Home

Opinie: Hetero’s, help ons onze plek op te eisen

De vlucht naar de hoofdstad is een veel genomen route voor jonge homo’s. Maar ook buiten de grote stad moeten ze zichzelf kunnen zijn – met hulp van hetero’s.

Afgelopen zondag licht mijn telefoon op door een pushbericht van de Volkskrant dat verkondigde dat de acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren fors is gedaald. Ik heb geen zin om het artikel te openen, krijg al buikpijn van enkel de kop, maar het moet gelezen worden. ‘Nog maar 22 procent van de jongens tussen 12 en 16 jaar heeft een positieve houding ten opzichte van homoseksualiteit.’ Doodeng.

Het nieuws komt tot me tijdens een interessante fase. Onlangs verhuisde ik ten gevolge van de krappe kamermarkt terug van Amsterdam naar Hendrik-Ido-Ambacht, het dorp in de Biblebelt waar ik opgroeide. Mijn toevlucht voor mij als queer persoon was mislukt.

Naast de vraag of vluchten eigenlijk wel zo emanciperend is, rijst er een tweede vraag op door de resultaten van het onderzoek. Wat moeten queer mensen doen als zij nergens meer heen kunnen vluchten? Het wordt tijd dat hetero’s ons helpen onze plek op te eisen.

Over de auteur

Sander Stiphout is student Nederlands en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Als student Nederlands en filosofie ben ik geïnteresseerd in de beweging van queer personen naar de grote stad. Literatuurwetenschapper Jesse van Amelsvoort haalde in een essay in de Volkskrant de (volgens hem qua structuur vrijwel identieke) romans Confettiregen van Splinter Chabot, Als de zon valt van Stijn de Vries en Lentekind van Harmen van Liemt aan: drie romans waarin die beweging wordt blootgelegd. Dit is blijkbaar nou eenmaal hoe het leven van jonge homo’s eruitziet en dat maakt ons helemaal niet zo geëmancipeerd als we graag willen denken, zo concludeert Van Amersfoort.

Klassieke route

Filosoof en socioloog Didier Eribon schrijft in zijn boek Terug naar Reims: ‘De vlucht naar de stad, naar de hoofdstad (…) is een zeer klassieke, veel genomen route voor jonge homo’s.’ Die vlucht nam ik ook. Dit is wat we doen, dacht ik.

Maar ik worstel al een tijd met de vraag hoe werkelijk emanciperend het is om naar de grote stad te verhuizen. Zou ik niet mijn plek moeten opeisen waar mijn wortels liggen? Dat is toch juist wat verzet behelst?

En nu ook de grote stad, traditioneel gezien ons toevluchtsoord, steeds minder ‘van ons’ lijkt door de dalende acceptatie, doordringt het mij al te meer van de absolute noodzaak dat wij overal onszelf moeten kunnen zijn, zowel in de stad als in het dorp. Maar dat kunnen we niet alleen. Je kunt niet van een jonge homo verwachten dat die zich als een eenzame vaandeldrager van de homo-emancipatie blijft verzetten op een giftige of onveilige plek; de verantwoordelijkheid om dat mogelijk te maken ligt ook bij de omgeving.

Homohatelijk uitgekafferd

Onlangs werd ik in de supermarkt in mijn dorp homohatelijk uitgekafferd door een jongetje dat – en ik zou willen dat ik overdrijf – niet veel ouder kon zijn geweest dan 6. Zijn (vermoedelijke) oma liep ernaast en zei niets. Het machtsverschil en de pedagogische verantwoordelijkheid tussen hen leken me overduidelijk en toch koos de vrouw in kwestie ervoor om geen woord vuil te maken aan het gedrag van haar kleinzoon. Door zulk gedrag te tolereren, plant je een zaadje dat die 22 procent mogelijkerwijs alleen maar verder zal doen kelderen.

Na al deze zinnen kom ik tot de conclusie dat dit stuk niets meer is dan een smeekbede. De mogelijkheid om je plek op te kunnen eisen zou niet enkel in de handen van queer personen zelf moeten liggen. Dus, hetero’s: uit je verontwaardiging en spreek je uit. Elke jonge queer persoon die met trots en angst het strijdtoneel van de samenleving betreedt, zou niet de klappen moeten opvangen door jullie selectieve luiheid om een keer je bek open te trekken.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next