PKK Voor het eerst worden PKK-strijders die tijdens het conflict omkwamen publiekelijk herdacht in steden in Turkije. Dat roept bij sommige Turken weerstand op. De aanwezige Koerden tonen hun rouw en hun steun voor de PKK. „We zijn trots. We zijn verdrietig. We houden ons hoofd omhoog en gaan door.”
Kadir Seker (midden), de broer van Murat die omkwam in het Turks-Koerdisch conflict op een herdenking in Van.
Het is afgeladen vol in bruiloftszaal Radu, in een buitenwijk van de stad Van, in de meest oostelijke provincie van Turkije. Maar van een bruiloft is geen sprake. Op een vrijdagmiddag in september zijn familieleden en sympathisanten bijeengekomen om omgekomen PKK-strijders te herdenken tijdens een grote ceremonie.
Op de wanden hangen posters met afbeeldingen van omgekomen PKK-guerrilla’s en de tekst ‘Sehîd namirin’ – Martelaren sterven nooit. Op een podium achterin de zaal verwelkomt een man aanwezige gasten en roept ze op tot smeekbedes voor de zielen van strijders.
Rond lunchtijd gaan plastic bakken met rijst, vlees en salade van hand tot hand. Vanaf immens grote afbeeldingen kijkt PKK-voorman Abdullah Öcalan in zijn legergroene uniform breedlachend toe. De herdenking is een van de vele die de afgelopen tijd in Turkse steden zijn georganiseerd.
Eind augustus openbaarde de guerrillabeweging een uitgebreid overzichtvan mensen die in de bijna veertig jaar durende gewapende strijd omkwamen. Het zou gaan om in totaal bijna 26.000 PKK-leden, onder hen ook de strijders in Syrië en Irak die onder andere tegen Islamitische Staat (IS) vochten.
Achter tafels rouwen families van omgekomen guerrillastrijders om hun geliefden. Eén daarvan is de familie Seker. Voor hen staat een portretfoto van Murat, strijdnaam Bahoz Serhed. Het is gebruikelijk dat PKK-strijders een Koerdische naam aannemen als ze zich bij de beweging voegen. „We kregen een jaar of twee geleden al te horen dat mijn broer was overleden”, vertelt Kadir Seker, gehuld in een zwart T-shirt. „Vanwege de gezondheid van mijn vader besloot de beweging zijn dood toen niet publiek te maken.”
Murat Seker voegde zich in 2014 bij de PKK en kwam in 2019 om in het Noord-Syrische Ras al-Ayn. Daar was Seker lid van de aan de PKK gelieerde YPG-militie, die vorige maand is opgegaan in het Syrische leger. In 2019 werd in en rond Ras al-Ayn zwaar gevochten. Het Turkse leger viel dat jaar Noord-Syrië binnen en vocht er, samen met door Turkije gesteunde Syrische strijdgroepen, tegen de YPG.
Moeder Adile Seker wordt omringd door vrouwen en kan haar tranen niet bedwingen. Net als veel aanwezige moeders draagt ze een witte hoofddoek en een zwart gewaad dat voor hen symbool staat voor vrede. Ze kan zich minder goed uitdrukken in het Turks, omdat ze met name Koerdisch spreekt. Daarom voert haar zoon het woord.
Aan een plaatselijke krant vertelde moeder Seker dat haar gesneuvelde zoon slecht tegen onrecht kon. Hij was actief in de jeugdbeweging van de PKK en besloot zich aan te sluiten bij de PKK nadat hij beelden van de oorlog in Syrië zag. „Hij nam afscheid van me voordat hij zich aansloot, maar ik wist niet dat hij afscheid van me nam. Hij kwam nog even langs, gaf me een paar kussen en kwam . Daarna vertrok hij en kwam nooit meer terug”, vertelt ze.
Het portret van Murat Seker is slechts een van de vele die worden getoond. Alle bijeenkomsten verlopen volgens hetzelfde stramien: de strijders worden afgebeeld met een door de PKK gemaakte foto in legeruniform en een rode roos naast het portret op de rode, groene en gele tafelkleden, de kleuren van de Koerdische vlag. „We voelen ons vereerd. We zijn trots. We zijn verdrietig”, zegt Kadir Seker. „We houden ons hoofd omhoog en gaan door. Alles is voor Apo”, de bijnaam van Öcalan.
Dat de politie buiten op gepaste afstand aanwezig is en de bijeenkomst ongemoeid laat, tekent de veranderende verhoudingen in Turkije. Turkije ziet de PKK als een terroristische organisatie en diens leden als terroristen, mede vanwege hun bloedige aanslagen en hun separatistische ideologie in het verleden. Bijna twee jaar geleden gaf Devlet Bahceli — de leider van de ultranationalistische MHP en onderdeel van de Turkse regering — tot ieders verbazing het startschot voor nieuwe vredesonderhandelingen met de PKK. Daarmee moet er een definitief eind komen aan het ruim veertig jaar durende gewapend conflict dat aan zo’n 40.000 mensen het leven kostte.
„Je moet dit niet alleen zien als een herdenkingsceremonie, maar vooral als een politiek evenement”, zegt Reha Ruhavioglu van het Kurdish Studies Center in Diyarbakir. De bijeenkomsten tonen volgens hem dat de PKK onder een deel van de Koerdische bevolking nog altijd steun geniet en het vermogen heeft mensen te mobiliseren.
Ruhavioglu vermoedt dat de PKK zo ook de verwachtingen van families probeert te reguleren. Met een wet op komst waardoor de terugkeer van PKK-leden naar het gewone leven in Turkije mogelijk moet worden, moeten families weten of hun kind nog leeft. „We weten niet wie er straks terug kunnen komen, maar we weten nu steeds beter wie er níét terugkomt.”
Het politieke karakter van de rouwbijeenkomsten, waar leuzen worden geroepen en zowel Öcalan als de strijders worden verheerlijkt, schiet veel Turken in het verkeerde keelgat. Bülent Turan, plaatsvervangend minister van Binnenlandse Zaken, reageerde fel: „Ontwapening begint ook met het neerleggen van de wapens in je taal. Kom alsjeblieft tot inkeer. Speel niet met de gevoeligheden van de overheid en van dit volk. Laten we dit mooie proces samen tot een goed einde brengen.”
Familieleden herdenken hun kinderen op de bijeenkomst in Van.
Koerdische media besteden uitgebreid aandacht aan de herdenkingen, terwijl Turkse media die nagenoeg onbesproken laten. Ruhavioglu ziet dat de bijeenkomsten een risico vormen voor het toch al gevoelige vredesproces. Met name politieke slogans en confrontaties met de politie kunnen volgens hem Turkse tegenstanders van het proces alarmeren.
In Diyarbakir werden zo’n tien mensen die aan een bijeenkomst deelnamen opgepakt op verdenking van het aanzetten tot haat en vijandigheid. „Dat soort beelden zullen vooral de Turken die kritisch zijn over het proces of ertegen zijn, alerter maken.”
Daarnaast klinkt er volgens hem kritiek op de familieleden. Zij vragen zich af waarom ze nu pas horen over het lot van hun kind. En of ze hun kind hebben opgeofferd voor een strijd die uiteindelijk verloren is.
Volgens onderzoek van het Kurdish Studies Center is de steun voor het vredesproces onder Koerden vorig jaar opgelopen tot zo’n 80 procent, tegenover ongeveer 60 procent onder Turken, maar is die dit jaar licht gedaald met zo’n 5 procent. Die percentages bewegen volgens Ruhavioglu mee met de ontwikkelingen in het vredesproces. „Turken vreesden dat de organisatie haar wapens misschien niet gaat neerleggen, terwijl Koerden steeds vaker zeiden: onze politieke bestuurders komen niet vrij, en er worden geen concrete stappen gezet.”
Daar kwam verandering in toen in augustus een wet werd aangenomen in het Turkse parlement die bepaalde PKK-leden de mogelijkheid moet bieden terug te keren. Leiders zoals Öcalan en mensen die zijn veroordeeld voor onder meer opzettelijke doodslag, kunnen geen gebruik maken van deze wet.
In oktober komt de Nationale Veiligheidsraad bijeen om te beoordelen of de PKK zich inderdaad heeft ontwapend. Pas daarna kan de wet in werking treden. In het meest optimistische scenario keren eind dit jaar de eerste mensen terug.
Zekiye Kaya, een van de Vredesmoeders.
„Er is een stap gezet, maar het is een late stap. Toch is hij waardevol”, zegt Zekiye Kaya (65) die achterin de zaal zit. Ze is een van de 37 afgevaardigden van de Baris Anneleri, de Vredesmoeders. Deze vrouwen zetten zich al jaren in voor een langdurige vrede. Ze proberen al deze bijeenkomsten bij te wonen en roepen moeders van soldaten, politieagenten en gesneuvelde strijders op zich aan te sluiten bij hun inzet voor vrede.
Kaya vertelt dat de witte hoofddoeken die de aanwezige vrouwen dragen een symbolische betekenis hebben. „In de Koerdische traditie kan een vrouw met haar witte hoofddoek een ruzie beëindigen. Als er tussen twee families werd gevochten, gooide een vrouw haar witte hoofddoek tussen hen in. Dan stopte de strijd. Dat hopen we ook hier te bereiken.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie