Werknemers verloren in 2025 vaker hun baan door reorganisaties, bezuinigingen of conflicten dan drie jaar eerder. Daarna bleef nieuw werk vaak uit: 53 procent van deze groep had drie maanden later nog geen baan. Dat blijkt donderdag uit cijfers van statistiekbureau CBS.
Voor 8 procent van de werknemers die vertrokken, waren reorganisaties of bezuinigingen de belangrijkste reden voor ontslag, tegen 5 procent in 2022. Daaronder vallen ook faillissementen.
Werknemers vertrekken nog altijd het vaakst uit eigen beweging, bijvoorbeeld voor een nieuwe baan of om een bedrijf te beginnen. In 2025 gold dat voor 38 procent van de werknemers die hun baan verlieten of opzegden. In 2022 was dat 42 procent.
Bij ongeveer 15 procent van de werknemers die vertrokken, liep het tijdelijke contract af. Onder werknemers met een flexibel contract gold dat voor bijna een kwart.
Wie door problemen bij de werkgever zijn baan verliest, heeft bovendien niet altijd snel ander werk. Van de werknemers die om bedrijfseconomische redenen of door een arbeidsconflict vertrokken, werkte 53 procent een kwartaal later nog niet. Onder werknemers van wie het tijdelijke contract afliep, was dat 57 procent.
In 2025 eindigde per kwartaal de arbeidsovereenkomst van gemiddeld 618.000 werknemers. Dat waren er minder dan in 2022, toen het gemiddeld om 677.000 werknemers per kwartaal ging. Het CBS telt daarbij zowel werknemers mee die zelf vertrekken als werknemers bij wie de werkgever het dienstverband beëindigt.
Source: Nu.nl algemeen