Asielopvang
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
In het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel stierf in februari een baby door een noodlottig ongeval. Volgens het Openbaar Ministerie was geen sprake van een strafbaar feit. Het incident vestigde wel voor even de aandacht op de erbarmelijke omstandigheden waarin kinderen in de asielopvang verkeren. Die aandacht ebde weer snel weg.
Nu ligt er een buitengewoon alarmerend rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), waarin aan de kaak wordt gesteld dat de bijna zevenduizend kinderen die in de noodopvang verblijven dag in dag uit worden blootgesteld aan onveilige situaties. Het wrange is dat de schrikbarende leefomstandigheden die in het rapport worden geschetst geen nieuws zijn, maar al jaren worden aangekaart door hulporganisaties en toezichthouders. Helaas zonder enig zichtbaar resultaat.
Dat kinderen die in Nederland asiel aanvragen niet in het gras hoeven slapen maar worden opgevangen in hallen, containerwoningen, kantoren en op schepen, maskeert volgens de OVV hun ellendige leefsituatie. In de noodopvang worden kinderen, die soms zonder hun ouders naar Nederland zijn gereisd, voortdurend blootgesteld aan omstandigheden die een grote impact hebben op hun psychisch welzijn en die een bedreiging vormen voor hun ontwikkeling. De hele dag gaan zij gebukt onder geluidsoverlast en gebrek aan privacy. Hygiëne is in de opvang ook vaak ver te zoeken. Naar school gaan wordt voor deze kinderen bemoeilijkt omdat ze soms wel tien keer worden overgeplaatst naar een volgende locatie. Bovendien lopen zij op deze drukbevolkte plekken een groot risico om te worden misbruikt of mishandeld.
Geen wonder dat sommige kinderen door de stress, machteloosheid en voortdurende alertheid waarin zij verkeren op den duur zelfdestructief gedrag gaan vertonen. Het lijkt een uitzichtloze situatie waar niemand een antwoord op heeft. Maar hier is sprake van „het ontbreken van de politieke wil en het bestuurlijk vermogen om de opvang veilig vorm te geven”, constateert de OVV terecht. Bestuurders gedragen zich alsof zij door een crisis zijn overvallen, maar daarvan is geen sprake. Het opvangprobleem heeft diepere oorzaken, zoals het gebrek aan permanente azc’s, de lange wachttijden bij de IND en de krapte op de woningmarkt, waardoor de doorstroom in de asielketen stokt.
Van ‘tijdelijke’ noodopvang is ook allang geen sprake meer. Zolang 107 gemeenten zich verzetten tegen uitvoering van de spreidingswet, die van hen vraagt om reguliere opvangplekken te regelen, ziet verantwoordelijk minister Bart van den Brink (Asiel, CDA) zich telkens genoodzaakt om nieuwe noodopvanglocaties te zoeken. De OVV doet op zowel de minister als de gemeenten een dringend beroep om de impasse te doorbreken. De dwang die Van den Brink wil toepassen op weigerachtige gemeenten, ziet de OVV als niet verstandig. Gemeenten zullen daardoor de hakken alleen maar meer in het zand zetten.
Hier is samenwerking nodig in het belang van kinderen. Hun structurele verwaarlozing druist niet alleen in tegen internationale verdragen maar is, zoals de raad scherp stelt, ook „moreel onverdedigbaar in een rechtsstaat”. Het is goed dat de OVV opnieuw de vinger op deze zere plek legt. Het mag niet zo zijn dat de mensonterende omstandigheden waarin zevenduizend kinderen in Nederland verkeren als ‘het nieuwe normaal’ worden geaccepteerd.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie