De Verenigde Naties erkenden de handel in tot slaaf gemaakte Afrikanen in maart als ‘ernstigste misdaad tegen de menselijkheid’. Het gesprek over herstelbetalingen werd daarmee nieuw leven ingeblazen. De grote vraag: wat gaan we daarvan terugzien tijdens de Algemene Vergadering in New York deze week?
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.
123 van de 193 lidstaten van de Verenigde Naties stemden in maart in met de resolutie die de ultieme erkenning gaf voor de misdadigheid van de transatlantische slavernij. Bij nazaten van tot slaafgemaakten wordt het gewicht van die beslissing een half jaar later nog steeds gevoeld. ‘Dankzij deze resolutie hoeven we nooit meer iets te bewijzen’, zei de Afro-Amerikaanse artiest Kim Poole eerder deze maand, tijdens een online bijeenkomst over de resolutie. ‘Wat een ongelofelijk groot privilege.’
Tegelijkertijd was deze resolutie volgens de initiatiefnemers, waarvan Ghana de belangrijkste is, pas het begin. De komende tijd hopen ze binnen de VN steun te vinden voor maatregelen voor herstel en genoegdoening. Hoe groot is de kans dat die steun er komt, tijdens de Algemene Vergadering die deze week plaatsvindt in New York, en waar moet die vandaan komen?
Welke voorstellen liggen op tafel?
Bij de woorden ‘herstel’ en ‘genoegdoening’ wordt al snel gedacht aan ‘herstelbetalingen’, oftewel: aan geld. Maar herstel en genoegdoening omvat meer, zegt Gay McDougall, een Amerikaanse mensenrechtenactivist die zich al jaren voor dit thema inzet. ‘Het gaat ook om erkenning en ervoor zorgen dat de gevolgen van raciale slavernij niet doorwerken in het hier en nu. Dat betekent dat je bestaande structuren moet veranderen, die ervoor zorgen dat mensenrechtenschendingen steeds weer terugkeren.’
De pleitbezorgers van herstel vragen daarom niet alleen om excuses van de landen die een rol speelden in de slavernijgeschiedenis. Ze pleiten ook voor evenredige vertegenwoordiging van niet-westerse landen in internationale instituten, zoals de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en de Wereldbank. En ze eisen een schadevergoeding voor Afrikanen en mensen van Afrikaanse afkomst wier familie te lijden had onder de transatlantische slavenhandel.
Ook pleiten de landen voor het openstellen van koloniale archieven, de teruggave van geroofd cultureel erfgoed, extra geld voor klimaatadaptatie en technologische innovatie voor landen die ooit zijn gekoloniseerd en steun voor de dekolonisatie van gebieden die nog altijd onder Amerikaans of Europees bestuur vallen, zoals de Britse Falklandeilanden en het Nederlandse Sint-Maarten. En misschien wel het meest verstrekkend: de landen eisen een oplossing voor de enorme schuldenlast waarmee oud-koloniën na de dekolonisatie werden opgezadeld.
Nederland is tot nu toe het enige land waar zowel de regering als het koningshuis formeel excuses hebben gemaakt voor de rol in de transatlantische slavernij. Dat wil niet zeggen dat andere regeringsleiders of staatshoofden nog geen enkele vorm van rekenschap hebben afgelegd. De Britse premier Tony Blair sprak in 2007 zijn ‘diepe verdriet en spijt’ uit. De Deense koningin Margrethe noemde Denemarkens aandeel in de slavenhandel in 2017 ‘beschamend’ en ‘niet te rechtvaardigen’.
Formele excuses kwamen wel van andere instellingen. De Church of England verontschuldigde zich al in 2006. Paus Leo XIV bood in mei excuses aan voor de rol die de katholieke kerk speelde in het legitimeren van slavernij.
Zijn dit nieuwe eisen?
Nee, veel van de voorstellen werden al gedaan tijdens de Abuja-conferentie in 1993 en bekrachtigd met de Durban-verklaring uit 2001. Wat de resolutie uit maart desondanks historisch maakte, was het woord ‘ernstigste’ in de tekst, legt de Zimbabwaanse historicus Panashe Chigumadzi eerder deze maand uit, tijdens de online bijeenkomst over de resolutie. ‘Het gaat uit van het idee dat de raciale slavenhandel de wereld zoals wij die kennen vormde en de kiem legde voor alle latere misdaden tegen de menselijkheid, zoals apartheid en de opkomst van fascisme.’
Ook is dit de eerste resolutie die zich baseert op Afrikaanse jurisprudentie die teruggaat tot de 13de eeuw. ‘Het Westen heeft altijd gezegd: slavernij is onder onze hedendaagse standaarden misdadig, maar destijds was er geen internationale wetgeving die het verbood. Maar wat een misdaad is en wie dat bepaalt, is ook een strijd.’ Het Malinese koninkrijk nam in de 13de eeuw al een grondwet aan die tot slaafgemaakten wel recht gaf op ‘lichamelijke integriteit’. ‘In deze resolutie is dat eindelijk erkend.’
Het teruggeven van gestolen artefacten is misschien wel de meest laagdrempelige en zichtbare vorm van herstel, die inmiddels door meerdere landen is omarmd. Nederland loopt ook hierin voorop; het gaf al honderden voorwerpen terug aan landen als Indonesië, Sri Lanka, Nigeria en Egypte. Maar er liggen naar schatting van experts nog honderdduizenden geroofde objecten in Nederlandse musea.
Groot-Brittannië is tot nu toe opvallend terughoudend; het heeft als een van de weinige landen een wet die musea verbiedt om gestolen artefacten terug te geven.
Staat de hele wereld achter de VN-resolutie?
Bij de VN-stemming over Oekraïne en Gaza was de afgelopen jaren al een tweedeling te zien tussen het Westen en het Mondiale Zuiden. Diezelfde verdeeldheid was te zien bij de stemming over de transatlantische slavernij in maart. Alle ja-stemmen kwamen uit Zuid-Amerika, Azië en Afrika, met Servië als eenzame uitzondering. De Verenigde Staten, Israël en Argentinië stemden tegen de resolutie. 52 landen, waaronder Groot-Brittannië, alle EU-lidstaten, Australië, Japan en Canada, onthielden zich van stemming. Zij zeiden geen hiërarchie te willen aanbrengen in misdaden tegen de menselijkheid.
Of het momentum deze week in New York wordt benut, zal vooral afhangen van de groep onthouders, zegt Karim Soumana, projectdirecteur Wereldorde en Vredesstichting bij de gerenommeerde denktank de International Crisis Group. ‘Deze Amerikaanse regering zal tot geen enkel gesprek over slavernij te bewegen zijn. Maar Europese landen zijn opgeschoven: bij eerdere resoluties stemden ze altijd tegen, nu onthielden ze zich van stemming. Dat laat zien dat ze in ieder geval open staan voor een gesprek.’
Bij de oprichting van Verenigde Naties in 1945 kreeg het belangrijkste orgaan, de VN-veiligheidsraad, vijf permanente leden met bijzondere bevoegdheden. Die machtige zetels werden toegekend aan de winnaars van de Tweede Wereldoorlog: China, Rusland, Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
Landen in het Mondiale Zuiden eisen een hervorming van de raad, omdat de verhoudingen in de wereld zijn veranderd, lage-inkomenslanden nu helemaal niet worden vertegenwoordigd en de Veiligheidsraad in zijn huidige vorm slagkracht mist. Bijna alle landen, inclusief de Verenigde Staten, China, Rusland en de lidstaten van de Europese Unie steunen een dergelijke hervorming. De grote vraag is alleen: hoe? Daarover worden de landen het maar niet eens.
Welke landen lopen voorop?
Frankrijk lijkt echt wakker te zijn geschud door de resolutie, zegt Pierre-Yves Bocquet, adjunct-directeur van de Franse Stichting voor de Herinnering van Slavernij, die de Franse regering adviseert. ‘President Emmanuel Macron was niet bepaald blij toen hij na afloop van de stemming merkte hoeveel tractie de stemming wereldwijd kreeg. Europa trof zichzelf geïsoleerd aan, tussen de meerderheid van de wereld en het kamp van de Verenigde Staten en Israël, landen waarvan het steeds verder wegdrijft. Terwijl het in deze veranderende wereldorde juist behoefte heeft aan nieuwe bondgenoten in het Mondiale Zuiden.’
Macron zette sindsdien een aantal belangrijke stappen. Hij gaf in mei, als eerste Franse president ooit, een toespraak waarin hij het woord ‘herstel’ in de mond nam. Samen met Ghana, dé Afrikaanse pleitbezorger van het herstelrecht, lanceerde het een onderzoek naar mogelijke herstelmaatregelen. Bocquet hoopt dat de Franse regering de Algemene Vergadering aangrijpt om nóg meer handreikingen te doen.
Frankrijk lijkt van alle Europese landen voorlopig dus het meest te bewegen. Nederland is weliswaar voorloper op het gebied van erkenning van het slavernijverleden, omdat het als enige land al formele excuses aanbood, maar sinds maart deed het alleen extra toezeggingen over de teruggave van gestolen artefacten. Datzelfde geldt voor Duitsland en Denemarken. Groot-Brittannië, Spanje, Portugal, de Verenigde Staten, België en Italië, lieten helemaal niets van zich horen.
Een belangrijke reden waarom sommige landen zich nooit in hetzelfde tempo hebben kunnen ontwikkelen als anderen, is omdat hun oude koloniale overheersers hen hebben opgezadeld met enorme schulden. Zo moest Haïti in 1825 als prijs voor zijn onafhankelijkheid 150 miljoen franc schadevergoeding betalen aan oud-kolonisator Frankrijk wegens gederfde inkomsten. Indonesië werd bij zijn vrijwording door Nederland in 1949 verplicht tot het betalen van 4,3 miljard gulden compensatie.
Ook betalen Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen veel hogere rentes dan westerse landen als ze geld lenen op de wereldmarkt, omdat banken het risico hoger inschatten. Tot nu toe is op dit deelonderwerp slechts een miniem stapje gezet. De Franse president Macron riep vorig jaar een Frans-Haïtiaanse commissie in het leven die moet onderzoeken welk effect de schuldenlast op Haïti had.
Worden er op korte termijn doorbraken verwacht?
‘De discussie over herstel en genoegdoening stokt tot nu toe altijd als geld ter sprake komt’, zegt mensenrechtenadvocaat McDougall. ‘Het is een gesprek tussen het deel van de wereld dat de meeste mensen vertegenwoordigt, en het deel dat het meeste geld vertegenwoordigt.’
McDougall was tot voor kort lid van het Comité inzake Uitbanning van Rassendiscriminatie, het onafhankelijk VN-orgaan dat toeziet op de naleving van het VN-verdrag uit 1965 dat alle vormen van discriminatie op basis van ras, nationaliteit, huidskleur of afkomst verbiedt. Dat comité riep de ondertekenaars van het verdrag vorige maand op een eigen plan op te stellen om tot herstel en genoegdoening te komen inzake de transatlantische slavernij.
‘Voor de meeste landen kan zo’n plan voorlopig al bestaan uit laaghangend fruit, zoals excuses of de teruggave van gestolen artefacten, want dat kost hun niets’, zegt McDougall. De mensenrechtenadvocaat denkt alleen niet dat Europa op de korte termijn bereid is stappen te zetten op het gebied van herstelbetalingen of schuldenverlichting. ‘Er zijn wel een aantal landen die luisteren en voorzichtig aftasten hoe ver ze zouden moeten gaan.’
McDougall raakt niet ontmoedigd door de Europese terughoudendheid en de totale onverschilligheid van haar eigen land, de VS. ‘Als eisers weten we onszelf steeds beter te organiseren. En wij mensen van Afrikaanse afkomst geven niet zomaar op. We wachten al vijf eeuwen op genoegdoening. Dus we weten dat dit een gesprek van de lange adem is.’
Er zijn geen voorbeelden bekend van directe herstelbetalingen aan nazaten van tot slaafgemaakten. Het initiatief dat er het dichtst bij in de buurt komt, is het Nederlandse Slavernijfonds. Toen Nederland in 2022 excuses voor het slavernijverleden maakte, stortte Nederland daar 200 miljoen euro in voor activiteiten die bijdragen aan erkenning, bewustwording en herstel in Nederland, Suriname en de Caribische gebieden.
Duitsland deed ook een poging. In 2021 erkende Duitsland genocide te hebben gepleegd op de Namibische gemeenschappen Herero en Nama. Het bood geen excuses aan, maar stelde wel voor om Namibië de komende 30 jaar 1,1 miljard euro te betalen in de vorm van ontwikkelingshulp. Dat aanbod leidde tot protest in Namibië, omdat de Herero en Nama niet vooraf waren geconsulteerd. Sindsdien zijn Namibië en Duitsland opnieuw in gesprek.
Source: Volkskrant