Home

Gedeelde keuken, film- en studiezaal: wooncomplex 1828 pakt woningnood én eenzaamheid onder jongeren aan

Woningnood en eenzaamheid zijn twee grote problemen onder jongeren. Wooncomplex 1828 in Gouda wil een oplossing bieden door kleine, betaalbare studio’s voor 18- tot 28-jarigen te combineren met gedeelde ruimtes. ‘Er is altijd iemand in de buurt om iets mee te doen.’

schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.

Dik tevreden is Dieuwertje Erkens (25) met haar gloednieuwe studio in het Goudse appartementencomplex 1828. Zeker als ze bedenkt dat een kwart van de jongeren graag wil verhuizen, maar geen geschikte woning kan vinden. Maar het meest geslaagd aan het bakstenen gebouw, gelegen op steenworp afstand van het station, vindt ze de collectieve studeerruimte.

‘Juist nu ik naast mijn baan in een apotheek aan een studie ben begonnen, is dit een uitkomst’, zegt ze in het serene, met hout afgewerkte vertrek, gelegen aan de gemeenschappelijke woonkamer op de begane grond. ‘In mijn kamer raak ik afgeleid, hier is het rustig en er zijn anderen, dat motiveert.’ Iets verderop zit een medebewoner achter zijn laptop.

Gedeelde voorzieningen

1828 is een wooncomplex voor jongeren tussen de 18 en 28 jaar, ontwikkeld door projectontwikkelaar Wibaut, het bedrijf van vastgoedondernemer Ernest van der Meijde. Aanvankelijk liet hij luxewoningen voor de vrije sector bouwen, maar toen hij in 2019 een schrijnend verhaal las over jongeren die geen huis konden vinden, bedacht hij een concept voor deze doelgroep. Hij wilde het betaalbaar houden, wat betekent dat je klein woont.

Het gebouw met 247 appartementen omvat voornamelijk studio’s van 25 vierkante meter met een Frans balkon, waarvoor je 713 euro per maand betaalt. Maar de bewoners beschikken óók over 750 vierkante meter aan gedeelde voorzieningen: een woonkamer met keuken, minibioscoop en zonnig terras, een wasbar, de studeerzaal en een parkeergarage met deelauto’s, fietsenberging en een pakketpunt.

Op 30 september opent minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt-O’Sullivan het gebouw. De rijksoverheid ziet 1828 als een voorbeeldproject waarmee niet alleen de woningnood wordt aangepakt, maar ook een ander groot probleem onder jongeren: eenzaamheid. Hoe werkt dat in de praktijk?

Woonpanel

‘We hebben vooraf via een oproep op internet een woonpanel samengesteld van geïnteresseerde jongeren, die input gaven over welke ruimtes zij willen delen’, zegt architect Joeri van Ommeren. Een fitnessruimte vonden ze niet nodig, want er is al een sportschool vlakbij, maar een studiezaal wel. Van Ommeren kreeg bovendien de opdracht mee om zowel ruimte voor reuring als een rustige hoek te maken in de woonkamer. Bij het ontwerpen van de woonverdiepingen heeft de architect erop gelet dat er maximaal vijftien woningen aan een gang liggen. ‘Anders wordt het te massaal.’

De gangen met grijze betonnen muren zijn sober gehouden, en er zijn geen zitjes. Het idee is dat je voor gezelligheid naar de gezamenlijke woonkamer op de begane grond gaat. Die is ingericht met hippe meubels en er hangt kunst aan de muren, door het woonpanel gekozen. Van bewoner Ryan Luimes (26, werkzaam in de horeca) mogen de muren in de gangen ook best een kleurtje krijgen; het lijkt hem leuk om die met een paar bewoners te beschilderen.

Gangmakers

Een goed gebouwontwerp maakt ontmoeting mogelijk, maar mensen maken de gemeenschap. ‘Community manager’ Daphne van ’t Hof helpt de bewoners bij het organiseren van gezamenlijke activiteiten en ze heeft per gang een of twee ‘gangmakers’ aangesteld, die fungeren als aanspreekpunt. De gangmakers kregen een driedaagse training en zijn twee weken eerder in het gebouw getrokken, zodat ze hun medebewoners vervolgens wegwijs konden maken.

Floor van de Brink (25, werkt en studeert) zat in het woonpanel en is nu gangmaker. Hiervoor woonde ze bij haar ouders in Nieuwerkerk. ‘Dat was prima, maar er komt een moment dat je zelfstandig wilt zijn. In dit gebouw heb je een eigen plek, maar er is ook altijd iemand in de buurt om iets mee te doen’, vertelt ze in de woonkamer. Ze is een boekenclub begonnen, via de bewonersgroepsapp. Er is ook al een filmclub, een kookclub en een hardloopgroep.

‘Laatst wilde ik met een vriend een spel voor vier personen spelen’, vertelt Luimes. ‘We appten in de groep: wie doet er mee? Er meldden zich meteen twee mensen.’ Hij heeft al veel bewoners leren kennen. ‘Die bekendheid geeft mij een thuisgevoel, je woont hier echt samen.’ ‘Maar het is geen studentenhuis’, benadrukt Van de Brink. Erkens: ‘Nou, na een feestje kan het er wel zo uitzien.’ Doordeweeks is er dagelijks een professionele schoonmaak, in het weekend moeten de bewoners zelf opruimen.

Grote belangstelling

De belangstelling voor 1828 is groot; ruim vierduizend jongeren meldden zich aan. Om te bepalen of ze enkel voor de woning of ook voor de gemeenschap kwamen, moesten zij een vragenlijst invullen. Tijdens een oriëntatiedag werd het idee achter het gebouw verder toegelicht, vervolgens schreven zo’n 350 jongeren zich in. De woningen waarnaar te veel vraag was, zijn via loting toegekend. Er zijn plannen om het concept ook te realiseren in de gemeenten Alkmaar, Velsen, Haarlem, Leidschendam-Voorburg en Zoetermeer.

In de entreehal loopt een meisje dat verlegen om zich heen kijkt. Voelt zij zich wel thuis in het complex? Ze is pas 14 jaar, en is net op bezoek geweest bij haar zus, die een dag daarvoor verhuisd is. ‘Ik vind het heel mooi, en netjes’, zegt ze. ‘Later lijkt het mij ook wel leuk om zo te wonen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next