Home

Decriminaliseren van abortus bedreigt de rechtspositie van de zwangere vrouw

Afbreking zwangerschap Pro wil weer proberen om abortus uit het strafrecht te halen. Een slecht idee, vindt Gerrit Roorda. Er is volgens hem niets mis met de ‘logische’ Nederlandse abortuswetgeving.

Abortus moet uit het strafrecht, vindt Pro. De oppositiepartij wil weer proberen artikel 296 uit het Wetboek van Strafrecht te schrappen. Dit voornemen volgt op een petitie van Spuiten en Slikken (BNNVARA) en het Humanistisch Verbond uit 2022, én een wetsvoorstel van GroenLinks uit 2023. Welk probleem hiermee zou moeten worden opgelost, blijft voor mij echter onduidelijk.

Op de websites over de petitie lees ik alarmistische teksten over een vrouw in El Salvador die dertig jaar gevangenisstraf heeft gekregen omdat haar miskraam voor abortus werd aangezien, en over het „recht op abortus” dat gevaar zou lopen „als oprukkende conservatieve politieke krachten hun kans grijpen”. Maar of het betreffende Nederlandse wetsartikel ook echt voor problemen zorgt, staat er niet bij. Weinig verrassend, want daar is geen sprake van. Uit de laatste evaluatie van de Nederlandse abortuswetgeving – die naast het strafrechtsartikel ook bestaat uit de Wet afbreking zwangerschap (Wafz) – blijkt dat die naar behoren functioneert.

Gerrit Roorda is huisarts.

De organisaties achter de petitie stellen dat het recht op abortus „goed verankerd en beschermd” moet worden in de Nederlandse wet. Dat is nu juist al het geval. Artikel 296 beschermt de zwangere vrouw én de aborteur.

Allereerst stelt artikel 296 dat het strafbaar is om „een zwangere vrouw een behandeling [te geven] terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor zwangerschap kan worden afgebroken”. Uitgaande van de veronderstelling dat de meeste zwangerschappen gewenst zijn en bewust worden veroorzaakt, is afbreking daarvan door een derde logischerwijs strafbaar.

Vervolgens stelt de wet dat de afbreking níét strafbaar is als dit volgens de Wafz gebeurt, en de vrouw er dus zelf en vrijwillig voor kiest. Duidelijker kan het niet.

‘Normale medische ingreep’

De wet beschermt dus allereerst de vrouw, in mindere mate de aborteur en amper het ongeboren kind. Wordt de vrouw op wat voor manier dan ook benadeeld, dan heeft zij het recht aan haar zijde: de bewijslast ligt niet bij haar.

Terug naar het wetsvoorstel van Pro. Als, zoals de opstellers van de Wet abortus is zorg willen, abortus een „normale medische ingreep” wordt, dan moet de vrouw, in geval van malafide praktijken of fouten, zélf bewijzen dat er onzorgvuldig is gehandeld – zoals gebruikelijk is in het tuchtrecht. De rechtspositie van de zwangere vrouw gaat er in dit voorstel dus niet op vooruit.

Hoe ligt dat voor de aborteur? Voelt die zich onder de huidige wetgeving onvoldoende veilig? Ook daar zijn geen aanwijzingen voor. Jaarlijks worden er in Nederland ruim 39.000 abortussen verricht. In de afgelopen vijftig jaar zijn onder de huidige wetgeving zeker twee aborteurs veroordeeld. Een van hen betrof een persoon die geen arts was, de ander was een huisarts die zijn zwangere partner zonder haar medeweten abortusmedicatie had toegediend.

Het lijkt er al met al op dat artikel 296 precies doet wat beoogd wordt: het beschermen van de vrouw. Die is met het afschaffen van deze wet in ieder geval niet bediend. Het Humanistisch Verbond stelt: „Abortus strafbaar maken […] zorgt alleen maar voor onveilige abortussen.” Het tegendeel is waar: Nederland heeft één van de laagste percentages onveilige abortussen ter wereld.

Hebben de initiatiefnemers nog andere redenen die zwaarwegender zijn dan dit nadeel voor de vrouw? Voorstanders van het schrappen van de strafbepaling bezigen frasen als ‘niet meer van deze tijd’, ‘betuttelend’ en ‘abortus is een mensenrecht’. Daarnaast zou de wettekst ‘de handelingsbekwaamheid van vrouwen miskennen’.

Gevoelskwestie

Inhoudelijk hebben deze argumenten niet veel om het lijf: abortus is geen universeel mensenrecht, van betutteling van de vrouw is geen sprake – het gaat in het wetsartikel helemaal niet om strafbaarstelling van de vrouw – en de bekwaamheid van de vrouw tot handelen wordt door de wettekst niet miskend. Bekwaamheid tot beslissen wordt volgens mij slechts miskend door het bestaan van de ongewenste zwangerschap. Tot slot, of iets wel of niet van deze tijd zou zijn, vind ik al helemaal geen argument.

Is de reden voor het wetsvoorstel wellicht een gevoelskwestie? Pro stelt dat „een moreel oordeel [over abortus] nog wel wordt gevoeld”. Het veranderen van wetgeving om ‘gevoelde morele oordelen’ te bestrijden is op zijn minst opmerkelijk.

De huidige wet zou verder een chilling effect hebben: dokters zouden „bepaalde behandelingen weigeren uit (soms irrationele) angst om strafrechtelijk vervolgd te worden”. Ook hiervoor zijn, in tegenstelling tot wat Pro beweert, geen aanwijzingen. Uit de evaluatie van de Wafz blijkt: „Overigens zijn er ook geen redenen om aan te nemen dat de wijze waarop de abortushulpverlening wettelijk geregeld is, de toegang daartoe in de praktijk zou belemmeren”.

Een belangrijk motief voor dit wetsvoorstel is waarschijnlijk angst. Angst dat we er in de toekomst een andere mening op na zullen houden dan de initiatiefnemers, dat regels rondom abortus ooit zullen veranderen. Maar als een toekomstige generatie anders naar abortus zou kijken, dan is het aan die generatie om dat wettelijk vorm te geven.

Dit wetsvoorstel lijkt kortom niet gebaseerd te zijn op veel meer dan gevoel en angst. Geen redenen om een goed functionerende wet aan te passen en daarmee de juridische positie van de vrouw te verzwakken.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Gender

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next