Het besluit van de NPO om toch weer mee te doen aan het Songfestival, is een stap terug. Premier Netanyahu zal het in verkiezingstijd als een steunbetuiging beschouwen.
is hoofdredacteur en commentator van de Volkskrant
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De NPO heeft besloten om toch weer samen met Israël aan het Songfestivalfeest mee te doen. Na een afwezigheid van een jaar zal Nederland weer een artiest selecteren die in Burgas, Bulgarije, de Nederlandse eer hoog moet houden.
Het NPO-bestuur maakt een geheel andere afweging dan Avrotros. Die omroep oordeelde precies een jaar geleden dat hij deelname aan het Songfestival niet langer kon verantwoorden vanwege ‘het voortdurende en ernstige menselijke leed in Gaza’, de aantasting van de persvrijheid in Israël en de voortdurende pogingen van Israël om de uitslag van het Songfestival te manipuleren, die in 2025 nog bijna succes hadden. ‘Deze omstandigheden zijn in strijd met de waarden die Avrotros als publieke omroep vertegenwoordigt.’
De NPO heeft blijkbaar andere waarden. ‘Het Songfestival is ooit opgericht om mensen in Europa samen te brengen na de Tweede Wereldoorlog’, luidt de verklaring van NPO-voorzitter Jet de Ranitz. ‘Die verbinding zoeken we nu opnieuw, door oog te hebben voor wat er in de wereld gebeurt en het gesprek daarover een plek te geven.’
Geen woord meer over het leed in Gaza, geen woord over de aantasting van de persvrijheid.
De NPO wijst erop dat de organisatie van het Songfestival ‘belangrijke stappen’ heeft gezet in antwoord op de kritiek van onder meer Nederland. Die stappen bestaan er vooral uit dat de stemprocedure is aangepast, waardoor Israël minder ruimte heeft om de uitslag naar zijn hand te zetten. Dat is winst, maar de andere – veel grotere – bezwaren staan nog recht overeind.
Van een publieke omroep mag worden verwacht dat hij publieke waarden hooghoudt. Een feestje vieren met een land dat lak heeft aan de internationale rechtsorde en wordt verdacht van genocide, past daar slecht bij.
Van een publieke omroep mag ook worden verwacht dat hij pal staat voor de journalistiek. Een land dat journalisten geen toegang biedt tot Gaza, een land waar twee documentairemakers hun leven niet meer zeker zijn omdat ze lieten zien hoe gewelddadig Israëlische militairen tekeergingen in Gaza, toont geen respect voor de Europese waarden en heeft dus ook – op zijn minst tijdelijk – niets te zoeken op een Europees Songfestival.
De NPO wil bijdragen aan verbinding, dat is te prijzen, maar het onbedoelde neveneffect is dat hij bijdraagt aan het witwassen en legitimeren van Israëls genocidale oorlog. Dat wordt versterkt doordat De Ranitz de ontsporingen van Israël niet eens benoemt.
De stap van Avrotros was verfrissend. De omroep liet zien dat het niet alleen om kijkcijfers en STER-inkomsten draait, maar dat de publieke omroep uiteindelijk een grotere opdracht heeft. De stap van de NPO is een stap terug.
Terwijl het Nederlandse kabinet serieuze pogingen doet om Israël onder druk te zetten wegens het illegale geweld op de Westelijke Jordaanoever, beweegt de NPO juist de andere kant op. Premier Netanyahu zal vergenoegd constateren dat van de opstand van Europese landen – naast Nederland besloten ook Ierland, Spanje en Slovenië het evenement te boycotten – nog maar weinig over is. Een signaal dat hem in de verkiezingsmaand ongetwijfeld niet slecht uitkomt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant