De ‘vrede’ waar demonstranten over spreken, komt voor Oekraïne neer op onderwerping. Want minder westerse militaire steun aan Kyiv brengt Rusland in een uitstekende positie om de oorlog voort te zetten, met hulp van China, Noord-Korea en Iran.
Het Nationaal Vredesprotest van zondag 27 september verenigt een breed scala aan progressieve maatschappelijke organisaties. Met een manifest (‘Stop de Oorlogskoorts’) en specifieke eisen bekritiseren ze de ‘militarisering’ van Nederland en Europa als antwoord op de geopolitieke ontwikkelingen, en ‘verwerpen de gedachte dat bewapening en militaire escalatie daarop het antwoord zijn’.
Een progressief geluid in het defensiedebat is zeer welkom, en hun standpunten verdienen dan ook serieuze aandacht. Niet onterecht stelt het manifest dat er weinig debat is over de hoogte van de defensie-uitgaven, en het uit begrijpelijke zorgen dat deze ten koste gaan van de sociale zekerheid. Hoewel dit laatste niet per definitie zo hoeft te zijn, lijkt dit inderdaad de keuze te zijn die het kabinet maakt. Ook hebben de organisatoren rake kritiek op de ‘agressie-oorlogen’ van Amerika en Israël en op de rol van Nederland hierin.
Over de auteur
Casper Wits is sinoloog en universitair docent Oost-Azië Studies aan de Universiteit Leiden en analist voor het Haagsch Instituut voor Geopolitiek.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Toch is het manifest wel heel eenzijdig gericht op de westerse ‘oorlogskoorts’ als oorzaak van alle problemen. Terwijl onze hernieuwde aandacht voor defensie vooral voortkomt uit een bredere ontrafeling van de internationale orde en natuurlijk de Russische dreiging. Als reactie hierop pleiten de organisatoren voor het inzetten op vrede en dialoog en keren zij zich tegen ‘verdere bewapening’.
Het is goed te kijken naar de logica achter dit standpunt, en wat dit in de praktijk zou betekenen, door deze eisen te spiegelen aan geopolitieke ontwikkelingen in andere delen van de wereld.
Dit wordt het meest problematisch als we kijken naar wat het manifest zegt over de oorlog in Oekraïne. Want er worden, weliswaar in omfloerste termen, serieuze vraagtekens gezet bij het voortzetten van onze militaire steun. Op het eerste gezicht lijkt het standpunt over de oorlog genuanceerd, en de Russische invasie wordt veroordeeld.
Maar de claim dat er nu ‘geen serieus perspectief op vrede wordt onderzocht’ is erg simplistisch, net als de eis om tot een ‘onderhandelde oplossing’ te komen. Oekraïne benadrukt al steeds dat het openstaat voor onderhandelingen. Keer op keer blijkt echter dat Rusland diplomatie vooral gebruikt om tijd te rekken en het Westen te verdelen.
Het manifest legt de verantwoordelijkheid elders en stelt dat ‘nog meer bewapening’ van Oekraïne en de ‘verdere militaire escalatie’ die dat zou veroorzaken, een duurzame vrede niet dichterbij brengen. Met een eenzijdige focus op de rol van westerse bondgenootschappen, lijkt het idee te zijn dat het afzwakken of stopzetten van onze steun aan Oekraïne dan wel onderhandelingen, vrede dichterbij zou brengen.
Maar in het huidige complexe geopolitieke speelveld is het dan essentieel ook te kijken naar wat de bondgenoten van Rusland doen. Zo voert Rusland deze oorlog met directe en groeiende steun van China, Noord-Korea en Iran. China fungeert inmiddels als onmisbare motor van de Russische oorlogsindustrie en bij een ontmoeting enkele dagen geleden bevestigden Xi Jinping en Vladimir Poetin nog eens het belang van het intensiveren van hun strategische partnerschap, dat zich volgens Poetin ‘op alle fronten succesvol ontwikkelt’.
Volgens analisten neemt bijvoorbeeld de Chinese hulp aan Rusland bij het ontwikkelen van dronetechnologie, cruciaal in de oorlog, snel toe. Ook de steun van Noord-Korea en Iran aan Rusland lijkt alleen maar te groeien.
Dit is de context waarin we de oproep van het Nationaal Vredesprotest moeten zien. Als de bondgenoten van Oekraïne hun militaire steun terugschroeven, zal dit niet leiden tot soortgelijke stappen in Beijing, Pyongyang en Teheran, laat staan de vrede waar de demonstranten naar zeggen te streven. Als het al leidt tot onderhandelingen (die Oekraïne nu dus ook al steunt), zou Rusland veel sterker staan dankzij de voortdurende militaire steun van zijn bondgenoten.
Maar het is überhaupt onduidelijk waarom Rusland in zo’n geval opeens wel open zou staan voor onderhandelingen, want het bevindt zich dan immers in een uitstekende positie om de oorlog voort te zetten. Zowel met als zonder onderhandelingen zou Rusland dan waarschijnlijk grote delen van Oekraïne kunnen bezetten.
Wat dit zou betekenen voor de Oekraïners is duidelijk: in de nu al bezette gebieden zien we systematische verkrachtingen, moordpartijen, grootschalige ontvoering van kinderen en uitwissing van de Oekraïense identiteit.
De boodschap van het Nationaal Vredesprotest klinkt verleidelijk: ‘Ik ben voor vrede’ is de slogan die deelnemers aan de demonstratie, enigszins triomfantelijk, delen op sociale media. De implicatie is dat anderen dat niet zijn. De vraag is echter of de zogenaamde vrede van de demonstranten voor anderen niet vooral onderwerping betekent.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant