Afgelopen zomer werd tandarts Anett Wenzel het slachtoffer van een aanslag door een patiënt. Een incident als dit roept de vraag op: wat kun je als zorgverlener doen als je een nietpluisgevoel hebt bij een patiënt?
is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
Afgelopen zomer werd tandarts Anett Wenzel het slachtoffer van een aanslag door een patiënt. Een incident als dit roept de vraag op: wat kun je als zorgverlener doen als je een nietpluisgevoel hebt bij een patiënt?
is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
Teruggaan naar de plek des onheils. Dat is het eerste wat tandarts Anett Wenzel (45) deed nadat ze op maandag 29 juni uit het ziekenhuis was ontslagen. Vier dagen eerder was ze uit het niets neergestoken door een patiënt in haar praktijk in Utrecht.
‘De patiënt had een afspraak, hij zat kalm in de wachtkamer, droeg een lange jas. Achteraf had ik kunnen denken: waarom heeft hij een jas aan? Het was die dag 35 graden. Maar dat is achteraf, nu ik weet wat hij eronder had verstopt.’
Wenzel ging de patiënt voor naar de behandelkamer. Binnen stond ze met haar rug naar hem toe. Ze voelde dat hij dichterbij kwam. Te dichtbij. Snel draaide ze zich om. Maar te laat. Met zijn ene hand greep de man haar arm vast, met de andere duwde hij een groot mes in haar buik.
‘Ik wist meteen: dit is kantje boord. Ik had witte kleding aan, ik zag overal bloed. Tegelijkertijd voelde ik een stoot adrenaline. Naar mijn collega’s riep ik: kijk uit, hij heeft een mes.’
Terwijl haar collega’s de hulpdiensten belden en naar haar toe snelden, liep de man rustig naar buiten. Daar werd hij enkele minuten later gearresteerd.
‘Voor mezelf, maar ook voor mijn medewerkers, wilde ik die maandag erna zo snel weer terug naar de praktijk’, zegt Wenzel. ‘Zie het als een soort traumaverwerking.’ Bovendien wilde Wenzel een foto maken met de twee assistenten die haar leven hadden gered. Als statement. ‘Ik wil nooit vergeten wat er is gebeurd, en hoe ik – met dank aan anderen – er overheen ben gekomen. We kijken als strijders in de lens. Deze ervaring heeft mij en mijn collega’s niet klein gekregen.’
Toch worstelt ze na het steekincident met een dilemma waar – blijkens de reacties die ze kreeg – meer tandartspraktijken mee zitten. Want wat kun je doen als je een nietpluisgevoel hebt bij een patiënt?
Over de man die haar aanviel wil Wenzel niet te veel kwijt. Hij was al jaren haar patiënt en moet 5 oktober voor de rechter verschijnen tijdens een voorbereidende zitting. Dan wordt mogelijk meer duidelijk of hij psychische problemen had en waarom hij de tandarts neerstak.
‘Je hebt soms patiënten bij wie je een gevoel hebt: het zit niet goed’, zegt Wenzel. ‘Dat kan hem in kleine dingen zitten. Een blik in de ogen, net te dichtbij komen, een aanraking. Ik ben een ondernemer met een praktijk met 31 medewerkers. Als ik bijvoorbeeld kapper of schoonheidsspecialist was geweest, had ik al eerder tegen zo iemand kunnen zeggen: we nemen afscheid van elkaar.’
Maar tandartsen en artsen mogen dat niet, zegt Hans de Vries van brancheorganisatie KNMT. Een tandarts mag een patiënt alleen weigeren als hij zich bijvoorbeeld herhaaldelijk misdraagt, zijn rekening niet wil betalen of als hij een behandeling eist die de tandarts niet kan geven. ‘Je moet dit goed vastleggen in een patiëntendossier. De argumenten moeten zuiver, toetsbaar en objectief zijn, om bijvoorbeeld discriminatie te voorkomen. Het argument: ik heb een slecht gevoel over een patiënt, valt daar niet onder.’
Het is een dilemma waar veel zorgverleners mee worstelen, zegt Rosa Jansen van Slachtofferhulp Nederland. Haar organisatie staat slachtoffers bij van misdrijven, zo ook veel zorgverleners die geweldsincidenten op hun werk meemaakten.
Aan de ene kant wil je voor mensen zorgen en hen helpen. Aan de andere kant wil je ook dat jij en je collega’s veilig zijn en een nietpluisgevoel serieus nemen, zegt Jansen. ‘Van hulpverleners die slachtoffer zijn geworden, horen we vaak dat mensen niet meer alleen willen werken. Dat je met zijn tweeën op huisbezoek gaat of in een ruimte bent. Angst, boosheid of een gevoel van onveiligheid kunnen na zo’n incident nog lang doorwerken.’
Uit onderzoek van brancheorganisatie KNMT uit 2023 blijkt dat driekwart van de tandartsen jaarlijks te maken krijgt met ongewenst gedrag van patiënten. ‘Maar incidenten zoals in Utrecht zijn uitzonderlijk’, zegt De Vries. In verreweg de meeste gevallen gaat het om schreeuwen, bedreigend of agressief taalgebruik. ‘Met name baliemedewerkers krijgen ermee te maken.’
Het is een maatschappelijke ontwikkeling, zegt De Vries, ‘die wij als tandartsen niet kunnen tegengaan. We zetten daarom vooral in op preventie: medewerkers trainen om escalatie te voorkomen. En afgelopen zomer hebben we de website Zorgveilig gelanceerd, samen met onder meer huisartsen en apothekers. En soms moet je meebuigen met een patiënt terwijl je het er eigenlijk niet mee eens bent, maar omdat je een probleem vóór wilt zijn.’
En als het wel misgaat, vervolgt hij, ‘moet je ervoor zorgen dat medewerkers hun ei kwijt kunnen.’ Veel meer is er volgens hem niet aan te doen. ‘Ik begrijp dat mensen na zo’n steekpartij zeggen: er moeten detectiepoortjes komen bij een praktijk. Maar wil je zo ver gaan?’
‘Nee, zegt ook tandarts Wenzel, die nog altijd herstellende is en nog niet kan werken, ‘als praktijk wil je uitstralen dat mensen welkom zijn.’ Het enige wat ze kan doen, zegt ze, is patiëntendossiers nog beter bijhouden. ‘Je bagatelliseert het al snel als iemand zijn stem verheft; het gebeurt heel vaak. We moeten leren dat wel te noteren.’
En ze heeft nog een voornemen. ‘Ik neem geen patiënten meer aan zonder dossier. Als iemand zich wil inschrijven en zegt: ‘Geen idee waar mijn dossier is’ of ‘Je mag mijn oude tandarts niet bellen’, dan gaan mijn alarmbellen rinkelen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant