Het Kröller-Müller besloot al zijn Van Gogh-schilderijen in een tentoonstelling te laten zien, ingedeeld volgens de thema’s ‘geloof’, ‘hoop’ en ‘liefde’. Dat had mis kunnen gaan, maar het brengt de bezoeker dichter bij de schilder.
schrijft voor de Volkskrant over beeldende kunst.
Wat valt er over Vincent van Gogh nog te zeggen? De man die slechts 37 jaar oud werd. Die tien jaar voor zijn dood besloot in plaats van dominee kunstenaar te worden. Die vervolgens lange tijd geen behoorlijk schilderij of tekening wist te maken, maar in de laatste paar jaar van zijn leven het ene meesterwerk na het andere penseelde, in een tempo waarvan de meeste kunstenaars niet eens kunnen dromen.
Die tijdens zijn leven van al die meesterwerken niets wist te verkopen, op de beurs leefde van zijn broer Theo, aan wie hij zulke prachtige brieven schreef. Die ruzie kreeg met collega-schilder Paul Gauguin, vervolgens een deel van zijn oor afsneed en zich uiteindelijk een dodelijke kogel in zijn borst schoot. Nu ja, u kent het verhaal.
Hoe kan je over zulk een beroemdheid nog iets nieuws verzinnen?
Het moet de vraag zijn geweest waarvoor het Kröller-Müller museum zich geplaatst zag toen ze besloten alle 88 schilderijen die het Otterlose museum rijk is aan de muur te hangen. Achtentachtig Van Goghs! Allemachtig, u leest het goed. Het is de grootste collectie ter wereld op één na: die van het Van Gogh Museum in Amsterdam.
Aanvankelijk bekruipt je op de tentoonstelling het gevoel dat zo veel werk bij elkaar tot een overkill aan indrukken leidt. Dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Dat je, door al die gele korenvelden, geurige lavendel en geëxalteerde perzikbloesem, geveld wordt door het Stendhal-syndroom. Hoeveel hoogtepunten kan iemand verdragen zonder, net als Van Gogh, in een staat van psychische overweldiging te geraken?
De oplossing die het Kröller-Müller daarvoor heeft gevonden, is om de 88-delige verzameling op te delen in drie thema’s: geloof, hoop en liefde. Het klinkt, hoezeer ook ontleend aan Vincents geschreven ontboezemingen aan Theo, als een clichématige keuze. En het is soms even zoeken naar de verbintenissen die de thema’s met de verschillende werken aangaan.
Oké, het kost weinig moeite om het onderwerp ‘geloof’ te herkennen in een schilderij van de kerk waar Van Goghs vader ligt begraven. Of om de ‘liefde’ te zien in het portret van Joseph Roulin, de postbeambte die zich over de schilder ontfermde toen die door een geestesinzinking was opgenomen; of in dat van de schuinsmarcherende luitenant Paul-Eugène Milliet, alias De minnaar.
Maar niet overal zijn de verwijzingen even duidelijk. Voordeel van deze benadering is wel dat je anders naar het werk gaat kijken. Dat je naast alle stilistische ontwikkelingen ook affiniteit krijgt met Van Goghs inhoudelijke, doorleefde onderwerpkeuze. Dat de hooischelven en cipressen, zonnebloemen en ondergaande zonnen voor hem meer waren dan enkel aanleidingen om de verftube eens flink uit te knijpen en de kleuren met ritmische klodders op het linnen te plakken.
Plots besef je weer dat elke graankorrel voor de schilder een gave Gods moet zijn geweest. Dat de zon een levenselixer was. Dat een boer die voortploegde een religieuze taak te vervullen had. En dat Van Gogh zelf al werkend een haast Bijbelse belofte tot arbeid inloste, als door een hogere macht bezeten.
Want, man, man, man, wat kwam hij van ver als je dat amateuristische klungelwerk uit het begin bekijkt, met die modderige stillevens, figuren als horkerige paspoppen en boerenkoppen als geschilde aardappelen. En hoe daaruit, door noest werken, veel te lezen, goed te kijken en de geest nieuwsgierig houden, iets ontsproot wat licht is, kleurig en levendig. Bezield. En waarvoor nu, waar ook ter wereld, duizenden bezoekers in de rij staan.
Of het allemaal gerelateerd is aan geloof, hoop en liefde maakt niet uit. Wel dat Vincents bezieling die van Helene Kröller-Müller moet hebben getriggerd. Het is bekend dat de grondlegger van het museum, mede door de adviezen van haar leermeester H.P. Bremmer, haar eigen hang naar spiritualiteit herkende in die van Van Gogh. En dat zij uiteindelijk zo begeistert raakte dat ze een gigantische hoeveelheid van zijn werk bijeen kocht, begin 20ste eeuw, toen de schilder nog bij lange na niet de status had die hij nu bezit.
Natuurlijk, dat wisten we allemaal al wel. Maar het is toch weer mooi om deze geestdrift in zo’n tentoonstelling bevestigd te zien en er zelf deelgenoot van te zijn.
Beeldende kunst
★★★★☆
Kröller-Müller museum, Otterlo. T/m 3/1.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant