André Rieu Na weer een serie uitverkochte Vrijthofconcerten deze zomer in Maastricht, toert André Rieu de komende maanden met zijn Johann Strauss Orkest – het grootste privé-orkest ter wereld – door Europa. „Mij gaat het altijd om direct contact met het publiek. Anders kan je evengoed een plaat opzetten.”
Andre Rieu is samen met zoon Pierre op weg naar het podium voor een concert op het Vrijthof in Maastricht, 16 juli 2026.
André Rieu (76) oogt bleekjes, een week voor zijn jaarlijkse reeks van twaalf concerten op het Vrijthof in Maastricht. Te lang opgebleven voor voetbalwedstrijd Duitsland-Ecuador gisteravond. „1-2. Die Duitsers schamen zich kapot”, glundert hij.
Het is 26 juni, Maastricht zucht onder een hittegolf. Gisteren was het 38 graden, toch nam André Rieu in de schemering nog even een filmpje op waarin hij met de Koninklijke Harmonie Sainte Cécile Eijsden door het heuvelland marcheert.
„Zij spelen straks op het Vrijthof. Voor wij daar ‘Il Silenzio’ inzetten, vertel ik het publiek dat elk dorpje in Limburg een fanfare heeft en dat we daarom zulke geweldige koperblazers hebben. Maar de beelden van Limburg op het achtergrondscherm vond ik niet bevredigend.”
Zoon Pierre Rieu: „Ik dacht: je laat die opnames niet doorgaan vanwege de hitte.”
André: „Ze zeiden ook: wij gaan die pakjes niet aantrekken hoor. Maar daarna was het: oké, als André dat wil. En het viel best mee, er stond een zacht briesje. Twee keer op en neer, hup klaar.”
André Rieus wil is wet in Limburg. Hij is een perfectionist die op stiptheid staat, kan uit zijn slof schieten als een technicus tijdens een concert zichtbaar door het beeld loopt. Alles moet kloppen. Voor concerten is hij nog altijd best nerveus, zegt hij. Met name over zijn teksten in al die talen.
Bezoekers in de Grote Staat in Maastricht, bij de ingang van het Rieu-concert op het Vrijthof.
Deze zomer staat Maastricht voor de twintigste keer in het teken van de Vrijthofconcerten. De stad hangt vol posters, de Markt wordt parkeerterrein voor toerbussen, op het Vrijthof wachten 8.000 stoelen op Rieu-fans. Vanaf de terrassen kijken 4.000 anderen mee met een diner-arrangement – de concerten trekken zo’n 150.000 bezoekers.
André Rieu is Nederlands grootste muziekfenomeen. Wereldwijd behaalde zijn plaatverkoop 500 keer platina; volgens Pollstar, de datasite van de concertindustrie, is hij met 11,5 miljoen verkochte kaartjes de 14de live-act van de 21ste eeuw: iets groter dan Madonna, iets kleiner dan Beyoncé. Zijn kanaal op YouTube heeft 9,91 miljoen abonnees, de video’s scoren 100 tot 224 miljoen views. En zijn Johann Strauss Orkest is het grootste privé-orkest ter wereld, met een omzet van zo’n 70 miljoen euro per jaar.
Zoon Pierre (45), zakelijk leider van André Rieu Productions, was niet zo blij met dit interview. Pa had al toegezegd, maar moet zich eigenlijk op de concerten concentreren. „Maar wees welkom, je zit hier nou toch.” Pierre duikt tijdens concerten altijd ergens op: in het koor, als doedelzakspeler. Dat is een traditie. Als tiener werkte hij al voor zijn vader: soundchecks, techniek, tournees plannen. „Ik heb bijna alles binnen deze organisatie gedaan. Op mijn elfde zat ik al in zo’n vrachtwagen, dan mocht ik op de knop van de laadklep drukken. Dat nam niemand mij af.”
De keerzijde was dat hij veel te jong met te veel verantwoordelijkheid werd opgezadeld, klaagde Pierre onlangs bij Nieuwsuur. Hij moest vaak een oogje op zijn vader houden in plaats van andersom. Nu doet hij dat met liefde, zegt hij. „Groot is mijn afdeling, verstandig is de afdeling van Pierre”, aldus André.
Andre Rieu (rechts) en zijn zoon Pierre.
Sinds hij in 2011 drie maanden uitgeschakeld was door een infectie aan zijn evenwichtsorgaan, gaat André Rieu bewuster om met zijn gezondheid. Pierre: „Als pa ziek is, stopt alles hier. Op tournee in Mexico was hij even in de lappenmand, dat is een schadepost van miljoenen.” Zijn bedrijf heeft in rusttijd al zo’n 1,3 miljoen euro per maand nodig, dus sport André Rieu dagelijks, drinkt hij geen alcohol meer en doet hij een dutje voor elk optreden.
Op donderdag 2 juli marcheert de fanfare van Eijsden als opwarmertje over het Vrijthof. Vrijwilligers in rode piccolo-uniformen wijzen het publiek hun stoelen, het podium is een quasi-Griekse tempel met een enorm scherm waarop natuurpanorama’s en stadsbeelden verschijnen.
Fans komen uit de hele wereld. Ik spreek Vicky en Chris uit Guildford, Engeland, die Rieu op hun bucketlist hadden staan. „Boven de zeventig weet je nooit hoe lang je nog hebt.” Een stel uit Australië zat gisteren bij Stravinsky in het Concertgebouw. Van Rieu geniet je op een heel andere manier, zeggen ze. Wil en Minke uit Haarlem, die Rieu al dertig jaar volgen, kregen kaartjes van hun dochters. Op rij zeven kan je André Rieu bijna aanraken, verheugen ze zich.
Stipt negen uur heet Pierre zijn vader welkom op het Vrijthof. André Rieu leidt zijn orkest door het publiek naar het podium: de heren in rokkostuum, de dames als Disney-prinsessen. Die opkomst vanuit de zaal was ooit praktisch, toen hij van theaters naar evenementenhallen promoveerde en het orkest niet langer achter een gordijn kon wachten, zegt Rieu later. „Maar het werkt geweldig, want zo betrek je het publiek er direct bij.”
De vlag van Maastricht wordt getoond op het enorme scherm op het podium.
Publiek op het Vrijthof, bij het concert van André Rieu.
Polonaise tijdens de ‘encores’.
Bij André Rieu is het namelijk niet de bedoeling dat je stilzit. Zijn repertoire is een potpourri van licht klassiek, mars, operette, popmuziek, filmthema en schlager, met de Weense wals als vast anker. De setlist varieert, de structuur niet: het is een emotionele achtbaan van zwaar en licht met vaste momenten als de opkomst van zijn drie ‘Platin tenoren’ of 150 Maastrichtse dansparen die tussen het publiek door walsen.
André Rieu bemiddelt als Stehgeiger – dirigerend violist – met huiselijke praatjes tussen zaal en orkest. Echte fans kunnen zijn teksten dromen. Over panfluitspeler Michel Tirabosco, die zonder handen werd geboren. Over de eerste keer dat hij in de winter van 1987 met zijn orkest repeteerde in een ijskoud schoolgebouw en de vingers warmde aan een mok warme soep van echtgenote Marjorie.
Fluitspeler Teun Ramaekers staat op: hij was er toen al bij en krijgt ook vanavond weer een klap met een schuimrubber hamer als hij zich te buiten gaat aan een jazzy solo. Een ander lid van het eerste uur, klarinetspeler Manoe Konings, drinkt zoals gebruikelijk ‘stiekem’ achter Rieus rug – ditmaal een gestolen glas sekt.
Geen Schmalz zonder Scherz: op het podium is André Rieu een vaderfiguur die soms dreigend een wenkbrauw optrekt, maar zijn autoriteit goedmoedig laat ondergraven door de belhamels in orkest en zaal. Na de pauze begint een escalatie richting grote finale, met nepsneeuw en serpentinekanonnen. „We houden ermee op, jullie moeten naar bed”, roept Rieu. „Nee”, antwoordt het publiek, als stoute kinderen. „Ga slapen!” „Nee!” Waarna een eindeloos aantal toegiften volgt: deinen wordt hossen, de wals ruimt het veld voor Maastrichtse schlagers en partysongs. Het publiek zwaait met servetjes, juicht voor het vuurwerk.
Van die toegiften geniet André Rieu nog het meest, hoor ik. Dat klopt wel, zegt hij een week na de Vrijthofconcerten. De liefde voor de wals begon met zijn vaders concerten. „Dat was zware kost, Beethoven of Ravel of Messiaen. Maar aan het eind ging het licht dan aan en deed hij een wals van Strauss of Lehár als uitsmijter. Die sfeer vond ik als kind fantastisch, je zag het publiek dan opveren.”
Anders dan zijn vader betrekt hij de zaal actief bij het hele concert. „Ik weet exact hoe ik in twee uur naar die explosie toe werk. Dat is zoiets als goede seks. Eerst een heel lang voorspel, en dan…” „Nogal een lang orgasme”, zeg ik: wel zeven of acht toegiften. Rieu: „Ja, maar dat is lekker toch! Na afloop zijn ze echt tevreden, helemaal leeg. Seks is toch het leukste dat er is? O jee, wat zeg ik nou?”
Een plaats in het orkest zat er voor zoon Pierre nooit in. „Pa heeft het met me geprobeerd, ik heb nog foto’s van vioolles: lijkbleek, alles wat aan mijn gezicht kan hangen, hangt daar. Dus daar zijn we mee gestopt. Zelf moest en zou pa als kind een instrument bespelen, hij weet hoeveel leed dat bracht.”
André Rieu: „Ik heb niet zelf voor een muzikale loopbaan gekozen, dat is voor mij gedaan. Ik moest hobo spelen en piano, de lerares was een vreselijk mens. Ik zat ook bij het kerkkoor en dan kreeg ik elke woensdag en zaterdag zangles, solfège. Stomvervelend, maar het moest hè?” De viool vond hij wel leuk. „Als docent had ik een heel aardige en knappe 18-jarige blondine. Dat vibrato vond ik zo mooi, zoals zij dat voordeed. Ik was enorm trots toen ik dat ook kon. Toen wist ik dat ik violist wilde worden.”
Andre Rieu op het Vrijthof.
Maar hij speelde liever buiten. André Rieu: „Moeder riep ‘oefenen!’ naar boven als ze hoorde dat ik afgeleid raakte. Beethoven werd ’s nachts door zijn dronken vader uit bed gesleurd. Hup, spelen! Chopin ook. Ik dacht: zoiets ga ik met mijn eigen kinderen niet aandoen, ik wil ze niet te dwingen.”
Pierre: „Nee, wij moesten dan weer andere dingen.”
André Rieus vader was André Rieu senior (1917-1992), een katholieke Hollander die van 1949 tot 1981 het Limburg Symfonie Orkest (LSO) dirigeerde. André Rieu: „In die tijd was je dirigent voor het leven. Willem van Otterloo, de vader van Rogier, leidde ook zijn halve leven het Residentie Orkest. Na twintig, dertig jaar ging zo’n orkest dan steeds stroever lopen. De tijden veranderden, de dirigent niet.”
Bij Rieu thuis klonk louter zwaar klassiek – Brahms, Beethoven – en kwamen bekende solisten en componist Francis Poulenc over de vloer – Rieu senior had een zwak voor eigentijds Frans klassiek.
Zelf vond hij de sfeer verstikkend. „Het was gewoon niet leuk thuis. Mijn oudste zus kon er mentaal niet tegen. Mijn andere zus is overleden, daarna kom ik, daarna mijn broer Robert, die is naar Marseille gevlucht en was daar zijn hele leven cellist bij de opera. Dan heb ik nog een broer en zusje, dat zijn nakomertjes. Daar heb ik weinig contact mee.”
Rieu was een muzikaal talent, hij bezocht de conservatoria van Maastricht, Luik en Brussel, kreeg les van Herman Krebbers, de violist wiens uitstraling hij bewonderde. Rieu verliet het conservatorium met een Grand Prix, maar belandde medio jaren zeventig in een „verlate puberteit”. „Toen ik mijn vrouw Marjorie ontmoette, wist ik niet van The Beatles of The Rolling Stones. Dat haalde ik in.” Hij overwoog een pizzeria te openen. „Pizza Paganini, het idee was dat ik soms uit de keuken zou komen om viool te spelen voor de klanten.”
Dat ging niet door, „en gelukkig maar”. In 1978 werd Rieu violist in het Limburgs Symfonie Orkest: dat ervoer hij als ambtelijk, routineus en vreugdeloos. Als bijverdienste trad hij toe tot het kamerorkest I Glissandi, later het Maastrichts Salon Orkest. André Rieu: „Salonmuziek van de vroege 20ste eeuw kwam toen in de mode, het Haagse Residentie Orkest begon daarmee. Voor hen was dat een beetje flodderen, hobbyisme. Ik nam het heel serieus. Marjorie zei: je speelt ‘Bummel Petrus’ – een bekend nummer in het salongenre – alsof het Beethoven is.”
In bejaardentehuizen, op bruiloften en feesten leerde Rieu een concert op te bouwen. „Daar had ik gevoel voor. Nu is het hoofdgerecht, dus iets rustigs. En nu is het tijd voor: hoppa!” Orkestleider moest hij nog worden. „Een salonorkest van vijf man leiden is lastiger dan tachtig man als dirigent duidelijk maken wat jij in je hoofd hebt. Dan zochten we stukken om te spelen en dacht ik: dit wordt hem niet. Maar de anderen zeiden: ‘Oh, wat een prachtig stuk!’ Dan moet je dus op je strepen staan, en uiteindelijk deden ze altijd wel wat ik vroeg.”
Zijn salonorkest kreeg een reputatie met specials als het moederdagconcert in Heerlen of het Maastrichtse Hieringbiete-konzèr op Aswoensdag na carnaval, als de vastentijd wordt ingeluid met haring en bier. Hij scoorde zelfs een top-10-hit in België: de ‘Serenade’ van Toselli met een nachtegaal als solist.
Dansend publiek en zangers, tijdens het concert van André Rieu.
André Rieu: „Mijn ouders vonden dat salonorkest meer dan verschrikkelijk. Mij kon dat niks schelen, ze hadden me toch uit huis geflikkerd. Toen ik een relatie met Marjorie kreeg, was dat zo’n beetje de bom van Hiroshima. Marjorie en haar familie waren ze te min, alles draaide altijd om status en hiërarchie. Dat ging keihard hoor. Per aangetekende brief: we hebben jullie liever niet meer over de vloer. Ik kan me herinneren wat een opluchting het was in een gewoon flatje te wonen, tussen gewone mensen. Dan ging de bel en kwam de onderbuurvrouw vragen: hé Jo, spreken we iets af? En mijn schoonouders waren mijn grootste fans.”
Maar dat zijn populaire repertoire een rebellie tegen zijn vader is, wil er bij André Rieu niet in. „Ik was altijd al anders dan mijn familie, misschien omdat ik de eerste drie maanden ben verzorgd door de wijkverpleegster, mijn moeder had bloedarmoede. Dan wordt je ponskaartje geprint.”
Zijn moeder kleineerde zijn talent en zijn keuzes, al belde ze wel toen het Maastrichts Salon Orkest op de radio was vanuit het Amsterdamse Concertgebouw. „Toen was het opeens wel interessant.” André Rieu senior, die Johann Strauss een genie vond, bezocht voor zijn dood nog een „halve voorstelling” van zijn Johann Strauss Orkest en stuurde een briefje. „Dat hij toch wel respect had voor wat ik nu deed. Maar dat was een papiertje hè. Er viel nauwelijks met hem te praten aan het eind van zijn leven, hij draaide door en werd godsdienstwaanzinnig. We zijn nooit meer tot elkaar gekomen.”
Voorafgaand aan het concert staat Rieu op het bordes van het Theater aan het Vrijthof terwijl de Harmonie Sint Petrus en Paulus passeert.
Toch heeft hij wel iets met zijn vader gemeen, zegt hij. „Hij was ook goed in praatjes, net als ik. Dan voerde hij ‘Les Oiseaux’ van Messiaen uit voor scholieren en legde hij dat vooraf uit. Het bestuur floot hem terug, het zou te kinderachtig zijn. En zijn contact met het publiek was heel apodictisch, als een docent.”
Ik herinner Rieu aan een oud citaat. Ooit verweet hij zijn vader, toen die de opera van Leipzig dirigeerde, dat het publiek zo van hem alleen twee handen en een stokje zag. Het gaat mij om de muziek, zei Rieu senior. Bij mijn orkest gaat het om mij, antwoordde Rieu junior.
Dat zou hij nu anders formuleren, zegt hij. „Het was ooit Wagners idee om het orkest in Bayreuth in zo’n orkestbak te flikkeren, om het gesamtkunstwerk te dienen. Mij gaat het altijd om direct contact met het publiek. Anders kan je evengoed een plaat opzetten.”
In 1988 breidde Rieu uit naar het Johann Strauss Orkest – naar model van de Engelse ‘Strauss Nights’, met Weense wals en ballet. Het orkest toerde met groot succes langs Nederlandse en Duitse theaters en concerthallen, maar bleef onder de radar van de landelijke pers. Tot 1994, toen hij na veel gelobby in Hilversum iemand van platenbedrijf Universal zover kreeg in Harlingen een concert te bezoeken. Die was enthousiast: Universal bracht André Rieus uitvoering van Sjostakovitsj’ ‘Tweede Wals’ als single uit. Die stond 52 weken in de hitparade, zijn album Strauss & Co verkocht in Nederland beter dan Michael Jacksons Thriller. André Rieu werd een fenomeen, hij trad in de pauze van Ajax-Bayern München op voor de F-Side. De slogan: ‘Geen house maar Strauss’.
Universal zag hem als een eendagsvlieg, zegt Rieu nu. „Na Strauss & Co hielden ze mijn tweede plaat zo’n beetje geheim, al verkocht die alsnog 300.000 exemplaren. Ze dachten dat ik een nieuwe Berdien Stenberg was, één hitje en dan kunnen we weer naar huis.”
Pierre Rieu: „Voor platenmensen zijn we geen sexy product. Geen afterparty in de nachtclub waar ze met z’n allen nog even lekker… (maakt een snuifgeluid). Meer een gezellig glaasje wijn, een broodje brie en een kroket.”
André: „Weet je nog dat we door Lucian Grainge werden uitgenodigd, de hoogste baas van Universal in Los Angeles? Als dank voor al onze platina platen? Wat een gajes.”
Pierre: „Zo’n hoge toren, elke verdieping werden de secretaresses mooier en de rokjes korter. Dus we wachten op de audiëntie, met keiharde r&b die uit dat kantoor schalt. Komt zo’n benevelde band naar buiten lopen, toen mochten wij even. Het hing vol foto’s van Grainge met prinses Diana en Elton John. Niks met ons natuurlijk.”
André: „Hij wilde niet in ons gezelschap worden betrapt.”
Andre Rieu op het Vrijthof.
Niettemin veroverde André Rieu in de 21ste eeuw de halve wereld: Europa, Australië, Japan, Brazilië, Mexico, de Verenigde Staten. Tot hij in 2009 bijna failliet ging.
André Rieu: „Ik ben niet zo van budgetten, ik ben meer zo van: leuk, moeten we doen! In Australië braken we in 2008 door, dat was bijna absurd. We hadden de hele top tien, daarna kwam Beyoncé nog eens. We gingen toen van evenementenhal naar stadion. Ik dacht: daar moeten we iets extra’s bieden.”
Hij was enthousiast geraakt van een concert in de tuin van paleis Schönbrunn in Wenen, en vroeg zoon Pierre dat paleis op ware grootte na te bouwen voor de stadiontoernee ‘Romantische Nacht in Wenen’. „Dus dat deed hij, in zijn jeugdige enthousiasme.” Het decor werd 125 meter lang, 35 meter hoog en 30 meter diep, met twee ijsbanen voor kunstschaatsers, 14 koetsen met 36 paarden, een kopie van Schönbrunns balzaal met 350 kroonluchters. Het woog 600 ton, bevatte 160 kilometer staal en aluminium. De opbouw vereiste een bataljon van 500 man. Een logistieke nachtmerrie.
Pierre: „Die tour in Australië werd een enorm succes, alles was uitverkocht. We verdienden 26,5 miljoen euro, maar de kosten waren 29 miljoen.”
André: „Onze schuld liep op tot meer dan 30 miljoen euro. Op een zaterdagmorgen zaten er allemaal mannetjes van de Rabobank thuis. Ze kwamen kijken wat ze hier konden wegslepen.”
Pierre: „Hele boze mannetjes.”
André: „Ik heb Universal gebeld en mijn promotor in Duitsland. Zij zegden me elk ter plekke 5 miljoen toe, ik was toch hun kip met het gouden ei. Toen belden de bankiers met het hoofdkwartier in Utrecht en besloten de stekker er toch maar niet uit te trekken. Als ik in drie minuten 10 miljoen euro bij elkaar bel, kwam de rest ook wel.”
Pierre: „Het volgende jaar liep alles als een trein en maakten wij 20 miljoen euro winst. We braken door in het Verenigd Koninkrijk, mede dankzij YouTube-filmpjes van dat Schönbrunn-decor. Op termijn was het een fantastische investering.”
André: „Engeland kwam heel laat, daar bliefden ze Abba eerst ook niet. Ik weet wat die Britse platenbazen zeiden. ‘Mijn God, niet nog een James Last.’ Ze zijn best arrogant.”
Na die zakelijke bijna-doodervaring beloofde André Rieu zich voortaan iets bescheidener op te stellen – maar de droom naar groter en groots blijft. Zo was er recent ophef toen onderzoeksplatform Follow the Money meldde dat André Rieu in 2024 met gouverneur Emile Roemer bij voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen lobbyde om een Europese subsidie van 10 tot 15 miljoen euro binnen te halen. Daarmee wilde hij een megakoor van 150 zangers uit alle landen van Europa betalen ter ere van Johan Strauss 200ste geboortejaar in 2025. Pierre Rieu: „Von der Leyen hintte dat het niet goed zou vallen, zo’n commercieel bedrijf dat een Europese cultuursubsidie binnenhaalt. Na dat gesprek zagen wij er maar van af.”
De afgelopen tien jaar had Pierre Rieu het erg druk met het terughalen van de rechten bij platenmaatschappijen die zijn vader stukje bij beetje had weggetekend, ook tijdens dat bijna-faillissement. André Rieu: „Een orkest heeft altijd geld nodig, daarvan maken ze handig gebruik. Hier een voorschot, wil je even tekenen? En dan is de verdeling de komende dertig jaar niet 80-20 procent naar 20-80 procent.
„We hadden lang Wout van Liempt als impresario, een gentleman-boef in zo’n witte kameelharen jas. Meneer Rieu, ik bied u nu ter plekke 150.000 gulden voor alle rechten. Ja zeg, mijn poetsvrouw verdient meer. Maar toch even proberen hè?”
Zoon Pierre vierde vorig jaar dat het laatste stukje catalogus terug is: André Rieu Productions gaat nu zelf over alle muziek en merchandise. En film: concertfilms in de bioscoop worden een apart verdienmodel.
Showdansers en slingers tijdens het concert van André Rieu.
Eind juli werkt André Rieu aan een nieuwe concertfilm vanaf het Vrijthof, die eind augustus naar de bios gaat. Hij leidt me trots rond in zijn repetitieruimte annex opnamestudio, die onlangs werd verbouwd en aangekleed in de stijl van een Weense balzaal. „We willen technisch up-to-date blijven. Twee jaar geleden vertelden mijn jongens dat Dolby Surround in de bioscoop wordt vervangen door Dolby Atmos. Een bijkomend voordeel is dat Spotify je in dat formaat iets extra’s betaalt per klik.”
In de beeldstudio zoeken ze 1,08 seconden beeld uit het optreden van panfluitist Tirabosco dat kwijt is. Een ruwe versie van de concertfilm wordt tijdens de optredens gemaakt, Rieu doet daarna het finetunen en cast het publiek voor de ‘reactieshots’: emotionele fans, maar niet overdreven.
„Drie jaar geleden zetten ze zonder mij te vragen een video online van het nummer ‘Voilà’, gezongen door Emma Kok [de toen 15-jarige zangeres die lijdt aan maagverlamming en alleen via een sonde kan eten]. Er gebeurde niks, tien likes of zo. Toen vond ik drie huilende mannen, die plakten we er op het juiste moment tussen. Daarna werd het 110 miljoen likes. Ik breng die emotie erin.”
Rieu-films vermijden close-upshots van handen die instrumenten bespelen, zoals in klassieke concertregistraties. „Vingertjes over de piccolo of een strijkstok over de kam van de contrabas: word jij daar koud of warm van?” Dat legt het accent op virtuositeit en schept afstand. „De hele muzikant moet in beeld.” En verder? Geen paukenist tonen tijdens een gevoelig nummer. „En als aan het eind iedereen meezingt – lalala di-da, di-da, lalalala di-da – ook dat hele plein in beeld, geen individuen.”
Hij zit overal bovenop, zegt André Rieu. Hoe lang nog? Voor zijn 80-jarige verjaardagstournee in 2029 hield hij onlangs in Blackpool auditie voor honderd ballroomdansers en hij wil dat ze, net als op het Vrijthof, straks overal ter wereld door het publiek walsen. Hij speelt bij de optredens minder viool dan vroeger, legt de nadruk op het dirigeren. „Ik wil niet als Joe Biden eindigen. De afspraak met Marjorie is: als zij me te oud vindt, stop ik subiet. Dit jaar kwam ik door de jury.”
Pierre: „Als gezin hebben we een veto. We zagen ooit de oude Pavarotti, en met alle respect: jammer dat niemand tegen hem zei: Luciano lieverd, het is mooi geweest. Hij werd per scootmobiel naar de microfoon gereden, haalde zijn noten niet, had geen lucht.”
Maastricht hield vorig jaar een debat over het ondenkbare: een toekomst zonder Rieu. Een Limburgse ‘cultuurmaker’ stelde voor de Bonbonnière in Maastricht, de voormalige stadsschouwburg uit 1788, tot een André Rieu Experience om te bouwen, met een Weens grand café waar non-stop Rieu-concerten draaien.
Pierre: „De Elvis Experience zou een enorm succes zijn in Las Vegas. Maar je moet uitkijken voor borstklopperij, vind ik. Mijn vader heeft veel mensen gelukkig gemaakt, maar alles is vergankelijk.”
Kan hij zich voorstellen dan ooit op te treden als hologram, zoals Abba? Of in een AI-versie? André Rieu: „Nou nee. Er is ook een standbeeld van me gemaakt, begrijp ik. Maar dat plaatsen ze maar na mijn dood.”
En dat kan lang duren, knipoogt hij. Ooit dacht hij 120 jaar te worden, nu mikt hij op 140 jaar. „Ik heb soms contact met internist Andrea Maier over gezond ouder worden, zij zat in Zomergasten. Een uitspraak van haar vond ik heel frappant: ‘Oud worden is een ziekte’. Een collega van haar denkt dat de eerste mens die 100.000 jaar wordt, nu al is geboren. Dus wie weet.”
André Rieu en zijn Johann Strauss Orkest toert de komende maanden door Midden-Europa. Vanaf 11 december zijn er de traditionele kerstconcerten in het MECC Maastricht en Ziggo Dome Amsterdam. Tickets: https://www.andrerieu.com/en
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie