Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
In de populaire Australische animatieserie Bluey, over een hondengezin, is de vader altijd bereid leuke spelletjes te bedenken voor zijn kinderen, zoals ‘hotel’ of ‘patiënt’. Om vervolgens enthousiast mee te spelen. ‘Ik krijg er een minderwaardigheidscomplex van, want ik heb vaak helemaal geen zin om mee te doen met mijn kinderen’, zei een kennis onlangs. Moeten ouders altijd meespelen?
Spelen is belangrijk voor de ontwikkeling. ‘De drang om te spelen komt van binnenuit. De ontwikkeling die kinderen doormaken zoeken ze op in hun spel’, zegt Annerieke Boland, lector Jonge Kind aan Hogeschool iPabo. Denk aan klimmen en klauteren voor de motoriek. Of het ontdekken van de wereld door kastdeurtjes open en dicht te doen.
Spelen wordt nog weleens ten onrechte gezien als een frivole afleiding van serieuze bezigheden, vertelt onderwijsgoeroe Sir Ken Robinson in een YouTubevideo. Op school en thuis ligt de nadruk vaak op de cognitieve ontwikkeling van het kind: tellen, lezen en klokkijken. Stuk voor stuk zichtbare vaardigheden. ‘Maar het fundament van alles wordt gelegd tijdens het spelen’, aldus Boland. ‘Kinderen leren omgaan met frustraties, nemen initiatief, moeten keuzes maken. Dat zijn ervaringen die cruciaal zijn voor het leervermogen op de lange termijn.’
Ook op emotioneel gebied is spelen belangrijk. ‘Na een vaccinatie of operatie speelt een kind vaak doktertje’, zegt Lisette van der Poel, docent-onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht met een expertise in speelgedrag van kinderen. ‘In het spel wordt de ervaring verwerkt.’
De ouders in Bluey ‘zijn meesters in het onderhouden van de band met hun dochters; ze weten kostbare speelmomenten [...] in te passen tussen werk en huishoudelijke klusjes door’, schrijven psychologen in The Guardian.
Misschien is meespelen door ouders iets meer nodig dan vroeger, meent Boland. ‘Kinderen groeien op in kleinere gezinnen, spelen minder buiten en kijken minder mee met oudere kinderen.’
Meespelen kan goed zijn voor de band tussen opvoeder en kind. Ouders moeten er echter voor waken het speelmoment te gaan orkestreren en optimaliseren. Van der Poel: ‘Door te focussen op talent en resultaat, ontneem je kinderen het plezier.’
Uit onderzoek in de kinderopvang blijkt dat kinderen langer en geconcentreerder spelen als er een leerkracht in de buurt is. ‘Kinderen vragen tijdens het spel regelmatig om bevestiging. Je ziet vaak dat ze even achterom kijken om te checken: is dit oké?’ zegt Boland. ‘Daarom is het zo erg als volwassenen die momenten missen doordat ze op hun telefoon kijken.’ In dezelfde ruimte emotioneel beschikbaar zijn, is dus vaak al genoeg.
Altijd meespelen, zoals de vader van Bluey, is niet nodig. ‘Als een kind fijn aan het spelen is, kunnen ouders juist een afleiding zijn.’
Tijdens het samenspelen laat je bij voorkeur de regie bij het kind. Maak tijdens het kleien met je kleuter dus niet een ingewikkeld poppetje. Want dat ligt buiten het bereik van je kind. ‘Je bent een betere speelkameraad als je het spel spiegelt’, zegt Boland. ‘Treedt de verveling op, dan kun je wat uitdaging toevoegen, bijvoorbeeld door satéprikkers erbij te pakken of iets anders om een afdruk te maken.’
In een Substack-bijdrage vertelt auteur Katherine Martinko dat ze liever niet meedoet aan kinderspelletjes. ‘Ik blijf liever aan de zijlijn – als een soort ‘badmeester-ouder’ - en lees meestal een boek of drink thee, tenzij er een noodgeval is dat ingrijpen vereist.’
Soms is het een geschenk om als kind wat te mogen aanrommelen op de eigen kamer of in de bosjes naast het speelplein, meent Van der Poel. Zónder toezicht of inbreng van volwassenen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant