Rekenkamer Volgens de minister van Justitie en Veiligheid ging het voor een heel groot deel om meldingen zonder enig aanknopingspunt voor opsporing. Dat beeld is volgens de Algemene Rekenkamer onjuist.
David van Weel, minister van Justitie en Veiligheid, komt aan voor de ministerraad op het ministerie van Algemene Zaken.
Justitieminister David van Weel (VVD) heeft de Tweede Kamer op het „verkeerde been” gezet met zijn uitleg over de 10.000 onbehandelde aangiften van ernstige misdrijven in 2024. Dat schrijft de Algemene Rekenkamer in hun jaarlijkse brief aan het kabinet.
De conclusie over de onbehandelde aangiften trekt de Rekenkamer op basis van een rapport in juni dit jaar. Daaruit blijkt dat het aangiften en meldingen betreft die bij voorbaat zijn afgewezen of vroegtijdig beëindigd wegens capaciteitstekort. Volgens minister Van Weel ging het in het rapport voor een heel groot deel over meldingen zonder enig aanknopingspunt voor opsporing. Dat is volgens de Rekenkamer een onjuist beeld, omdat de 10.000 zaken voor slechts 10 procent uit meldingen bestaan.
Later nuanceerde de minister zijn lezing, maar ook die schiet volgens de Rekenkamer tekort. Zo gebruikte Van Weel in zijn toelichting slechts een kleine groep van zedenzaken als voorbeeld, waarbij 50 procent zou bestaan uit meldingen. Dit geeft volgens het adviesorgaan een vertekend beeld ten opzichte van een veel grotere groep misdrijven, zoals de 3.450 zware diefstallen, die voor slechts 4 procent uit meldingen bestaat.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie