Home

Ik vroeg Harald V of hij vanuit het hiernamaals mijn Noorse verkeersboete van 900 euro kon kwijtschelden

Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.

We reden naar de Noordkaap (Nordkapp) op de dag dat Harald V, de koning van Noorwegen, kwam te overlijden. Heel het land verkeerde in rouw, alle begrafenissen werden uitgesteld om die van de koning voorrang te geven.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De natuur leek evenwel onwetend van dit verdriet, want de slingerende weg door een toendra-achtig landschap was van een betoverende schoonheid. Vanuit de auto waren we er getuige van dat de zon scheen op de motorkap en het regende op de achterbak, een verschijnsel dat enkele minuten met ons meereed, een aaneenschakeling van regenbogen tegemoet. Dichterbij gekomen verdwenen die één voor één, waarna de volgende zich weer voor ons openvouwde. Zoiets hadden we nooit eerder meegemaakt.

De Noordkaap is niet alleen het uiterste puntje van Noorwegen, maar ook van Europa, hoewel puristen beweren dat even verderop een kleine landtong zich nog iets noordelijker uitstrekt. Het was vroeg in de ochtend en we hadden de Kaap praktisch voor ons alleen. Bij het uitstappen blies de wind ons in het gezicht en rukte de portieren bijna uit de auto. In het open landschap kostte het me moeite op de been te blijven, maar mijn geliefde sloeg haar arm om mijn schouders en stap voor stap, als bizons met gebogen hoofden, slaagden wij getweeën erin de windvlagen te trotseren en de eindbestemming van onze reis te bereiken: het monument van wereldbollen dat het einde van Europa markeert. Alleen Spitsbergen lag nog tussen ons en de Noordpool. Meer dan 300 meter beneden ons woedde de Noordelijke IJszee en bij een nieuwe windstoot zag ik mijn pet in de diepte verdwijnen.

Sinds een Engelse zeevaarder in de zestiende eeuw, op zoek naar Indië (!), de Noordkaap zijn naam had gegeven, is hij een trekpleister geworden voor avonturiers. Daar zitten opvallend veel koninklijke bezoekers tussen. Zo reisde Prins Louis-Philippe in 1795 als de Zwitserse geleerde Herr Müller naar de Kaap. Dat was wel erg ver weg van Parijs, maar hij was incognito op de vlucht voor de Franse Revolutie. Als royalty was je toen bijna nergens veilig in Europa. Koning Oscar II van Zweden besteeg langs touwen het plateau in 1873 en liet voor deze prestatie een gedenksteen plaatsen, die er nog staat.

Maar de vreemdste bezoeker moet toch koning Chulalongkorn (Rama V) van Siam – het huidige Thailand – zijn geweest. Hij liet hij zijn naam in een rots graveren, een piepklein museum op de Kaap herinnert aan die gebeurtennis. Mogelijk is dat niet de enige connectie. In Honningsvåg, de dichtst bij de Kaap gelegen plaats, aten we in een Thais restaurant, waar juist een reünie van Thaise vrouwen en meisjes werd gevierd. We vroegen hoe zij in godsnaam in deze uithoek verzeild waren geraakt en kregen als antwoord dat zij afstammeling waren van het gevolg dat in 1907 met de koning Chulalongkorn was meegereisd.

Ook de Noordkaap is al vroeg getroffen door het moderne toerisme. Zo werd het gebruik om bij aankomst champagne te drinken. De Duitse natuuronderzoeker Carl Vogt zou daar in 1861 mee zijn begonnen en spoedig daarna groeide het uit tot een handeltje. Er kwam zelfs een champagnepaviljoen, wat ertoe leidde dat je op sommige dagen de papegaaiduikers en aalscholvers kon zien scharrelen tussen de lege champagneflessen. Nog altijd staan de champagneflessen klaar in het moderne restaurant dat uit de rots is gehouwen, en dat wil wat zeggen: Noorwegen en drank is niet bepaald een gelukkig huwelijk.

Voor ons was het tijd om de terugweg te aanvaarden, een lange reis langs de kust, want Noorwegen is het Chili van Europa. Op de E6 werd ik aangehouden. Nietsvermoedend had ik op deze Europese snelweg van noord naar zuid 114 km gereden. Volgens de dienstdoende motoragent bevond ik mij in een zone waar je slechts 80 mocht. Echt niet gezien. Als ik 116 had gereden was ik mijn rijbewijs kwijt geweest. Ik moest ook blazen (negatief) en kreeg een boete van zo’n 10.000 Noorse kronen, wat tot mijn schrik omgerekend op een dikke 900 euro uitkwam. De definitieve boete zou worden opgestuurd.

In Trondheim wilden we de kathedraal bezoeken, een kerk die in de loop der eeuwen menige transformatie heeft ondergaan en die is uitgegroeid tot een kolos van ongekende afmetingen. We sloten aan bij een lange rij, die de rij bleek te zijn om het condoleanceregister te tekenen voor de geliefde koning Harald, die ook in deze dom was ingezegend. Eenmaal aan de beurt schreef ik dat ik bewondering had voor de Noren en vooral voor hun koning, die – ook een beetje dankzij de olie – Noorwegen tot zo’n rijk en welvarend land had gemaakt. Ik vroeg hem ook of hij, vanuit het hiernamaals, die bekeuring kwijt kon schelden, want die leek mij zwaar overdreven.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Source: Volkskrant

Previous

Next