Justitieminister David van Weel moet zich donderdagavond in een spoeddebat verantwoorden voor het onjuist informeren van de Tweede Kamer over aangiften die op de plank blijven liggen. Volgens de Rekenkamer heeft Van Weel het parlement ‘op het verkeerde been’ gezet.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Van Weel is de eerste minister van het minderheidskabinet die in de Kamer serieus onder vuur komt te liggen. Waar bewindslieden doorgaans kunnen rekenen op een meerderheidscoalitie die de rijen gesloten houdt, moet Van Weel nu afwachten hoeveel speelruimte de oppositie het minderheidskabinet gunt.
De kritiek van de Rekenkamer liegt er niet om. Eerder dit jaar meldden de rekenmeesters dat in 2024 ruim tienduizend aangiften van ernstige misdrijven niet zijn behandeld. Het gaat om ernstige geweldsdelicten en zedenmisdrijven, maar ook om aangiften van diefstal, brandstichting en andere zogeheten high impact crimes.
Als gevolg van beleidskeuzes wordt de prioriteit gelegd bij de aanpak van strafbare feiten met een minder grote maatschappelijke impact, zoals cybercrime, winkeldiefstal en drugsbezit. ‘De minister van Justitie en Veiligheid en het Openbaar Ministerie bepalen de prioriteiten voor de opsporing’, schrijft de Rekenkamer.
In een reactie op die bevindingen stelde Van Weel voor de zomer in de Tweede Kamer dat het met het aantal onbehandelde aangiften meeviel. Volgens de minister zou de Rekenkamer een vertekend beeld schetsen omdat naast aangiften ook meldingen zouden zijn meegenomen in de telling. Het zou in ‘meer dan de helft’ van de gevallen gaan om een melding.
Daarvoor toonde hij begrip: ‘Als je een melding hebt, dus niet eens een aangifte, zonder enig aanknopingspunt voor de opsporing – je hebt dus niet eens een begin van een dader of wat dan ook in beeld – gaat de politie daar natuurlijk haar recherchecapaciteit niet op inzetten.’
Dat is volgens de Rekenkamer echter pertinent onjuist, meldde het instituut deze week aan de Tweede Kamer. ‘Het gaat volgens de minister in ons hele rapport voor een heel groot deel over meldingen, zonder enig aanknopingspunt voor de opsporing. Dit is een onjuist beeld’, schrijft de Rekenkamer. In slechts 10 procent van de ruim tienduizend onbehandelde aangiften gaat het om meldingen. ‘Daarmee zet de minister de Tweede Kamer op het verkeerde been.’
Voor de Kamer is de harde tik op de vingers aanleiding om de minister met spoed op het matje te roepen. Pro-Kamerlid Songül Mutluer noemt de kritiek van de Rekenkamer ‘ernstig’. ‘Het is een klap in het gezicht van slachtoffers van zedenmisdrijven, geweldsmisdrijven en zware misdrijven.’
Ook de rechtse oppositiepartijen eisen opheldering, evenals de coalitiepartijen D66 en CDA. ‘Dit is inderdaad ernstig’, aldus CDA’er Jeltje Straatman.
Voor de VVD is het een hard gelag dat de eigen minister op het thema criminaliteit en veiligheid de mist ingaat. Op dit thema hoeft Van Weel op weinig coulance te rekenen van zowel de linker- als de rechterzijde van de Kamer. Zelfs als de regeringspartijen hem rugdekking geven, moet de minister afwachten hoe de oppositie zich gaat opstellen. D66, VVD en CDA hebben samen slechts 66 van de 150 Kamerzetels.
Van Weel zal moeten uitleggen hoe hij de cijfers zo heeft weten te vertekenen. Donderdagavond moet blijken hoe diep hij van de oppositie door het stof moet gaan en of dat voor een meerderheid uiteindelijk genoeg is.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Source: Volkskrant