Home

Saoedische kroonprins stort zijn land zonder Trump liever niet in oorlog, maar akkoord met de Houthi’s wil hij ook niet

Wat moet kroonprins Mohammed Bin Salman van Saoedi-Arabië doen? Moet hij met grote inzet ten strijde trekken tegen de Houthi’s? Of ligt een herenakkoord eerder voor de hand?

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

Pikzwarte wolken aan de horizon. Loeiende sirenes die burgers waarschuwen binnen te blijven. Raketten en drones die voor miljoenen aan schade aanrichten. Saoedi-Arabië beleefde een rampzalig weekend, met meerdere aanvalsgolven door de Houthi’s in buurland Jemen. De Saoedische olie-export naar de rest van de wereld, toch al bemoeilijkt door de sluiting van de Straat van Hormuz, dreigt door de aanvallen nog verder te worden lamgelegd.

Vorige maand daalde de olie-export tot zo’n 3,2 miljoen vaten per dag, ruwweg de helft van wat de Saoediërs in vredestijd exporteren. In dertien jaar tijd is dat niet zo laag geweest. Daarbovenop kwam de voorbije twee weken de escalatie met de Houthi’s, leidend tot het bombarderen en buiten werking treden van de cruciale Yanbu-pijpleiding. Die pijpleiding was voor Saoedi-Arabië juist broodnodig, om de Straat van Hormuz te omzeilen.

De gevolgen zijn voelbaar. Volgens persbureau Bloomberg zette staatsoliebedrijf Aramco vrijdag een streep door alle afgesproken olie-export voor de maand oktober naar Europa. De enige route die enigszins buiten bereik van Iran en de Houthi’s ligt, loopt via het Suezkanaal en de Mediterraanse Zee, waarna de olie Azië zou moeten bereiken via Kaap de Goede Hoop – een wekenlange, peperdure omleiding.

Nachtmerrie

Een grotere nachtmerrie voor kroonprins Mohammed Bin Salman is nauwelijks denkbaar. Zowel de economie als de veiligheid van zijn doorgaans zo ongenaakbare koninkrijk is in het geding, zonder dat er eenvoudige oplossingen voorhanden zijn. Alle mogelijkheden, van diplomatie met de Houthi’s tot militaire actie, zijn beroerd. Dus staat de kroonprins voor een levensgroot dilemma. Wat te doen?

Optie één, een grootschalige Saoedische militaire campagne, ligt het meest voor de hand. De Houthi’s hebben ‘alle rode lijnen’ overschreden, zei oud-adviseur van de Saoedische regering Nawaf Obaid maandag tegen Al Jazeera. Saoedische gevechtsvliegtuigen voerden de voorbije weken al bombardementen uit, maar zouden de oorlog kunnen intensiveren.

Voorwaarde is wel dat er bondgenoten meedoen. De voorkeur gaat doorgaans uit naar Amerika, maar daar staat men niet te springen. Toen Bin Salman het Witte Huis op 10 september vroeg Houthi-stellingen te bombarderen, gaf president Donald Trump volgens bronnen van The New York Times groen licht. Gevechtsvliegtuigen werden in gereedheid gebracht, lijsten met doelwitten opgesteld, maar toen bedacht Trump zich. De VS deden toch niet mee.

Dat laatste heeft te maken met de Amerikaanse midtermverkiezingen op 3 november. Nog meer oorlog kan de Republikeinen stemmen kosten. Bovendien heeft de Amerikaanse regering zich door de Houthi’s laten verleiden tot een onderonsje, eerder deze maand in de Omaanse hoofdstad Muscat. De Houthi’s (door de VS nota bene aangemerkt als terreurorganisatie) beloofden tijdens dat gesprek alléén Saoedische olietankers in de Rode Zee aan te vallen. Prima, klonk het aan Amerikaanse kant, dan is onze scheepvaart veilig.

Wig in alliantie

Dat klinkt pragmatisch, maar betekent ook dat de Houthi’s voor het oog van de wereld een wig hebben kunnen drijven – voorlopig althans – in de decennia oude Amerikaans-Saoedische alliantie. De belangrijkste bondgenoot van de fundamentalistische Houthi-groepering, het Iraanse regime, probeert al maanden hetzelfde te bewerkstelligen door in de hele regio Amerikaanse bases te bestoken. ‘We zijn voortdurend in gesprek met de Houthi’s’, hield Trump zondag vol. ‘Ze hebben toegezegd niet te vechten tegen de Verenigde Staten.’

Dan optie twee: een herenakkoord met de Houthi’s, zoals beide partijen wisten te bewerkstelligen in april 2022. Het probleem met zo’n scenario is drieledig. Allereerst zou Riyad zo’n akkoord nu sluiten vanuit een positie van zwakte, hetgeen zou neerkomen op gezichtsverlies. Internationaal zou het gelezen worden als capitulatie. Ten tweede behouden de Houthi’s dan de controle over de zeestraat Bab al-Mandeb, zodat ze op ieder moment kunnen besluiten Saoedische olietankers opnieuw te beschieten. Een bestand zou minder waard zijn dan de inkt van beide krabbels.

Een derde mogelijkheid is een diplomatieke route via Beijing, want Riyad zit met een regionaal probleem. Het strijdfront draait niet om Jemen alleen, laat staan om Jemen én Saoedi-Arabië. Omdat de Houthi’s nauw optrekken met Iran (adviseurs van de Iraanse Revolutionaire Garde zijn veelvuldig in Jemen gespot), wordt de Bab al-Mandeb nu beschouwd als een pokerfiche in Iraanse handen. En zolang Iran en de VS onderling niet tot een nieuw evenwicht komen, blijft de Bab al-Mandeb een hefboom die de tandem Iran-Houthi’s naar hartenlust kan inzetten.

Druk vanuit China

De Saoediërs weten dit dondersgoed, en handelen ernaar. Vorige week vroegen ze China (als afnemer van Iraanse olie eveneens partij) druk uit te oefenen op Iran, om via die route de Houthi’s tot bedaren te brengen. Het mislukte. Eerst moet er overeenstemming komen tussen Amerika en ons, zouden de Iraniërs hebben geantwoord.

Terug naar optie één. Ahmed Nagi, Jemen-analist en verbonden aan denktank International Crisis Group, denkt dat de Saoediërs gaan kiezen voor het opvoeren van de oorlog, om op die manier de Houthi’s een halt toe te roepen. Hij vermoedt dat de Amerikanen gaan bijdraaien, en een Saoedische luchtoorlog zullen steunen. ‘Dat kan ook vanaf de achtergrond. De VS kunnen bijvoorbeeld inlichtingen delen en lijsten met doelwitten.’

Als dit bekend klinkt, dan komt dat omdat het al weleens geprobeerd is. Vanaf 2015 voerde Saoedi-Arabië in coalitieverband een jarenlange bommencampagne in Jemen, met ruim negentienduizend burgerslachtoffers tot gevolg. Een decennium later zijn de Houthi’s nog sterker. Welke keus Bin Salman ook maakt, niemand zal hem benijden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next