„Maar Ben, wat vind jij er nou eigenlijk zélf van?” Als ik een seminar verzorg waarin veel research voorbijkomt, wordt die vraag vaak gesteld. Mijn standaardantwoord: „Ik vind zelf dat je goed onderzoek moet gebruiken in je werk.” Beetje flauw, maar het is wel wat ik echt vind.
Een arts die zich uitsluitend baseert op gevoel of persoonlijke ervaringen, eindigt voor het tuchtcollege. Maar wanneer een manager zo werkt, vinden we dat normaal. Onderzoek laat zien dat managers en personeelsfunctionarissen bij het nemen van beslissingen niet of nauwelijks evidencebased werken.
De roep dat managers zich minder moeten verlaten op gevoel, goeroes en trends, en meer op serieus onderzoek, klinkt al een tijdje. In 2005 riep Denise Rousseau, destijds voorzitter van de Academy of Management, de grootste internationale vereniging van managementonderzoekers, op tot meer aandacht voor evidencebased management. Een half jaar later schreven onderzoekers Jeffrey Pfeffer en Bob Sutton over het onderwerp in de Harvard Business Review. Sindsdien is de belangstelling voor het thema flink gegroeid, zij het vooral onder academici.
Wat is evidencebased management eigenlijk? Volgens Rousseau en collega’s betekent het dat je verschillende relevante bronnen gebruikt bij het nemen van belangrijke beslissingen. Die bronnen zijn:
Eric Barends is managing director van het Center for Evidence-Based Management. Ik belde hem om te vragen hoe hij als praktijkmanager bij dit onderwerp betrokken raakte.
Barends: „Twintig jaar geleden was ik zelf manager en moest ik een reorganisatie aansturen. De vier betrokken directeuren hadden allemaal een sterke overtuiging over hoe dat moest. Maar die overtuigingen stonden wel haaks op elkaar.”
Barends vroeg een bevriend medicus wat hij hiermee aan moest. Die adviseerde alle directeuren te vragen om bewijzen bij hun verhalen. „Hij zei: het verhaal met de beste evidence, daar ga je dan voor. Eigenlijk een heel goed en eenvoudig idee.”
Barends raakte geïnteresseerd in evidencebased management, promoveerde op het onderwerp en groeide uit tot een van de bekendste namen binnen het vakgebied. Tegenwoordig reist hij de wereld rond om er college over te geven.
Barends: „Door Covid en door Trump heeft dit vakgebied een enorme vlucht genomen. Een idee dat breed leeft is: mensen met een hogere opleiding horen in staat te zijn om allerlei wilde claims te onderscheiden van valide claims.
Het gaat heel vaak alleen maar over de misinformatie die je overal ziet, maar er is ook een andere kant. Er zijn ook steeds meer mensen die zich juist richten op evidence.”
Ook AI speelt een belangrijke rol, volgens Barends. Wetenschappelijke chatbots, zoals Consensus, maken het raadplegen van onderzoek steeds eenvoudiger.
Samen met Rousseau schreef Barends een handleiding voor evidence-based decision making, zoals het vakgebied de laatste jaren steeds vaker wordt genoemd. Die is grotendeels gebaseerd op de manier waarop medici werken en bestaat uit zes stappen.
Ik vroeg de afgelopen jaren aan diverse academici die ook managementtaken uitvoeren of ze daarbij wetenschappelijke inzichten gebruiken. Het antwoord kwam meestal neer op ‘min of meer’. Ze gebruikten bijvoorbeeld wel hun eigen theorieën, maar dan in een sterk vereenvoudigde vorm. Een beetje zoals de rijtjes die je wel ziet in columns in de krant.
Daarnaast bestaat veel onderzoek uit experimenten met jonge psychologiestudenten die voor een paar euro in een lab een uurtje keuzes maken achter een computer. Ook onderzoekers zelf constateren dat je dit niet zomaar kunt vertalen naar de praktijk. Barends: „Dat soort lab-onderzoek levert een bijdrage aan het beschrijven van kale, causale mechanismen. Heel waardevol, maar dan ben je er nog niet. Bij onderzoek binnen organisaties zie je dat ook allerlei contextuele factoren invloed hebben.”
Voorbeeld: volgens overzichtsstudies is thuiswerken niet nadelig voor de productiviteit. Maar praktijkonderzoek laat zien dat jonge en nieuwe medewerkers profiteren van het samen in een ruimte zitten met collega’s. En dat te veel controle door managers leidt tot stress bij thuiswerkers.
Volgens Barends moet je lab- en praktijkonderzoek beide betrekken in je beslissingen.
Goed, wat vind ik er zelf van? Ik vind dat je bij belangrijke beslissingen, die impact hebben op collega’s, klanten en de wereld om je heen, twee keer onderzoek moet doen. Eerst kijk je wat de beschikbare evidence is. Daarna test je in de praktijk of je besluit werkt. Eigenlijk zoals de zes stappen hierboven voorschrijven.
En ik vind ook dat je bij alledaagse keuzes prima je gevoel mag volgen. Of, zoals Barends zegt tegen zijn studenten: „Als je hier eenmaal mee begint, dan loop je het risico een eigenwijs stuk vreten te worden. Pas op dat je geen evidencebased fundamentalist wordt.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie