is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
De nijvere Nederlandse spaarder wordt de beurs op gejaagd. Tenminste de banken, waaronder DNB en de AFM, willen dat de Nederlander meer in aandelen gaat beleggen, zoals in de VS en Zweden. Want de Europese economie zit te springen om meer risicodragend vermogen – een eufemisme voor geld dat je ook zo kwijt kunt raken – voor de concurrentieslag met China en de VS.
De grootbanken helpen een handje. Ze geven slechts een spaarrente van 1,5 procent, terwijl de rente op de kapitaalmarkt in de afgelopen twaalf maanden met een vol procentpunt is gestegen – van 2,6 naar 3,6 procent.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
En ze laten zien dat Nederlanders financiële sukkels zijn. Uit een onderzoek van ING blijkt dat Nederlandse huishoudens 10 duizend euro meer op de bank hebben dan andere Europeanen, maar gemiddeld 18 duizend euro minder aan beleggingen hebben. En dat is niet slim. Tussen 2002 en 2025 leverde spaargeld volgens ING-huiseconoom Marieke Blom jaarlijks 1,2 procent rendement op en beursgenoteerde aandelen 6 procent.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM), de waakhond voor de financiële sector, stelde eerder al dat 800 duizend huishoudens in Nederland best financiële middelen hebben om te beleggen, maar die laten verpieteren op spaarrekeningen. Dat is zonde. Door het beschikbare vermogen meer te laten renderen, kunnen ze voorkomen dat ze op oudere leeftijd in financiële nood komen. Journalist Milou Brand schreef onlangs in een column in Het Financieele Dagblad dat beleggen ook kan bijdragen aan financiële vrijheid en een vrije geest. Het is niet alleen goed voor de portemonnee, maar ook voor de geest.
Alle seinen staan op groen om nog meer in aandelen te beleggen. Tot voor kort werd gezegd dat burgers alleen zouden mogen beleggen ‘met geld dat ze kunnen missen’. Maar dan vang je niemand, want in Nederland is er niemand die geld kan missen.
Dat aandelen op lange termijn altijd meer opbrengen dan spaarrekeningen en obligaties, is echter een misverstand. De econoom Paul Samuelson noemde het ooit een dogma – een waarheid die betwistbaar is. Zo begint de rendementsberekening van ING in 2002, vlak na de dotcom-crisis. Als ING gekozen had voor 2000, was het sommetje heel anders uitgevallen. In 2000 stond de AEX-index op 701. Het zou tot 2021 duren voordat de AEX weer boven de 700 stond – ruim twintig jaar.
Wie aan het einde van de roaring twenties zijn geld in Amerikaanse aandelen zou hebben gestoken, zou pas in 1954 het verlies hebben goedgemaakt van de crash van 1929. Tussen 1920 en 1940 kenden Nederlandse aandelen een negatief rendement van 0,69 procent. En ook in de jaren zestig of zeventig deed de beurs helemaal niets. Of aandelen op lange termijn een goede of een slechte belegging zijn, hangt maar af van het in- of uitstapmoment. Als wordt teruggekeken naar het einde van de 18de eeuw – meer dan tweehonderd jaar – zijn er vele decennia waarin obligaties het beter deden dan aandelen.
De nijvere spaarder is niet op voorhand een sukkel, zolang hij tenminste shopt voor de hoogste rente.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant