Reorganisatie Met de sluiting van drie van de zes cellencomplexen van de Rotterdamse politie gaan de aanrijtijden voor het vervoeren van verdachten omhoog. De politiechef zegt daar meer ‘blauw’ op straat voor terug te krijgen. „Een dronken iemand hoef je niet meteen aan te houden.”
Het cellencomplex op het hoofdbureau aan het Doelwater is een van de locaties die sluiten.
Binnen de Rotterdamse politie leeft onvrede over een aankomende reorganisatie. Dit najaar sluit de eenheid drie van de zes cellencomplexen in de regio, om capaciteit en financiën vrij te maken voor meer ‘blauw’ op straat en opsporing. Volgens de politie staat doorgaans zeker de helft van de cellen leeg.
Die aankondiging zorgt voor ongenoegen, zeggen agenten tegen NRC. Met de sluitingen gaan de aanrijtijden voor het vervoer van verdachten aanzienlijk omhoog. „De collega’s op straat weten dondersgoed dat het aanhouden van een verdachte straks een langere reisbeweging oplevert”, zegt Patrick Fluyt, bestuurder van politievakbond ACP. „Dat geldt niet alleen voor de collega’s die een verdachte arresteren, maar ook voor de rechercheurs die hem of haar verhoren.”
De sluitingen betreffen de complexen waar de politie pas gearresteerde verdachten voor hooguit enkele dagen insluit, alvorens ze, in geval van een zwaarder delict, naar een huis van bewaring worden overgebracht. De locaties Doelwater in Rotterdam-Centrum, Spijkenisse en Capelle aan den IJssel gaan dicht.
Het gevolg, valt binnen de politie te horen, is simpel: agenten die langer onderweg zijn met een arrestant, en dus minder zichtbaar in de wijk.
Tolga Koklu, politiechef van de eenheid Rotterdam, spreekt van een besluit, „dat we onder ogen hebben te zien”. „Daarmee zeg ik niet dat ik de zorgen en onrust onder collega’s niet begrijp.” Maar volgens Koklu werkt de eenheid nu „niet efficiënt”.
Uit een „impactanalyse” die de politie liet uitvoeren, bleek gemiddeld 42 procent van de cellen bezet. Terwijl: „De complexen moeten bemand blijven, of er nu wel of geen arrestanten zitten.” Dat geeft „enorme roosterdruk”, zegt de politiebaas. „Op dit moment moeten er overal gaten gedekt worden.”
Met een overbezetting binnen Team Arrestantentaken van meer dan 120 mensen kwam de betaalbaarheid onder druk te staan. „Er zit financieel geen ruimte dat in stand te houden.” Dat agenten straks langer onderweg zijn, weegt daar volgens hem niet tegenop.
Volgens de vakbond heeft de sluiting gevolgen. „Als een agent een verdachte aanhoudt”, aldus Fluyt, „is die straks twee uur het gebied uit. Dat betekent dat collega’s die in het gebied rijden je niet meer om assistentie kunnen vragen.”
Dat, zegt de vakbondsman, zijn zaken die een agent nopen tot afwegingen maken „in een split second”. „Met name in een nachtdienst, wanneer de bezetting niet op haar sterkst is, kun je zomaar besluiten: dan gaan we niet aanhouden.”
„Dat is niet onze boodschap geweest”, aldus Koklu. „We hebben niet gezegd: jullie moeten minder gaan aanhouden.” Wel vindt de politiebaas dat „collega’s kritisch moeten nadenken over wie zij wel en niet arresteren”. „In Rotterdam is het gebruikelijk dat bijna iedere verdachte wordt aangehouden, maar er zijn ook alternatieve afdoeningsmogelijkheden.”
Over een geweldpleger, zegt de politiebaas, bestaat „geen discussie”. „Maar een dronken iemand hoef je niet meteen aan te houden. Die mensen kun je ook overleveren aan de eigen omgeving en zeggen: je komt morgen terug naar het bureau om een verklaring af te leggen.”
In de eenheid Oost-Nederland sloot de politie in 2020 vanwege personeelskrapte vier cellencomplexen. „Het maakt echt uit of je met een doorgedraaide verdachte naar Winterswijk of Doetinchem moet – wat al langer duurt met iemand die achter in de politieauto de deur wil intrappen – of naar Arnhem”, zegt Fluyt, die daar zelf werkzaam was.
Vier jaar later concludeerde de politie dat het aantal mensen dat in de cel belandde met 45 procent was gedaald, al viel dat volgens een woordvoerder samen met landelijke trends. Een eventueel verband met de sluitingen is niet onderzocht.
Volgens een persbericht van de politie staat tegenover de sluitingen dat die „meer capaciteit” beschikbaar maken voor basisteams en de recherche. Maar een medewerker van Team Arrestantentaken, die sprak op voorwaarde van anonimiteit, wijst erop dat het personeel van het team daar niet voor is opgeleid. „Een arrestantenbewaarder is aangenomen om een arrestant te bewaren”, zegt ook Fluyt. „Die kun je niet zomaar op straat zetten.”
„De arrestantenbewaarders gaan niet een op een over naar opsporing en basisteams, wel een deel van de mensen”, zegt Koklu daarop. Volgens hem moet meer worden gedacht aan de „financiële ruimte” die vrijkomt.
Verder komt de eenheid met „mitigerende maatregelen” om de druk op agenten te verlichten. Zo landen zaken als verhoor, voorgeleiding en insluiting straks niet langer op het bordje van de agent die de verdachte aanhoudt. Op een deel van de bureaus komen verblijven waar agenten arrestanten enkele uren kunnen ‘parkeren’.
De politiechef moet, zegt hij, „zorgvuldig omgaan met de financiën die ik van de belastingbetaler krijg. Dus ik wil niet ongelimiteerd overal maar geld tegenaan gooien. De politie heeft geen winst- en verliesrekening, maar dat betekent niet dat ik mijn organisatie niet als een geoliede machine wil aansturen.”
Koklu zegt de impact van de sluitingen op de aanrijtijden na een jaar te zullen evalueren.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie