In de rechtvaardiging van zijn AI-gebruik gaat premier Jetten eraan voorbij dat generatieve AI, zoals elke technologie, een hulpmiddel is dat niet alleen ons werk verandert, maar ook onszelf. En in dit geval niet per se louter ten goede. Vraag maar aan leraren.
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over de financiële sector.
Het geruststellende aan de chatbot-affaire rond premier Rob Jetten is dat de zaak maar weer eens bewijst dat mensen op minstens één vlak superieur zijn aan machines: ze kunnen vreselijk grappig zijn, al is het dan soms onbedoeld.
Dit geldt zeker voor de flauwekulsmoesjes en drogredeneringen waarmee Jetten en zijn apologeten nu al wekenlang proberen goed te praten dat hij en D66 stiekem honderden socialemediaberichten lieten schrijven door AI. Behalve onbedoeld grappig is hun beuzelpraat echter ook onbedoeld schadelijk.
Over de auteur
Jonathan Witteman is is economieredacteur van de Volkskrant. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Neem de rechtvaardiging van Jetten en D66: ‘We gebruiken AI als hulpmiddel, zoals zoveel Nederlanders doen.’ Het kwalijkste is niet eens de sofistische bijzin, het soort argumentum ad populum dat kleuters van stal halen wanneer ze op heterdaad gesnapt worden tijdens het plunderen van de snoeppot: ‘Ja, maar [vul in: naam broertjes en zusjes] deden het ook!’ Erger is hoe argeloos Jetten eraan voorbijgaat dat generatieve AI, zoals elke technologie, een hulpmiddel is dat niet alleen ons werk verandert, maar ook onszelf. En in dit geval niet per se louter ten goede.
De Pisa-scores voor leesvaardigheid onder jongeren hollen achteruit, een tendens die Oeso-onderzoekers voor een belangrijk deel toeschrijven aan de populariteit van AI-bots. ‘De resultaten zijn ontnuchterend: de best presterende studenten zijn doorgaans degenen die géén kunstmatige intelligentie gebruiken.’
In elke lerarenkamer worstelen docenten met de vraag hoe ze hun klas in hemelsnaam weer aan het lezen, schrijven en überhaupt nadenken kunnen krijgen, drie activiteiten die vaak hand in hand schijnen te gaan. Dankzij D66, de zelfbenoemde onderwijspartij, hebben scholieren nu een ijzersterk tegenargument. Want waarom zouden zij zich nog de tijdrovende moeite getroosten om het motto van de Verlichting (‘Durf te denken!’) in praktijk te brengen als zelfs de minister-president van Nederland zijn denkwerk zonder enige scrupules aan een machine uitbesteedt?
Het is alsof we morfinisme inruilen voor een crystal meth-verslaving. Net nu we afgekickt zijn van Russisch gas, raken we verslingerd aan het intellectuele gemaksvoedsel van Californische AI-bedrijven, met hun deepfakes, (vaak racistische) algoritmes en energieslurpende datacenters.
Tijdens een hallucinante uitzending van Pauw & De Wit nam VVD-communicatiestrateeg Bas Erlings het voor Jetten op met de constatering dat de premier het veel te druk heeft om zelf socialemediaberichten te schrijven. ‘Hij heeft natuurlijk geen tijd om dat allemaal zelf te gaan zitten verzinnen’, zei hij.
De strateeg vertelde er niet bij wat de ongetwijfeld drukke premier en diens partij er dan precies toe verplicht om in een jaar tijd alleen al 232 AI-berichten de wereld in te slingeren. Dat is geen communicatie meer, maar politieke flatulentie.
Bovendien: als de overheid niet eens de moeite meer neemt om haar boodschappen zelf te schrijven, waarom zouden burgers dan wel de moeite nemen om ze te lezen? In tijden waarin veel Nederlanders zich toch al vervreemd voelen van de politiek en ‘soevereinen’ vadertje staat de rug toekeren, is de chatbotisering van de democratie misschien geen briljant idee.
De toeslagenaffaire was het gevolg van een overheid die langzaam verdween in een mist van algoritmes. Chatbots hullen de staat alleen maar verder in nevelen.
Dinsdag kwam socioloog Mark van Ostaijen in zijn column met nog zo’n wonderlijke redenering op de proppen: politici schrijven hun toespraken al sinds mensenheugenis niet zelf, daar hebben ze namelijk speechschrijvers voor. Dus is alle stampij over Jettens AI-gebruik maar ‘artificieel’.
Er is echter één verschil: speechschrijvers zijn appels, en chatbots peren. Speechschrijvers zijn met belastinggeld betaalde rijksambtenaren. Ze vallen onder de ministeriële verantwoordelijkheid en zijn op elk gewenst moment op het matje te roepen als ze een retorische wanprestatie leveren. Bovendien behoren speechschrijvers tot een diersoort genaamd ‘homo sapiens’, met al zijn/haar gevoelens, ervaringen, sociale vaardigheden en andere kwaliteiten die de zielloze woordvoorspelmachines van Silicon Valley ontberen.
In de Pauw & De Wit-uitzending bracht oud-minister van Volksgezondheid Ernst Kuipers (D66) zelfs een paragnostisch argument ter tafel om de premier te verdedigen. Als we over vijf jaar nog eens terugkijken op deze discussie, voorspelde Kuipers, dan lachen we er misschien wel om dat we anno 2026 zo krampachtig deden over door AI geschreven socialemediaberichten, toespraken en parlementaire spreekteksten. Ik ben benieuwd of we over vijf jaar ook zullen lachen om de nieuwste Pisa-scores van Nederlandse scholieren.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant