Kunstenaar Maarten Inghels doorkruiste zes dagen lang Rotterdam, op zoek naar een route waarop hij niet door camera’s wordt gezien. Zijn kaart legt bloot hoe alomtegenwoordig het toezicht op de openbare ruimte is. Maar hoeveel veiligheid leveren al die camera’s eigenlijk op?
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
Voor de camera die hij spottend ‘de cycloop’ noemt, blijft de Belgische kunstenaar en romanschrijver Maarten Inghels even staan. Op de Meent, een drukke winkelstraat in Rotterdam, heeft hij zojuist camera’s in alle soorten en maten gepasseerd: cilindervormige, die uit de gevel steken en zwijgend de massa observeren. Maar ook langwerpige zwarte bulletcamera’s, die als een dreigende vinger naar de straat wijzen.
Je kunt ze gewoon beveiligingscamera’s noemen. Maar wie een dag met Inghels meeloopt, bekijkt ze ineens anders. Het onheilspellendst vindt hij de cyclopen, de koepelcamera’s van de gemeente waarop de politie mag meekijken. Een soort glazen schedels die, hoog boven de straat, aan masten met scherpe spiezen hangen. Rotterdam heeft er 565 permanent in de openbare ruimte staan.
‘Griezelig dat het oog van deze cycloop ook alle kanten op draait’, zegt Inghels terwijl hij er onderdoor loopt en even in de camera kijkt.
In zijn hand houdt hij een zelfgemaakte kaart van Rotterdam. Daarmee kun je de stad doorkruisen zonder door camera’s te worden gezien. Het is onderdeel van een groter project van het Centre for Bold Cities, een samenwerking tussen de universiteiten van Leiden, Delft en Rotterdam, dat surveillance in de openbare ruimte zichtbaar, bespreekbaar en betwistbaar wil maken.
Inghels maakte eerder zulke kaarten van Vlaamse steden als Antwerpen, Turnhout en Kortrijk. ‘De gemeente heeft veel camera’s, en winkeliers en burgers hebben er een hoop, bijvoorbeeld bij hun voordeur.’ Op zijn Rotterdamse kaart staan honderden zwarte stippen. Hij heeft ze niet eens allemaal geteld, maar hij schat dat Rotterdam duizenden camera’s telt die op de openbare ruimte zijn gericht.
‘Ik heb peentjes gezweet of het überhaupt wel zou lukken om onbespied van noord naar zuid te kunnen’, zegt Inghels terwijl hij de kaart bestudeert. Zes dagen lang kamde hij de Rotterdamse straten uit. Om de Nieuwe Maas over te steken moest hij wel een watertaxi pakken: alle bruggen hebben immers camera’s.
‘En hier bij de Charloisse Lagedijk’, zegt hij terwijl hij op de kaart een stuk weiland aanwijst, ‘moet je even onder het prikkeldraad doorklimmen. Maar dan lukt het.’
Op de Witte de Withstraat begint Inghels even later te tellen. ‘1, 2, 3, 4 … 9 camera's aan één kant van één huizenblok. Dit moet dan de veiligheid verhogen. Maar lukt dat ook?’ In april kondigde burgemeester Carola Schouten aan dat extra maatregelen nodig waren om de overlast in de uitgaansstraat te verminderen – ondanks alle camera’s.
Onderzoeken naar de effectiviteit van camera’s bij de preventie van criminaliteit laten een wisselend beeld zien. De criminologen Brandon Welsh en David Farrington zagen dat camera’s op parkeerterreinen vaak een flinke afname van delicten zoals autodiefstal tot gevolg hadden. Ook in winkels hebben camera’s een bewezen afschrikkende werking. Maar de resultaten in stadscentra waren heel anders: het geweld bleek daar niet of nauwelijks af te nemen door camera’s.
‘De zatlappen in de kroeg gaan elkaar niet minder hard op hun gezicht slaan door een camera’, denkt Inghels. ‘Maar wél mooi dat je het gevecht dan langs twintig hoeken kunt terugkijken, als in een actiefilm’, zegt hij met gevoel voor ironie.
Uit een rapport van onderzoeksbureau DSP naar het Rotterdamse cameratoezicht blijkt dat er nauwelijks bewijs is voor een langdurige preventieve werking op potentiële daders. Soms was er een kortstondig ‘schokeffect’ vlak na het ophangen, maar dat ebt dan uiteindelijk weer weg. Cameratoezicht heeft vooral zin bij rationele daders, die vooraf risico’s afwegen (maar dus ook een straat verderop kunnen gaan dealen), maar niet bij impulsieve acties onder invloed van alcohol of drugs.
Wel kunnen de camera’s beginnende incidenten in de kiem smoren: als er opstootjes of andere onlusten worden gezien, kan dat worden doorgegeven aan politie of boa’s om in te grijpen. En bij de opsporing kunnen camera’s natuurlijk nut hebben. ‘Maar dan is het kwaad al geschied’, zegt Inghels. De gemeente laat in een reactie ook weten dat opsporing ‘wettelijk als bijvangst’ wordt gezien.
Voormalig burgemeester Ahmed Aboutaleb zei twee jaar geleden tegen de Volkskrant dat mensen in volkswijken zich door camera’s wel veiliger vóelen. Ze zouden altijd tegen hem zeggen: ‘Burgemeester, wij willen meer camera’s en meer blauw op straat.’
Onderzoeksbureau DSP zag wisselende resultaten: een deel van de ondervraagden voelde zich er inderdaad veiliger door, maar bij anderen joeg het juist angstgevoelens aan. ‘Het zal hier wel onveilig zijn’, zo omschreef iemand dat sentiment.
Inghels benadrukt dat hij niet voorstelt alle camera's te verwijderen. Hij vroeg zélf ook een keer camerabeelden op bij de politie. ‘Mijn fietsband werd telkens lek gestoken. Toen kreeg ik de bevestiging van wat ik al vermoedde: mijn buurman was de dader. Tja, in Antwerpen hebben we een hoop fietsenhaters.’ Inghels deed overigens niks met die informatie: hij confronteerde de buurman niet. ‘Wij zijn Vlamingen, hè.’
Jiska Engelbert, hoogleraar sociale wetenschappen en directeur van het Centre for Bold Cities, benadrukt dat cameratoezicht nooit alleen een technische kwestie is. ‘Camera’s zijn altijd verbonden met waarden, macht en belangen.’
Ze wijst op de geschiedenis van Rotterdam. Toen Leefbaar Rotterdam begin deze eeuw in de gemeenteraad kwam, was cameratoezicht een van de eerste onderwerpen waarop de partij inzette. ‘Populistische verhalen over veiligheid bepalen mede wie als veroorzaker van onveiligheid wordt aangezien en wie bescherming verdient.’
Op de kaart van Inghels staan veel camera’s in Feijenoord en Charlois, wijken waar relatief veel mensen met een lager inkomen en met een migratieachtergrond wonen. Maar ook aan de chique Parklaan, met zijn advocatenkantoren en monumentale woningen, staan zwarte stippen.
Maar in Feijenoord en Charlois vindt toch ook veel criminaliteit plaats? ‘Ja’, zegt Engelbert, ‘maar als je witteboordencriminelen rekent tot de grootste misdadigers van ons land, dan moeten we daar ook camera’s op zetten.’ Voor het argument dat Nederlandse steden de afgelopen 25 jaar veel veiliger zijn geworden, is ze niet gevoelig. ‘Het is niet bewezen dat dat komt door camera’s.’
Inghels en Engelbert verbazen zich erover dat er betrekkelijk weinig politieke discussie is over al die camera’s. Ook in het nieuwe coalitieakkoord, met Pro als grootste partij, staat dat er extra geld wordt vrijgemaakt voor cameratoezicht. Volgens Engelbert laat dat zien hoe diep het idee inmiddels in het politieke denken zit dat veiligheid en camera’s bij elkaar horen.
‘Overheden en technologiebedrijven hoeven nauwelijks te bewijzen dat camera’s daadwerkelijk bijdragen aan veiligheid’, zegt ze. ‘De bewijslast ligt nu bij de critici. Wij willen die burden of proof omdraaien.’ Daarom is ze voorstander van een cameraplafond: een maximumaantal camera's. ‘Dan wordt bij elke camera tenminste nagedacht wat de meerwaarde ervan is.’
Daarbij speelt nog een andere zorg: technologie die voor één doel wordt ontwikkeld, kan later ook voor andere doeleinden worden gebruikt. In de wetenschap heet dat function creep.
Nederland kent daar voorbeelden van. Zo kreeg de gemeente Rotterdam eind 2022 een boete van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) omdat ze tijdens de coronacrisis twee scanauto’s liet rondrijden die controleerden of mensen wel anderhalve meter afstand hielden. Dat beschouwde de AP als de inzet van nieuwe technologie: er had eerst onderzoek moeten worden gedaan naar de gevolgen voor de privacy.
Inghels wijst op extreme voorbeelden uit het buitenland, uit China en Israël, waar camerasystemen worden ingezet voor identificatie en vervolging van Oeigoeren en Palestijnen. ‘Ik denk dat we niet zomaar moeten denken dat het een ver-van-ons-bedshow is.’
Zijn verwachting: camera’s worden steeds slimmer en gaan met behulp van AI niet alleen registreren wat er gebeurt, maar ook bepalen wat afwijkend of verdacht is. ‘Wie door rood loopt, krijgt wellicht straks thuis de boete opgestuurd.’
Langs het water van de Linker Rottekade, waar geen enkele camera is, lijken die zorgen voor even ver weg. Inghels vertelt al wandelend over de Franse dichter Charles Baudelaire, die schreef over een ‘bad nemen in de menigte’.
‘Hij wilde enerzijds flaneren in mooie kostuums, maar verlangde ook naar opgaan in de massa. Hij verlangde naar roem én naar onzichtbaarheid. Ik vraag me af: mogen wij nu nog ongezien de mensenmassa in?’
Dat soort verheven vragen zijn aan de 67-jarige Ed Tijsen, eigenaar van vintagewinkel Showroom 41, niet besteed. Hij bekijkt met opgetrokken wenkbrauwen de kaart van Inghels en geeft hem dan terug: ‘Anders gooi ik hem toch weg.’
Tijsen is een van de weinige winkeliers die geen camera voor de deur heeft hangen. Toch begrijpt hij heel goed waarom anderen ze wel hebben. ‘Er gebeuren dingen in deze stad die het daglicht niet kunnen verdragen.’ Hij snapt niet waarom mensen zich druk maken om al die camera’s. ‘Als je niks te verbergen hebt, heb je ook niets te vrezen.’
‘Het doel van gemeentelijk cameratoezicht is het handhaven van de openbare orde’, zegt de woordvoerder van burgemeester Carola Schouten in een schriftelijke reactie. De camera’s worden ‘driejaarlijks geëvalueerd’ in samenspraak met de politie en de wijkraad.
Naar aanleiding van de laatste evaluatie zijn ‘enkele camera’s’ op Katendrecht weggehaald. ‘Op deze locaties is de openbare orde hersteld en is er voor cameratoezicht geen nut en noodzaak meer.’ In Groot-IJsselmonde kwamen er echter vijftien bij na ‘explosies, schietincidenten, aanrandingen en jeugdcriminaliteit’.
Nieuwe softwaretoepassingen, zoals gezichtsherkenning, worden volgens de gemeente niet toegepast. Wel overweegt de gemeente slimme camera’s in te zetten om de openbare ruimte te controleren op ‘afwijkend gedrag’. Zo kan ‘geweldsdetectie’ een operator waarschuwen: bijvoorbeeld als een slimme camera meerdere personen tegelijkertijd registreert die mogelijk met elkaar op de vuist gaan of zich tegen de autoriteiten keren.
De gemeente is geen voorstander van een cameraplafond. ‘De openbare orde-problematiek is leidend.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant