Home

Hebben Nederlandse jongeren echt zo weinig interesse in klimaat en milieu? Welnee, ‘we zitten in de subsubtop’

Onderwijs Het internationale onderzoek PISA leek iets opmerkelijks aan te tonen over Nederlandse scholieren: een grote desinteresse in milieuonderwerpen. Het probleem is vooral, dat ze hun ruime kennis niet in praktijk brengen.

Klimaatactiegroep Extinction Rebellion demonstreert in Den Haag.

Zijn Nederlandse jongeren echt zo ongeïnteresseerd in klimaat en milieu? Dat kun je concluderen, na het verschijnen van het PISA-onderzoek twee weken geleden, dat standaard de lees- en rekenvaardigheid van middelbare scholieren toetst.

Deze keer werden de deelnemende 15-jarigen – dat waren er 760.000, uit 91 landen – ook bevraagd over hun kennis van en betrokkenheid bij milieuproblemen. Wat wisten ze van klimaatverandering, het kappen van bossen, nucleair afval? Hadden ze weleens in een protestmars meegelopen? Dachten ze later een beroep te krijgen dat met milieu te maken had? In hoeverre achtten ze zichzelf in staat bij te dragen aan het verbeteren van het milieu?

De 6.636 Nederlandse scholieren die meededen scoorden op nogal wat onderdelen relatief laag. Bij het onderdeel ‘betrokkenheid’ kwamen ze bijvoorbeeld als laagste uit de bus van de 14 deelnemende EU-landen. En Nederlandse scholieren geloven het minst van allemaal dat ze zelf een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van milieuproblemen.

Diverse media, waaronder NRC en de Volkskrant, vertaalden de Nederlandse resultaten als desinteresse. In een commentaar noemde NRC „de gemeten desinteresse” van Nederlandse leerlingen in milieu of klimaat „alarmerend”.

Niet iedereen is zo stellig. „Ik zou uitkijken om de Nederlandse jongeren ongeïnteresseerd te noemen”, zegt Martina Meelissen, verbonden aan de Universiteit Twente, en een van de onderzoekers die het Nederlandse deel van het PISA-onderzoek coördineerden. Wat zegt dit onderzoek dan wél over de Nederlandse 15-jarigen? En wat kan hun lage score verklaren?

Gemeten op één moment

Eerst het rapport. Het meet kennis en opvattingen van jongeren op één moment, zegt Meelissen. Verklaringen voor de scores kun je er niet uit afleiden. Daarvoor zou je bijvoorbeeld groepen 15-jarigen langere tijd moeten volgen. Meelissen zegt dat het PISA-onderzoek in 2006 en 2015 ook al vragen bevatte over milieu. Maar slechts beperkt. „Het is nu de eerste keer dat het zo uitgebreid is bevraagd.” Een trend valt er volgens haar daarom niet af te leiden.

En ook al was het milieuonderdeel dit keer uitgebreider, het aantal vragen per onderwerp was nog steeds beperkt. Hoe de 15-jarigen denken over hun eigen invloed op het oplossen van milieuproblemen, is bijvoorbeeld getoetst aan de hand van vier stellingen. De meerderheid van de leerlingen beantwoordde die trouwens positief, zegt Meelissen. Alleen, net iets minder positief dan de andere landen. Dat zag Meelissen bij veel onderdelen: de verschillen tussen landen zijn vaak erg klein.

Wat ook nog speelt is dat er twee rapporten zijn, het internationale PISA-rapport, en het dunnere Nederlandse rapport – op dat laatste baseerden de nieuwsberichten zich. Het milieuonderdeel beslaat er respectievelijk 27 en 7 pagina’s. „We hadden van tevoren wel de onderzoeksdata gekregen, maar weinig tijd om er iets over te schrijven”, zegt Meelissen. De Nederlandse onderzoekers hebben een selectie gemaakt uit de beschikbare data. Ze behandelen een beperkt aantal scores kort in tekst. Wellicht dat de centrale conclusie over de Nederlandse jongeren daardoor minder goed uit de verf komt.

Die conclusie is, zegt Meelissen, dat ze best redelijk scoren op het gebied van natuur- en milieukennis. „Daar zitten we in de subsubtop van de 91 landen.” Velen maken zich ook zorgen over milieuproblemen, zo blijkt uit allerlei eerder onderzoek. Waarop Nederland vooral laag scoort is: handelen. In het internationale rapport is er een veelzeggende grafiek die weergeeft hoe groot de mismatch is tussen kennis en handelen. Nederland scoort hier als een van de hoogste, naast bijvoorbeeld Denemarken en Zuid-Korea.

De uitkomsten maken vooral duidelijk dat kennis iets anders is dan duurzaam handelen, zegt Linda Steg, hoogleraar omgevingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Kennis is daar geen belangrijke voorspeller van”, zegt ze. „Het verhogen van kennis leidt over het algemeen niet tot meer duurzaam gedrag.” Barrières voor duurzaam handelen zijn talrijk, zegt ze. Ze kunnen economisch zijn, of bijvoorbeeld politiek.

Volgens Audrone Telesiene, hoogleraar sociologie aan de Kaunas University of Technology in Litouwen, zijn in Europa vooral scholing en politieke oriëntatie belangrijke voorspellers van duurzaam gedrag. Ze coördineerde het eerder dit jaar verschenen boek Green European Revisited, dat trends in duurzaam gedrag in Europa analyseert. Wat betreft het PISA-onderzoek en de lage Nederlandse score waarschuwt ook zij voor makkelijke conclusies. „Ik zou de 15-jarigen zeker niet beschrijven als ongeïnteresseerd, verwend of lui.” Een belangrijke sleutel voor het Nederlandse patroon – jongeren weten best veel over milieuproblemen, maar handelen er niet naar – ligt volgens haar bij school en de samenstelling van het curriculum. „PISA suggereert dat ook.”

Onderwijsdeskundigen herkennen het. Jelle Boeve-de Pauw, universitair hoofddocent wetenschapseducatie aan de Universiteit Utrecht, zegt dat Nederlandse scholen wel aandacht besteden aan milieuproblemen, maar dan vooral in de vorm van kennisoverdracht. „Wat je vervolgens kunt doen om die problemen op te lossen, dat komt nauwelijks ter sprake. Dat geven docenten zelf ook aan.” Het curriculum biedt er weliswaar ruimte voor, zegt Boeve-De Pauw, maar die is vrijblijvend. De verantwoordelijkheid wordt bij de docent gelegd.

In andere landen, bijvoorbeeld Italië en Spanje, is dat strenger geregeld. Dat patroon zie je ook terug in het internationale PISA-onderzoek. Nederlandse scholieren scoren het laagst op vragen als: ‘mijn leraar neemt ons mee het veld in om milieuproblemen te onderzoeken’ en ‘mijn klas discussieert over oplossingen voor milieuproblemen’.

Gebrek aan discussie in de klas

Gil Keppens, universitair docent sociologie aan Tilburg University, herkent dat gebrek aan discussie. Het ontbreekt aan, wat hij noemt, een open classroom-cultuur, waarbij leerlingen met elkaar in discussie gaan. „Zeker op het vmbo is dit het geval. Docenten gaan het uit de weg, omdat ze er onzeker over zijn of ze het debat in de hand kunnen houden.” Terwijl leerlingen zich via zo’n debat in een onderwerp kunnen verdiepen, zegt Keppens. Als een leerling vindt dat je uit milieuoverwegingen beter tweedehands kleding kunt kopen, of minder vlees moet eten, dan ga je argumenten zoeken om je standpunt te verdedigen. „Ze ontwikkelen zo meer vertrouwen in hun eigen vermogen om zelf verklaringen te beoordelen”, zegt Keppens. „En dat vertrouwen vertaalt zich vervolgens eerder in betrokkenheid en concrete actie op milieugebied.” Volgens Keppens en Boeve-De Pauw zouden Nederlandse scholen meer aandacht moeten gaan besteden aan dat handelingsgerichte onderwijs.

Boeve-De Pauw heeft nog een mogelijke andere verklaring voor de lage Nederlandse score. „Er ligt in ons land veel nadruk op individualisme en eigen verantwoordelijkheid”, zegt hij. Het kan leerlingen het gevoel geven dat ze problemen alleen moeten oplossen. „Bij grote problemen, zoals klimaatverandering, kan dat een gevoel van verlamming geven. Mogelijk wapenen jongeren zich daartegen door afstand van het probleem te nemen.”

Misschien spelen sterke instituties ook nog een rol, zegt de Litouwse hoogleraar Telesiene. „In sommige landen met een hoge levensstandaard en sterke instituties zien we dat burgers een groter gevoel van veiligheid hebben, en dan verwachten dat de overheid het wel oplost.” Het PISA-onderzoek wijst in deze richting. Van de Nederlandse 15-jarigen gaf 37 procent aan nog nooit betrokken te zijn geweest bij één van de voorgelegde milieuactiviteiten. Zij zijn vervolgens gevraagd waarom ze hieraan niet hebben deelgenomen. Iets meer dan de helft onderschrijft de stelling ‘iemand anders zal het probleem wel oplossen’.

Meelissen benadrukt dat elke verklaring voor de lage Nederlandse score speculatie blijft. Het eerstvolgende PISA-onderzoek dat speciale aandacht besteedt aan natuur- en milieuwetenschappen, komt in 2037.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Onderwijs

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next