Het Israëlische verkiezingscomité heeft woensdag de deelname van Arabische partijen aan de parlementsverkiezingen van volgende maand geblokkeerd. Dergelijke besluiten zijn vaker genomen en steeds teruggedraaid door het Hooggerechtshof. De kans is groot dat dit nu weer zal gebeuren.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Achttien leden van het comité stemden voor uitsluiting van de Arabische partijen, vijf stemden tegen. Het comité bestaat voor het grootste deel uit leden van de regering van premier Benjamin Netanyahu.
Eind oktober zijn er verkiezingen voor de Knesset, het Israëlische parlement. In de peilingen heeft de coalitie van Netanyahu geen meerderheid van 61 zetels. Dat geldt ook voor het oppositieblok dat hem weg wil hebben. De Arabische partijen zouden daarom in potentie een belangrijke rol kunnen spelen in de vorming van een regering. De belangrijkste oppositiepartijen hebben echter al gezegd niet met hen te willen samenwerken.
Het gaat om de partijen De Verenigde Arabische Lijst en de Gezamenlijke Lijst, waarin de fracties Hadash, Ta’al en Balad zijn verenigd. Volgens het verkiezingscomité moeten deze partijen worden uitgesloten van de verkiezingen, omdat ze het bestaan van Israël als Joodse en democratische staat zouden ontkennen en racisme zouden aanwakkeren. Een bepaling in de Israëlische wet maakt het uitsluiten van een partij op die gronden in theorie mogelijk.
Voor de beschuldigingen aan het adres van de partijen bestaat echter geen sluitend bewijs. De Verenigde Arabische Lijst, die tussen 2021 en 2022 zelfs in de regering zat met zeer rechtse partijen, besloot deze maand onder leiding van Mansour Abbas juist voor het eerst een Joodse politicus te verwelkomen in de partij. De partij zegt zich in te zetten voor gelijke rechten in Israël en voor meer overheidssteun voor de Arabische inwoners van het land.
De Verenigde Arabische Lijst spreekt dan ook over een ‘voortdurende campagne om de partij in diskrediet te brengen’. De Gezamenlijke Lijst had het over een poging om ‘meer dan een miljoen kiezers’ in het land hun kiesrecht te ontnemen. Ongeveer een op de vijf inwoners van Israël heeft een Arabische achtergrond. Zij identificeren zich overwegend als Palestijns.
De Israëlische mensenrechtenorganisatie Adalah beschouwt de petities als een ‘onwettig politiek proces gericht op het vervolgen van ideeën die de meerderheid niet accepteert’. Volgens Adalah zijn de aangenomen petities ‘willekeurig, opruiend en racistisch’.
Ook de Israëlische procureur-generaal Gali Baharav-Miara, de belangrijkste juridisch adviseur van de regering, heeft zich uitgesproken tegen de uitsluitingen. De kans is groot dat het Hooggerechtshof, dat dergelijke petities moet bekrachtigen, zich ook tegen de petities zal keren. Dat is ook al gebeurd bij de verkiezingen van 2019 en 2022, toen vergelijkbare besluiten werden aangenomen. Het Hooggerechtshof stelde in 2022 bijvoorbeeld dat er geen juridische grondslag was voor de diskwalificatie van de partijen.
Woensdag stemde het verkiezingscomité ook in met het verzoek om Balad-voorman Sami Abu Shehadeh te diskwalificeren vanwege een artikel dat hij had geschreven naar aanleiding van de Hamas-aanval van 7 oktober 2023. Shehadeh sprak over een ‘belangrijke historische gebeurtenis vanuit militair, politiek en strategisch oogpunt’.
Daarmee heeft de partijleider volgens de indieners van de petitie een gewapende strijd tegen Israël gesteund. Shehadeh heeft zijn excuses aangeboden voor het artikel, maar de petitie kreeg steun van alle oppositiepartijen in het parlement.
Source: Volkskrant