Na een jaar met gen Z-protesten en massale migratie naar Ceuta is de grote vraag bij de parlementsverkiezingen in Marokko: kunnen politieke partijen het vertrouwen van de jongeren terugwinnen? ‘Zij zien de politiek niet als antwoord op hun problemen.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was ze correspondent Spanje, Portugal en Marokko.
Er gaat in Marokko weer een oproep rond om Ceuta te bestormen. Volgens de Spaanse ambassade in Marokko zou de nieuwe intocht moeten plaatsvinden op woensdag 23 september: de dag van de Marokkaanse verkiezingen.
De Marokkaanse autoriteiten nemen de waarschuwing serieus. Rond de verkiezingsdag heeft een uitgebreide politiemacht zich opgesteld bij de grens met de Spaanse exclave. Honderden agenten, tientallen politievoertuigen (waaronder tankettes) en vier waterkanonnen moeten de migranten afschrikken.
Het is een veelzeggende situatie. Marokko kiest, maar de jongeren willen weg. Hun onvrede bleek vorig jaar al, toen duizenden van hen de straat opgingen tijdens de zogenoemde gen Z-protesten. En deze zomer werd die opnieuw zichtbaar, toen meer dan zeventigduizend voornamelijk Marokkaanse jongeren naar Ceuta trokken nadat het bericht was rondgegaan dat de grens open was.
In theorie zouden de verkiezingen een kans kunnen zijn om de klachten van de jongeren te laten doordringen tot de politieke elite. Maar uit onderzoek blijkt dat het vertrouwen van Marokkaanse 35-minners in de politiek uitermate laag is. Slechts een op de drie Marokkaanse jongeren heeft vertrouwen in het parlement, de premier of de politieke partijen, blijkt uit de Afrobarometer, een onafhankelijk onderzoeksnetwerk in Afrika.
Niet verbazingwekkend dus dat maar weinig jongeren zich hebben laten registreren als kiezer. Hoewel jongeren tussen de 18 en 23 jaar 12 procent van de bevolking vormen, vertegenwoordigen ze slechts 4 procent van het electoraat.
‘Jongeren zien de politiek niet als antwoord op hun problemen’, zegt Intissar Fakir, onderzoeker aan het Middle East Institute in Washington. ‘Ze weten dat de echte beslissingen niet worden genomen door de politieke partijen, maar in het koninklijk paleis. Op z’n best kunnen politici iets betekenen bij de uitvoering.’
En toch, zegt Nadia Bouras, hebben deze verkiezingen een zekere betekenis. Ze doceert de geschiedenis van Marokko aan de Universiteit Leiden. ‘Het is als een thermometer voor de samenleving’, zegt Bouras. ‘Je komt erachter: wat leeft er?’
Ook al gaan velen van hen niet stemmen, de verkiezingen draaien wel degelijk om de grieven die de jongeren de afgelopen tijd uitten. Het gaat over de geringe verbeteringen die de Marokkanen ervaren in hun dagelijks leven, ondanks de gestage economische groei.
Het bbp van Marokko groeide in 2025 met maar liefst 4,9 procent, het hoogste percentage in tien jaar tijd. Die groei ‘wordt aangedreven door een toename in de publieke uitgaven rond de voorbereidingen op het WK voetbal in 2030 en een beginnend herstel van de landbouw’, aldus de Wereldbank.
Maar de koopkracht van de meeste Marokkanen blijft achter. Vooral jongeren hebben grote moeite een baan te vinden: 37,2 procent van de Marokkanen tussen de 15 en 24 jaar is werkloos, onder de gediplomeerden is dat nog altijd 19,1 procent.
‘Er is geen plaats voor een Marokko van twee snelheden, niet vandaag en niet morgen’, zei koning Mohammed VI deze zomer, in een toespraak ter gelegenheid van het jaarlijkse Troonfeest. Tegelijkertijd is dat precies wat de Marokkanen om zich heen zien: een land van twee snelheden.
Soms heel letterlijk. Hassan Challaoui, een 28-jarige ketelmaker uit het dorp Sidi Moussa El Majdoub, vertelde aan persbureau AP dat hij graag zou willen dat er een schoolbus was voor de kinderen. Die moeten nu iedere dag 10 kilometer lopen om naar school te gaan. Niet ver van zijn huis raast ondertussen ieder uur Al Boraq voorbij, de hogesnelheidstrein die Tanger en Casablanca met elkaar verbindt.
‘De impliciete belofte van deze generatie politici, de zakenman-politici noem ik ze, was: wij zijn succesvol in de zakenwereld, wij weten hoe we moeten besturen, en die ervaring brengen we mee naar de regering’, zegt Fakir. ‘Ze zijn daarin deels succesvol geweest. De economie groeit. Maar niet genoeg om het ‘nieuwe ontwikkelingsmodel’ te realiseren dat de koning in 2019 aankondigde.’
De drie partijen die de afgelopen periode een regeringscoalitie vormden, proberen te laten zien dat ze de zorgen van de jongeren begrijpen. RNI (Rassemblement National des Indépendants) en PAM (Parti Authenticité et Modernité), twee partijen die dicht bij de koning staan, beloven een miljoen extra banen in hun verkiezingsprogramma’s. Istiqlal, de derde partij, voert campagne rond koopkracht en publieke dienstverlening.
Maar het is de vraag of de Marokkanen veel waarde hechten aan deze beloften. ‘Politici geven niets om ons’, zei Yassine Hasnaoui, een 28-jarige werkloze man uit Sidi Moussa El Majdoub, tegen AP. ‘Ze geven alleen om hun eigen belangen. Ze komen uit een hogere sociale klasse dan wij.’
Aziz Akhannouch, de afzwaaiende premier van RNI, is daarvan het symbool. Volgens het tijdschrift Forbes is de eigenaar van olie- en gasbedrijf Akwa Group de een-na-rijkste Marokkaan. ‘Hij is heel impopulair in Marokko’, zegt Bouras. ‘Een van de problemen die de Marokkanen ervaren is dat de brandstofprijzen omhoog zijn gegaan. Ze beseffen heel goed dat de premier de eigenaar van al die tankstations is.’
Als kanshebber voor het premierschap gelden nu Fouzi Lekjaa, voorzitter van de voetbalbond en kort geleden toegetreden tot PAM, en Nizar Baraka, leider van de nationalistische Istiqlal.
Van de oppositie hebben de regeringspartijen waarschijnlijk niet veel te vrezen. De islamitische Parti de la Justice et du Développement (PJD) leed tijdens de vorige verkiezingen in 2021 een verpletterende nederlaag, na een regeringsperiode waarin de partij een zwakke premier had geleverd. Nu is Abdelilah Benkirane terug als lijsttrekker: een populaire partijleider, maar wel een uit het vorige decennium.
‘We zien steeds dezelfde gezichten, met beloften die veel jonge kiezers niet meer geloven’, zei universiteitsstudent Mohamed Azzaoui tegen persbureau Reuters. Hij is, zoals de meesten van zijn generatie, niet van plan te gaan stemmen.
Dat kan tot ingewikkelde situaties leiden. ‘Stel, de jongeren gaan weer de straat op en dan komt de koning, die een broze gezondheid heeft, te overlijden’, zegt Bouras. ‘Heeft zijn zoon dan genoeg steun?’
‘Het is heel gevaarlijk als mensen geen vertrouwen meer hebben in de instituties’, zegt ook Fakir. ‘Want waar geloof je dan wel in? Er ontstaat een vacuüm, dat door van alles gevuld kan worden: door massale emigratie, door radicalisering, of door ontduiking van de regels die de overheid oplegt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant