De wortels van Jürgen Klopp (59), die donderdagavond als bondscoach van Duitsland debuteert tegen Oranje, liggen in Mainz. Een terugblik op de beginjaren van succestrainer Kloppo, de man van het Vollgasfussball.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Het is het voorjaar van 2004. Na vele jaren van bloed, zweet en tranen neemt Jürgen Klopp de microfoon ter hand en zingt hij voor een volgelopen plein in Mainz: ‘Und wir steigen doch noch auf, halleluja’, op de melodie van Wij zijn samen onderweg, halleluja.
Duizenden supporters op de Marktplatz juichen en huilen tegelijk. Ze omhelzen elkaar. Het is FSV Mainz 05 eindelijk gelukt met die promotie naar de Bundesliga. ‘De weg naar de Olympus is lang en zwaar’, zegt Klopp later.
Ach, de oude beelden zijn geweldig, vooral in de wetenschap dat het de twee seizoenen ervoor net niet lukte op de laatste speeldag. Eén keer kwam het zelfs aan op één doelpunt, dat werd gemaakt op het moment dat de spelers van Mainz in onderdrukte euforie wachtten op het eindsignaal elders.
‘Welkom in het gekkenhuis’, schreeuwt de tv-commentator bij die voor Mainz desastreuze ontknoping. Iedereen huilt, ook de trainer. Maar Kloppo, zoals ze hem dan al liefkozend noemen, stelt dat ze het wéér gaan proberen, want dit is Mainz.
Zo is Klopp. Lachen door tranen heen. Huilen van vreugde. Positiviteit uitstralen, energie, werklust. Vrolijkheid ook. Relativeringsvermogen soms. En de Jürgen Klopp van FSV Mainz is Jürgen Klopp in zijn puurste vorm.
Hij is dan nog relatief onbekend, zelfs in Duitsland. Ongepolijst. Vanaf 1990 was hij een modale prof bij de club in de Tweede Bundesliga, tot de onverwachte benoeming tot trainer in februari 2001, als Mainz dreigt te degraderen naar het derde niveau. Klopp is de beoogde redder.
Hij, destijds met een studentikoos brilletje, keert alles om, in jaren waarin ook hij amper kan vermoeden welke swingende en fascinerende bochten zijn levenspad daarna zal nemen. Hij komt ook dan al goed over in de pers en verschijnt soms in spelprogramma’s op tv.
Als speler volgt hij al studies, want hij beseft dat een voetballer uit de Tweede Bundesliga op den duur niet kan leven van voetbal. En meer dan een bestaan als modale prof is hem niet gegeven.
Als hij in 2002 en 2003 de promotie misloopt en in 2004 alsnog het feest viert, als trainer, is hij opeens een fenomeen en spreekt hij bijna religieus tot het volk, om daarna veel te drinken.
‘Het is goed dat jullie me nu even voor de microfoon halen, want over tien minuten herken ik mijn eigen zoon niet meer’, zegt hij in het gedruis. Klopp, die gelovig zegt te zijn, past in de katholieke traditie van het op meeslepende wijze vieren van succes.
Hij degradeert ook nog een keer met Mainz, in 2007, verhuist een jaar later naar Borussia Dortmund. Daar wint hij titels, net als later, vanaf 2015, bij Liverpool, tot de Champions League aan toe.
Maar eigenlijk zou het nooit meer zo mooi en puur worden als toen, gaf hij eens toe, als in die jaren dat hij met weinig geld en bescheiden spelers het schier onmogelijke bereikte.
Klopp is een andere Klopp nu, zo rond zijn debuut als bondscoach. Donderdag speelt zijn Duitsland in Amsterdam tegen Oranje, in de Nations League.
Zijn studentikoze bril is vervangen door een modieus montuur. Nog steeds staat hij bekend om zijn energie, zijn communicatieve gaven, zijn uitstraling, zijn humor en – in deze verwarrende tijden in Duitsland – zijn poging het land te verenigen. Dat doet hij onder meer door de pet die hij draagt, met daarop de tekst dat hij ‘een van de 83 miljoen’ is. Bondscoaches, bedoelt hij. Hij is de eerste onder de gelijken.
Maar het begon dus allemaal in Mainz, in die stad in het midden van Duitsland, daar waar de Main uitmondt in de Rijn; de stad met de club die tegenwoordig een uitstekende rol speelt in de Bundesliga.
Fabrizio Hayer (57) voetbalde destijds met Jürgen Klopp. Hayer is altijd in Mainz blijven wonen en heeft daar een gezellig restaurant. Hij is verknocht aan de stad met het oude centrum. Hij kijkt vooruit. ‘Het EK van 2028 in onder meer Engeland is de droom van Kloppo: met Duitsland voetballen in Engeland, waar hij een koning is sinds zijn succesvolle tijd bij Liverpool.’
Hayer was een flegmatieke speler; de ene keer uitstekend, de volgende keer onzichtbaar. Een totaal ander type dan Klopp: die was de constante factor en de harde werker. Klopp was als speler ook al bezig met teambuilding, van allemaal naar de kroeg op zijn tijd.
Later, als trainer, voegde Klopp telkens nieuwe elementen toe aan zijn gedachten, passend bij zijn karakter. Hayer: ‘Het woord dat het best bij hem past is ‘inspiratie’. Bovendien is hij ongekend ambitieus.’
Hayer vertelt over Klopps voorbeeld als trainer, de inmiddels overleden Wolfgang Frank, die vooral over de grens keek naar voetbal. Naar het AC Milan van Arrigo Sacchi bijvoorbeeld, met Ruud Gullit, Marco van Basten en Frank Rijkaard. Bekend door compact spel en vooruit verdedigen, door het beheersen van de ruimte.
Weg met de rij van vijf verdedigers. Klopp stelde een zogenaamde Viererkette op. Hij liet een frisse wind waaien door het conservatieve voetbal van Duitsland, een wind waarop talloze trainers na hem zich lieten meedrijven. Klopp leerde dat hij door een goed gebruik van tactiek wedstrijden kon winnen van betere tegenstanders.
Volgens de overlevering merkte een verslaggever bij zijn presentatie als trainer van Mainz op: ‘Wat doet Klopp hier?’
De Nederlandse oud-prof Bernard Schuiteman was teamgenoot van Klopp in het seizoen waarin die opeens trainer werd, jaargang 2000-2001. ‘Van de ene op de andere dag was Klopp onze trainer. Hij was benoemd door technisch directeur Christian Heidel, die na het ontslag van de vorige trainer niet zo snel iemand anders wist en het in Klopp zag zitten.
‘Jürgen was meestal rechtsachter, ik speelde centraal achterin. Hij was snel, kopsterk. Hij was ooit begonnen als spits, en later naar de defensie gezakt. Heidel zag in hem een trainer; hij had een speciaal talent voor het vinden van talent onder trainers. Thomas Tuchel (nu bondscoach van Engeland, red.) en Marco Rose (trainer van Bournemouth, red.) zijn andere voorbeelden.’
In het seizoen na de aanstelling van Klopp kreeg Schuiteman te horen dat hij mocht vertrekken: hij paste niet in de plannen. ‘Dat begreep ik wel. Ik was niet meer goed genoeg. Veel spelers denken tegenwoordig dat ze Messi zijn, maar ik had zelfkennis.’
Hij is Klopp nauwlettend blijven volgen. ‘Zijn grote kracht was toen al de toespraak tot de spelers. Zijn woordkeuze, zijn retorische gaven. Hij kon spelers voor zich door het vuur laten gaan. Klopp is een man van motivatie, van het smeden van een team. Hij kon het team meenemen door onoverwinnelijkheid uit te stralen. Kijk maar goed, het vuur staat in zijn ogen.’
Maar Klopp heeft natuurlijk ook een goede kijk op het voetbal, zegt Schuiteman. Veel druk naar voren, naar één kant de tegenstander insluiten, veel lopen dus ook. Intensiteit. Vollgasfussball, zoals het ging heten.
Tot zijn filosofie behoort ook dat hij zich omringt met goede veldtrainers. Eerst Željko Buvač, bij Dortmund en Liverpool. Later Pepijn Lijnders bij Liverpool, die hem nu ook weer assisteert bij de Duitse bond.
Lijnders wil nu niet te veel vertellen, omdat hij de assistent is van Klopp en niet de aangewezen persoon om het woord te voeren. Later belt hij terug om op documentaires te wijzen, ook over de jaren van Klopp in Mainz, waarover de Duitser nog altijd met liefde spreekt.
Want daar, in Mainz, is het allemaal begonnen.
Het eerste gesprek tussen de nieuwe bondscoach Xavi en aanvoerder Virgil van Dijk, over de toekomst van die laatste bij Oranje, verliep als volgt. Xavi zei: ‘Jij bent Virgil van Dijk.’ En dat was eigenlijk al voldoende.
Virgil van Dijk (35) blijft dus aanvoerder van het Nederlands elftal; normaal gesproken nog twee jaar. Binnen twee weken kan hij daardoor tot de zogenoemde ‘Club van 100’ gaan behoren, met spelers met minimaal honderd interlands.
Van Dijk kreeg waardering en vertrouwen van Xavi. ‘Na tien seconden was wel duidelijk dat ik doorging.’ Hij vond het mooi om het gewoon eens van een ander te horen: jij bent Virgil van Dijk. Synoniem voor: sterk, de absolute leider van Oranje in het laatste decennium. Maar eenieder heeft op zijn tijd waardering nodig, ook een gelouterd en gelauwerd voetballer als Van Dijk.
Dat is wat hij soms mist. Van Dijk was nors bij zijn toelichting in Zeist, want in Nederland voelt hij soms te weinig waardering en respect. In het buitenland, waar hij meer op een voetstuk staat, is dat meestal anders. Nee, de kritiek komt niet van iedereen, maar vooral van een deel van de media: ‘Er is zo veel onzin geschreven.’
Zo moest hij na de smadelijke nederlaag tegen Marokko op het WK van afgelopen zomer lezen dat bondscoach Ronald Koeman en hij het Nederlandse voetbal kapot hadden gemaakt, door die onzalige speelwijze in de tweede ronde; toen trad Oranje opeens aan met vijf in plaats van vier verdedigers en verdronk het bij wijze van spreken in de eigen angst. Van Dijk: ‘Dan gaan ze te ver.’
Hij zou degene zijn die het plan had bedacht om met vijf verdedigers te spelen, maar dat is volgens Van Dijk klinkklare onzin. Wie hem gedurende zijn loopbaan heeft gevolgd, weet dat hij het liefst gewoon met vier man achterin speelt, zowel bij Liverpool als in Oranje. Er was zoals altijd een plan gemaakt door de staf (‘niet door mij’), die ook bestond uit Ronalds broer Erwin, Ruud van Nistelrooij en Wim Jonk.
‘Het plan werkte bijna, totdat Diop de bal in de 89ste minuut binnenkopte’, zegt Van Dijk. ‘Het was ook een slechte wedstrijd, en we hebben gefaald. Dat zijn de harde feiten.’ Wie het plan dan precies wel verzon, is volgens hem niet interessant. Het is bedacht en het is uitgevoerd, want ook een aanvoerder gaat uiteindelijk achter de geplande tactiek staan. Nederland verloor na strafschoppen.
Liever kijkt de aanvoerder vooruit, naar het duel van donderdag tegen Duitsland bijvoorbeeld, en naar het weerzien met Jürgen Klopp, die jarenlang zijn trainer was bij Liverpool.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant