Om even spectaculair te beginnen: deze week werd ik verkouden. Ik was niet de enige, merkte ik in mijn omgeving, ook al constateerde de Volkskrant relativerend: ”De huidige snottergolf is zelfs minder hevig dan de voorgaande jaren.”
Bij mij persoonlijk is de huidige snottergolf hevig genoeg. De herfst moet nog op gang komen en ik loop al hoestend en proestend rond. Het ergert me. Hoe vaak ben ik in mijn eigen leventje al niet verkouden geweest? Mij gebeurt het ongeveer twee keer per jaar, dus ik kom in totaal op zo’n honderdvijftig verkoudheden. Honderdvijftig! En toch laat ik me nog elke keer door het virus verrassen, steeds denk ik ten onrechte: het valt ditmaal wel mee.
Het begint met een lichte keelpijn waarvan je denkt: die gaat wel weer over. Dat doet hij ook, want hij is alleen een aanzegger van naderend onheil. De neus neemt de taak snel over en begint met de productie van grote hoeveelheden vies vocht.
De thuisarts op internet raadt ons aan dit slijmerige ongerief in papieren zakdoekjes op te vangen. Ik heb daar slechte ervaringen mee. Hoezo? Ik zal zo min mogelijk in detail treden, want ik besef dat de lezer die net aan zijn lunch is begonnen, daar geen behoefte aan heeft. Laat ik volstaan met de constatering dat papier doorlaatbaar is. Dat kan lastig zijn, vooral als je kort na gebruik iemand een hand moet geven.
Ik prefereer dan ook de klassieke zakdoek, al weet ik dat ook die nadelen heeft, vooral als je hem te lang in je broekzak laat zitten. Wie lang wacht met het vervangen van deze stoffen zakdoek, krijgt dezelfde problemen als de gebruiker van het papieren zakdoekje.
De verkoudheid is een vastberaden doorzetter. Zij (verkoudheid is vrouwelijk!) weet minstens een week lang van geen ophouden. Je kunt stoombaden nemen, paracetamol en vitaminen slikken, het helpt allemaal niets: ’s nachts word je toch weer met die verstopte neus wakker.
Zelfs neusdruppels helpen mij niet altijd. ”Hoe oud zijn die druppels van jou?” informeerde mijn dochter wantrouwig. ”Een jaar of twee”, schatte ik. ”Maar pap!”, riep ze, ”gooi die rommel weg, ze zijn maar een maand houdbaar”. Ik doe het met tegenzin, want ik besef nu pas dat neusdruppelfabrikanten schatrijk moeten worden van al die verstopte neuzen.
Verkoudheden plaatsen je ook voor een lastig sociaal dilemma. Moet je er afspraken voor afzeggen, of dien je de gesprekspartner in te lichten en de beslissing aan hem of haar te laten? Mag je de geliefde die je een poosje niet hebt gezien nog pardoes kussen zonder vooraf een waarschuwing te geven?
Is er dan echt niets wat de verkoudheid kan afremmen? Nee, zegt die thuisarts. Maar ik weet beter. Een halve eeuw geleden was ik verslaggever bij een WK-hockey in Maleisië. Het was er bloedheet, toch lukte het me een uitbundige verkoudheid op te lopen. Ik kon bijna niet meer werken, een daar aanwezige sportarts merkte dat en gaf me met een knipoog een pilletje dat hij ook wel aan spelers gaf als ze te ziek werden. Wég verkoudheid, binnen één dag. Misschien was het wel mijn enige kennismaking met doping.
———————
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie