Home

Hoe wist Gouda het in de 17de eeuw te schoppen tot knooppunt van de wandtapijtenproductie?

Wandtapijten Uit nieuw onderzoek blijkt de centrale plaats van Gouda in de tapijtenweverij in de Nederlanden. Museum Gouda toont er enkele spectaculaire voorbeelden van.

Detail wandtapijt met Orestes’ wraak op Aegisthus, uit de werkplaats van Pieter de Cracht, ca. 1648-1662.

Een meterslange wand van de trouwzaal van het stadhuis van Gouda wordt bedekt door een tapisserie uit de 17de eeuw. Het wandtapijt toont een groen boslandschap met bomen, struiken, vogels en andere dieren, en hier en daar een doorkijkje naar een kerk of kasteel. In verband met een renovatie van het stadhuis is het tapijt er tijdelijk weggehaald. Na een opknapbeurt hangt het nu in de kleine maar aantrekkelijke expositie Wonder Walls in Museum Gouda. Die werpt nieuw licht op de rol van de Hollandse stad in de tapijtweverij, vanouds een luxueuze en kostbare kunstvorm die vooral met Vlaanderen wordt geassocieerd. Een van de belangrijkste vondsten is de nieuwe identificatie van de maker van het tapijt uit het Goudse stadhuis.

Dergelijke prestigieuze projecten hingen vaak samen met bijzondere evenementen. Daarom werd tot nu toe aangenomen dat het stadsbestuur het wandtapijt kocht ter gelegenheid van het bezoek van de Engelse koningin Henrietta Maria aan Gouda in 1642. Het zou dan zijn geweven door tapijtmaker David Rufelaer. Maar uit nieuw archiefonderzoek door Rudy Jos Beerens (RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis) blijkt dat het tapijt pas zo’n vijftig jaar later, in 1692-1694, is gemaakt, in het Goudse atelier van Jannetje Wouters. Zij was sinds 1683 weduwe van tapijtkunstenaar Jan Onclaer, en de nieuwe informatie over het stadhuistapijt voegt daarmee ook iets toe aan de nog fragmentarische kennis van de rol van vrouwen in de kunstwereld van toen.

Vroedschapkussen van Willem Maurits Swellengrebel, uit de werkplaats van Jacques van der Borcht a Castro (II), 1788.

De expositie maakt duidelijk dat het atelier van Wouters deel uitmaakte van een onverwacht bloeiende productie van tapijtweefkunst in het Gouda van de 17de en 18de eeuw. Vanaf 1585 zochten protestantse kunstenaars en handwerklieden uit de katholieke Zuidelijke Nederlanden een heenkomen in het noorden. Gouda werd een centrum van wevers uit met name het Vlaamse Oudenaarde, en groeide uit tot een knooppunt van tapijtproductie.

Een van de Vlaamse tapissiers die in Gouda carrière maakte was Tobias Schaep. Uit zijn werkplaats komt onder andere een reeks van acht tapijten met scènes van het leven en lijden van Christus (1634-1647, nu in Slot Skokloster in Zweden), gemaakt voor een adellijk echtpaar in Denemarken. Terwijl wandtapijten onder invloed van licht vaak wat flets worden, zijn de kleuren in de twee geëxposeerde exemplaren door de eeuwen verbluffend helder gebleven. De compositie van de Kruisiging van Christus gaat terug op Vlaamse voorbeelden zoals de schilderijen van barokschilder Rubens. Maar tegelijkertijd verloochende Schaep zijn nieuwe woonplaats niet: op de decoratieve omlijsting van de Annunciatie (de aankondiging aan Maria door een engel van de geboorte van Christus) bracht hij niet alleen zijn eigen naam aan maar ook de afkorting G.H., als keurmerk van kwaliteit van producten uit ‘Gouda, Holland’.

Landschapsverdure uit de werkplaats van Jannetje Wouters, 1692-1694 (Gemeente Gouda), details

De immigranten uit Vlaanderen vonden in de Noordelijke Nederlanden vermogende geloofsgenoten om voor te werken, en vestigden zich daar in de inmiddels leegstaande katholieke kloosters. Ze vonden er de ruimte voor hun weefgetouwen, die heel wat groter waren dan het moderne exemplaar waarmee de expositie een beeld geeft van de werking ervan. De breedte van die oude weefgetouwen moest namelijk minstens even groot zijn als de smalste zijde van het te weven tapijt, doorgaans de zijkant die alleen al een meter of vier kon beslaan.

Bij de Koninklijke Manufactuur De Wit in Mechelen, een wereldvermaard instituut gespecialiseerd in de conservering van wandtapijten, wordt inzichtelijk gemaakt hoe het vervaardigen van zulke lappen in zijn werk ging. Een prachtig tapijt met de mythologische voorstelling van Orestes’ wraak op Aegisthus uit het atelier van Pieter de Cracht (1648-1662, Rijksmuseum Amsterdam) werd er de afgelopen maanden ter gelegenheid van de tentoonstelling gerestaureerd. Opgerold op twee lange cilinders met steeds slechts een strook zichtbaar van enkele decimeters breed, gaf het iets prijs van het weefproces en, zeker aan de achterzijde, van de oorspronkelijke kleuren van de gebruikte wol en zijde.

Restauraties bij De Wit in Mechelen.

Zo werden tapijten destijds ook gemaakt: grotendeels opgerold maar dan ondersteboven, en vaak ook nog een kwartslag gedraaid. Er werd aan gewerkt door een rijtje naast elkaar zittende wevers. Die werkten naar ‘kartons’, levensgrote, gekleurde tekeningen die onder de opgespannen kettingdraden lagen. Een mooi voorbeeld van het hergebruik van een karton is een rennende vos met pluimstaart in het tapijt voor het Goudse stadhuis, die een kleine tien jaar eerder al precies zo, en even groot, was opgenomen in het landschap op een tapijt voor het stadhuis van Nijmegen.

Het weven van tapijten was teamwork en mechanisch van aard. Het grote geheel was lastig te overzien. Dat verklaart misschien waarom bepaalde motieven soms een heel uiteenlopende vorm hebben. In de vroege 18de eeuw maakten Alexander Baert uit Oudenaarde en zijn vrouw Clara de Hont in Gouda een reeks landschappen met allegorische voorstellingen van de vier toentertijd bekende continenten (nu in Parijs, Petit Palais). Tegen de tronende vrouw die Afrika personifieert schurkt zich een leeuw aan. Het dier ziet er heel wat natuurgetrouwer uit dan zijn soortgenoot in het tapijt met ‘Europa’, die ons met karikaturaal gerimpelde kop aankijkt. Misschien is het detail het werk van een minder getalenteerde wever? Het gevolg van een sleets geraakt karton? Hoe dan ook vormt het een onderhoudende illustratie van de wijdvertakte, maar grotendeels vergeten infrastructuur van de Goudse tapijtindustrie.

Museum Gouda: Wonder Walls, geweven meesterwerken. Te zien van 26 september t/m 29 maart 2027. Info: museumgouda.nl

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next