatie. De wedstrijd zal nu waarschijnlijk in Madrid worden gespeeld.

Het bezoek van Louzán en De la Fuente aan Ceuta viel aan Marokkaanse zijde niet in goede aarde. Volgens verschillende Marokkaanse media zou Spanje het voetbal hiermee politiseren en inzetten voor zijn eigen (geo)politieke doeleinden. Ook zou de samenkomst niet bijdragen aan de toch al moeizame betrekkingen tussen de twee landen, die samen met Portugal het WK van 2030 organiseren.

MAS Fez

Ondertussen vervagen de grenzen tussen politiek en sport in Marokko ook, zo bleek enkele dagen na het bezoek. Tijdens een wedstrijd van de Marokkaanse voetbalclub MAS Fez was een spandoek te zien met daarop de Spaanse tekst: ‘Ceuta en Melilla: twee steden, één vaderland: Marokko’. Het spandoek zou toebehoren aan de ‘Fatal Tigers’, de radicale supportersschare van de club.

Toch weerspiegelt de tekst een vrij breed gedeelde opvatting onder Marokkanen, en beperkt deze zich niet tot één ideologische groep, vertelt de Spaans-Marokkaanse journalist Leyla Hamed, wier ouders uit Ceuta komen. ‘Tijdens de huidige crisis hebben partijen uit zowel de regeringscoalitie als de parlementaire oppositie publiekelijk de Marokkaanse soevereiniteitsclaims op Ceuta en Melilla herhaald’, aldus Hamed.

Hiermee wil ze nog niet stellen dat het voor elke Marokkaan een even belangrijke kwestie is. ‘Er bestaat een verschil tussen een standpunt dat diep verankerd is in het nationale verhaal van een land en iets dat mensen als een directe politieke prioriteit beschouwen.’

Aan de Spaanse kant heeft niet alleen de Spaanse voetbalbond van zich laten horen over de kwestie-Ceuta, ook een aantal Spaanse clubs hebben zich geroerd. Zo werden voor de wedstrijd tussen Real Betis en Real Madrid op 4 september twee enorme vlaggen op het veld ontvouwd: één in de zwart-witte kleuren van Ceuta en één in het rood en geel van Spanje. Ook voor Real Madrids Champions Leagueduel tegen Inter Milaan hielden Real-supporters op de zuidtribune collectief vlaggen van Ceuta omhoog en waren in het stadion posters te zien met daarop teksten als ‘todos con Ceuta’ (‘iedereen voor Ceuta’, red.).

Buiten het stadion klonken die avond andere, meer extreme geluiden, geuit door een groep supporters van Real Madrid. Zij werden gefilmd terwijl ze antisemitische en islamofobe spreekkoren zongen en vlaggen verbrandden van Marokko en de Spaanse premier Pedro Sánchez. Die laatste wordt er door de centrumrechtse partij PP en de extreemrechtse partij Vox van beschuldigd de massale oversteek te hebben veroorzaakt met zijn inclusieve migratiebeleid. De supporters behoorden mogelijk tot de Ultras Sur, de extremistische harde kern van Real Madrid die in 2013 uit het Bernabéu-stadion is verbannen vanwege haar verleden van geweld, racisme en neonazistische symboliek.

Spreekkoren

Volgens journalist Hamed vormen deze beledigende spreekkoren het bewijs dat bepaalde (extreem)rechtse groeperingen proberen de solidariteit met de Spaanse exclave in te zetten voor hun eigen anti-immigratiestandpunten. Tegelijkertijd vormen de leuzen volgens Hamed ‘de scherpste tegenstelling’ van allemaal, omdat Ceuta als gemeenschap prat gaat op het feit dat christenen, joden, moslims en hindoes er harmonieus samenwonen.

‘Deze gemeenschappen zijn geen buitenstaanders in Ceuta; zij zijn Ceuta en al generaties lang onderdeel van de stad’, vertelt de journalist, die zich afvraagt voor wie deze groeperingen het eigenlijk opnemen. ‘Hoe kun je een bevolking verdedigen, terwijl je een groot deel van hen tegelijkertijd afwijst?’

Andere controverse die is ontstaan rond een van de steunbetuigingen aan Ceuta heeft betrekking op de ‘todos somos caballas’-campagne die de afgelopen week in enkele Spaanse stadions te zien was. De spreuk, oorspronkelijk gelanceerd door een groep invloedrijke Valenciaanse ondernemers, bevat een verwijzing naar de bijnaam van de inwoners van Ceuta: ‘caballas’, oftewel makrelen.

Waar FC Barcelona weigerde mee te doen, omarmden clubs als Betis, Villarreal, Elche en Real Madrid de actie door hun spelers het veld op te laten lopen met shirts met daarop de tekst. Het onderstreept het institutionele karakter van de acties, zegt Hamed. ‘Het gaat allang niet meer om individuele supporters die spontaan hun medeleven betuigen, dit zijn politieke keuzes, of ze het nu als politiek classificeren of niet.’

Alleen loopt niet iedereen in de pas, zo werd duidelijk toen de Real-spelers het veld op kwamen voor de wedstrijd tegen Elche. Terwijl de meeste spelers hun shirts netjes droegen, hadden Vinicius Jr, Kylian Mbappé en Ibrahima Konaté hun shirts opgerold, waardoor de tekst maar half zichtbaar was. Nog voordat de handen van de tegenstander werden geschud, trokken de drie hun shirt alweer uit. De drie voetballers met Afrikaanse roots kregen de wind van voren op sociale media; men vroeg zich hardop af of ze wel solidair waren met de inwoners van Ceuta.

Na afloop verklaarde Mbappé aan de Spaanse sportkrant AS dat hij ‘geen prioriteit wilde geven aan leed’ en hiermee ook zijn gedachten wilde laten uitgaan naar ‘alle migranten die het leven hebben verloren en die het ook zwaar hebben’. Ook benadrukte hij zijn steun aan de inwoners van Ceuta, ‘want voordat ik voetballer ben, ben ik een mens’, zei de Fransman. Vinicius en Konaté hebben zich vooralsnog niet uitgelaten over hun handelen.

Een andere voetballer die ongewild in een loyaliteitsconflict terechtkwam en zich plots moest verantwoorden door de campagne, is Real Betis-speler Abdessamad Ezzalzouli, beter bekend als Ez Abde. Deze Marokkaans-Spaanse aanvaller, die uitkomt voor het Marokkaanse nationale elftal, droeg hetzelfde shirt voorafgaand aan de wedstrijd van zijn team tegen Villarreal.

Op sociale media leidde dit tot woede bij verschillende gebruikers, die het interpreteerden als een erkenning van de Spaanse soevereiniteit over Ceuta en hem ervan beschuldigden zijn vaderland, Marokko, in de steek te laten. Later legde Abde via een verklaring uit dat ‘het shirt op geen enkel moment is gebruikt met een politiek doel of uit minachting voor mijn volk’.

Kleur bekennen

In beide gevallen lijkt een deel van de Spaanse en Marokkaanse bevolking van de spelers te eisen dat ze kleur bekennen; je bent voor of tegen ons. In de ogen van Hamed ontbreekt het aan nuance in het debat. ‘Solidariteit met Ceuta en solidariteit met de Marokkaanse migranten sluiten elkaar niet uit’, aldus de journalist, die ziet dat zeker Marokkaanse voetballers vaker in een lastig parket zitten. ‘Kritiek mag, maar ik vind niet dat hun loyaliteit en identiteit telkens opnieuw in twijfel moet worden getrokken. Ze zouden niet elke dag moeten bewijzen dat ze ‘Marokkaans genoeg’ zijn.’

De rivaliteit tussen Marokko en Spanje wordt niet alleen zichtbaar tijdens de huidige crisis, maar speelt zich ook af binnen de organisatie van het WK 2030. Zoals beide landen vinden dat ze aanspraak maken op Ceuta en Melilla, geldt dat eveneens voor de finale van dat WK. De Spaanse voetbalbond vindt het vanzelfsprekend dat deze in het Bernabéu of Camp Nou wordt gehouden. Ondertussen bouwt Marokko ‘het grootste voetbalstadion ter wereld’ in Casablanca, waardoor het voor de Marokkaanse voetbalbond niet meer dan logisch is dat de finale daar zal zijn. Een definitieve beslissing van de Fifa laat voorlopig nog op zich wachten.

De huidige crisis laat volgens Hamed zien hoe fragiel de relatie is tussen Spanje en Marokko, terwijl de landen zich dat met het oog op het aankomende WK niet kunnen veroorloven. ‘Ze zullen dan intensief moeten samenwerken op het gebied van veiligheid, vervoer, infrastructuur en het verkeer van miljoenen supporters’, vertelt de journalist, in wiens ogen het WK de relatie tussen beide landen goed reflecteert. ‘Er is veel samenwerking en wederzijdse afhankelijkheid, maar daaronder schuilen concurrentie, geschiedenis en onopgeloste politieke spanningen.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next