Strips In een historisch accuraat De dissidenten wordt een ontluisterend beeld geschetst van onderdrukking en geweld tegen links-georiënteerde cartoonisten in het Amerika van de jaren 1910, die hun werk publiceerden in het activistische stripmagazine The Masses. Plus drie andere striptips.
De dissidenten van de Amerikaan Derf Backderf is een nauwkeurige reconstructie van de tegenwerking en ondergang van het op socialistische leest geschoeide maandblad The Masses. Het blad publiceerde reportages, poëzie en cartoons van activistische stemmen, zoals Art Young, Robert Minor, Max Eastman, Hendrik Glintenkamp en Emma Goldman. Backderf voert deze personen op in het verhaal dat hij vertelt via de fictieve figuur Joe Hertle. Deze Hertle is een zogenaamde hyphenate (letterlijk: verbindingsstreepje), een scheldwoord voor Amerikaanse ingezetenen met een migrantenachtergrond – in zijn geval Amerikaans-Duits.
Derf Backderf – De dissidenten. Concerto Books. 344 pagina’s hardcover. € 34,99
Hertle is illustrator voor kranten. Behalve cartoons en strips tekent hij puzzels en portretten van politici en filmsterren. Dom routinewerk, noemt hij het. Liever zou hij zijn talent inzetten als politiek cartoonist en dan vooral voor The Masses, waarin de cartoons gerust paginagroot worden afgedrukt. Hertle weet binnen te komen en dan wordt het interessant: Backderf toont ons de richtingenstrijd die er heerst en de discussies die er gevoerd worden, van antikapitalistisch tot revolutionair.
Meer nog dan de inkijkjes in het redactionele reilen en zeilen bij The Masses, laat Backderf zien hoe de toenmalige president Woodrow Wilson zich tegen hen opstelde. Het verhaal speelt in 1916; terwijl Europa in oorlog is en in Rusland een revolutie in de lucht hangt, wordt het Amerika van de autoritaire Wilson beheerst door raciale spanningen, economische ongelijkheid en de opkomst van zowel de extreemrechtse American Protective League als de vakbonden en radicaal-linkse oppositie.
Rebellerende uitgaven als The Masses zijn Wilson een doorn in het oog. Op allerlei manieren probeert hij ze het zwijgen op te leggen: cartoonisten worden aangeklaagd wegens opruiing en samenzwering, er worden pogingen ondernomen om het blad niet meer te laten bezorgen en als Wilson Amerika de oorlog inrommelt, worden de medewerkers van The Masses voor militaire dienst opgeroepen. Een aantal van hen ziet de Amerikaanse deelname aan de oorlog als het werk van kapitalistische belangen en vlucht of duikt onder. Dat betekent het einde van hun verzet.
Vanaf dan wordt de onderdrukking heviger. Onwelgevallige kritiek pareert Wilson met de Espionage Act en de Sedition Act, twee wetten die de vrije meningsuiting enorm inperken. Wie de regering beledigt of het beleid bekritiseert, krijgt ermee te maken. Uiteraard wordt het naar believen ingezet, met name tegen de linkse oppositie. Joe Hertle is er uiteindelijk bij als de redactieruimte van The Masses wordt leeggehaald.
Met de uitvoerige historische reconstructie is het hele verhaal verteld. Hoewel Backderf waakt om al te nadrukkelijk de vertaalslag naar het heden te maken, voelt de lezer dat wel. Veelzeggend in dit verband is het zinnetje voorin het boek: ‘We hebben dit al eens meegemaakt, maar we zijn het vergeten’.
Covers van ‘The Masses’.
Het geheel is uitmuntend verzorgd, met schitterende schutbladen en stofomslag. De auteur voegde ook bijna veertig pagina’s aan bronnenmateriaal en achtergrondinformatie toe, maar mooier nog: in het verhaal laat hij veel origineel werk zien uit The Masses, waarbij hij Joe Hertle opvoert als zijn spreekbuis. Zo geeft Backderf commentaar op het werk dat hij bewondert, wat uit zijn persoonlijke inleiding blijkt.
Backderf is geen begenadigd tekenaar. Zijn figuren zijn stram, kleding plooit op een rare manier en qua compositie ziet het er soms onbeholpen uit. Het gebrek aan kleur, behalve hier en daar een grijs raster, maakt alles platter dan het hoeft te zijn. Daar staat tegenover dat hij het oog feilloos over de pagina’s dirigeert, wat het leestempo ten goede komt. Dat is een geluk want de lezer heeft een behoorlijke kluif aan De dissidenten. Logisch, het is een verhaal zonder happy end, dat bovendien pijnlijk actueel is en ons aan het denken moet zetten. Zo cruciaal als De dissidenten lees je niet gauw.
De middeleeuwse vertelling Rebis van de Italiaanse Carlotta Dicataldo en Irene Marchesini is een visueel pareltje in onvervalste Disney-traditie. Martino is een albinojongetje dat wordt verstoten, omdat hij ongeluk zou brengen. Hij vlucht en trekt in bij een jonge vrouw in het woud. Daar kleedt hij zich in jurken en noemt hij zich Rebis (een mythologische verwijzing naar de vereniging van tegenstellingen). Het verhaal is soms erg subtiel en omtrekkend, maar de thema’s van identiteit en acceptatie blijven overeind. Een extra plus is de schitterende inkleuring.
In De Waterlanders neemt Judith Vanistendael ons mee naar 2071, als de wereld onder water staat. Een incomplete familie (onder wie een striptekenaar, in wie wij de auteur kunnen herkennen) vlucht noodgedwongen naar Noorwegen, waar ze zich vooral aan lokale gebruiken en regels moet committeren. Langzaamaan weten ze zich aan de strikte regels te ontworstelen, door medemenselijkheid en kunst in te zetten. Vanistendael baseerde De Waterlanders op het essay Te groot om ons voor te stellen van Amitav Ghosh, over de gevolgen van de naderende klimaatcrisis en onze verbeelding. Haar verhaal is gelukkig hoopvol en ontroerend.
Precies wat de titel belooft: in bijna 300 pagina’s wordt WO I uitvoerig uit de doeken gedaan, van de gebeurtenissen eind negentiende eeuw tot de Russische Revolutie. Nu eens niet vanuit de loopgraven of als ooggetuigenverslag, maar zakelijk en helder naverteld. Klinkt droger dan het werkelijk is, ook al zit de actie voornamelijk in pratende hoofden die de zaken verklaren. Van dezelfde auteurs verscheen vorig jaar al De Tweede Wereldoorlog in strip, volgens hetzelfde recept.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie