Home

Sjoerd Kuyper wint postuum de Gouden Griffel, Karst-Janneke Rogaar wint het Gouden Penseel

Kinderboekenprijzen Het kinderboek ‘Maantje verhuist de zee’ van de onlangs overleden Sjoerd Kuyper is deze donderdag bekroond met de Gouden Griffel. Illustratrice Karst-Janneke Rogaar won met haar prentenboek ‘Lucy en Donker’ het Gouden Penseel.

Karst-Janneke Rogaar (l.) en Sjoerd Kuyper, die afgelopen dinsdag overleed.

Gouden GriffelSjoerd Kuyper

Het nieuws van zijn Gouden Griffel bereikte Sjoerd Kuyper vorige week op zijn sterfbed, in het bijzijn van zijn kleinkinderen. Toen was al duidelijk dat hij de uitreiking, deze donderdag, niet meer zou halen. Zo snel kan het gaan – nota bene net als in zijn gelauwerde kinderboek Maantje verhuist de zee, een kroniek van de aangekondigde dood van een grootouder.

Hoe gaat dat, als een oma sterft? In een kinderleven is het een groot moment, hoewel de gebeurtenis zelf bijna ongemerkt doodgewoon kan zijn. Terwijl Imani, Maantje voor intimi, met haar vader voor de open haard herinneringen ophaalt, vertrekt oom Albert naar de slaapkamer, waar het wel erg stil is geworden:

Albert komt terug. „Kom es”, zegt hij met een schorre stem tegen papa.„Jij blijft hier”, zegt papa tegen Maantje. Hij staat op en loopt met Albert naar de slaapkamer.Maantje loopt achter ze aan. Vannacht gaat papa niet boos op haar worden, wat ze ook doet.Albert heeft het licht in de kamer aangedaan. Oma ligt nog precies zo in bed als toen Maantje haar steentje bracht. Het steentje ligt nog op haar kussen, haar arm steekt nog onder het dekbed uit, haar hand hangt nog in de lucht.

Zo dient de dood zich aan in Maantje verhuist de zee. Beschreven zonder opsmuk, maar met gevoel voor de situatie: dat zit in die schorre stem, in die beladen sfeer die boosheid verdringt, in het „nog precies zo”, de hangende hand. Schrijver Sjoerd Kuyper (1952-2026) kreeg er de Gouden Griffel 2026 voor, zo is nu bekendgemaakt. „Omdat het alles in zich verenigt waar een uitzonderlijk literair kinderboek aan moet voldoen”, aldus de jury. „Literaire kwaliteit, humor, warmte, creativiteit en verbeeldingskracht komen samen in een verhaal dat kinderen volledig serieus neemt.”

Voor de tweede keer kreeg Kuyper de prijs voor het beste kinderboek van het jaar (10.000 euro), bijna dertig jaar na zijn eerste: in 1997 kreeg hij de Gouden Griffel voor Robin en God, dat deel uitmaakte van zijn hooggewaardeerde serie over de kleuter Robin. De jury van de Theo Thijssen-prijs 2012, het jeugdliteraire equivalent van de P.C. Hooft-prijs, prees Kuyper om hoe „belangrijke levensvragen” in zijn werk „direct en met grote openheid” worden behandeld. „Kuyper zoekt het niet in ingewikkelde beelden of volwassen overpeinzingen. Bij hem staat het kind centraal met z’n oprechte drijfveren en al z’n onbevangenheid.”

Met de prijs op zak rustte Kuyper niet op zijn lauweren. Hij schreef de afgelopen jaren jeugdromans waarin hij alles deed waar hij als schrijver maar zin in had, én zette een nieuwe reeks op voor jonge kinderen, waarin het kinderperspectief weer ruim baan kreeg. De Maantje-boeken vallen op door een pure, feilloze levensechtheid, zoals ook in het nu bekroonde vierde deel.

Wat Maantje doet of zegt, klinkt nooit als het verzinsel van een volwassen schrijver: Kuyper maakte zichzelf zo goed als onzichtbaar, al wist hij vanuit die verdekte positie alsnog belangrijke levensvragen te adresseren. Hij gaf Maantje eigenzinnigheid door haar verbeelding vrijelijk te laten vloeien: deze magisch denkende negenjarige gaat even gemakkelijk op in een zelfverzonnen verhaal als in een droom. Maar ze leeft ook in de alledaagse realiteit, waar de dood onherroepelijk deel van uitmaakt. De zee waarin oma zo graag zwom, besluit ze daarom te verhuizen naar haar hoofd, waar de herinnering kan voortbestaan. „Sjoerd Kuyper houdt grote thema’s klein en menselijk, waardoor ze des te harder binnenkomen”, aldus de Griffeljury.

Gouden PenseelKarst-Janneke Rogaar

Een windvlaag waait door Lucy’s kinderkamer en de deur, die een strook licht doorliet, valt dicht. Dan klinkt er een stem, een opgewekte stem, vanonder het bed: „Hè hè, eindelijk ruimte.” Lucy knipt gauw het licht aan, waardoor de stem onder het bed het daar weer „nogal krap” vindt. Mag het licht weer uit? Als ze hem echt wil zien, moet het licht uit. „Omdat dit maar een pietepeuterig stuk van me is. Ik kan toch ook niet aan jouw teen zien wie jij bent?”

De duisternis zelf is de tegenspeler in Lucy en Donker, het eerste eigen prentenboek van illustrator Karst-Janneke Rogaar. Ze krijgt er het Gouden Penseel voor, de grootste prijs voor kinderboekillustraties (10.000 euro). Het verhaal gaat over de omarming van donkerte: de gepersonifieerde Donker nodigt Lucy uit op een wandeling door de nacht. Oriënteren is even wennen, maar de nachtwandeling blijkt een verrijkende ervaring. „Het boek is een onderdompeling in een wereld van multisensorische suggesties, die ons uitnodigt om de ongrijpbare omvang van de nacht te voelen”, aldus de jury.

Karst-Janneke Rogaar (1975) kwam op het idee tijdens een residentie op het afgelegen Schotse eiland Mull, waar ze zelf zo’n multisensorische ervaring had tijdens een wandeling in het pikdonker. Het was haar ambitie om een kinderboek te maken dat nu eens de aantrekkelijkheid van de nacht benadrukte, zei ze dit voorjaar in De Grote Vriendelijke Podcast. „Kinderen worden vanaf het begin van hun leven bang gemaakt voor het donker, want daar zijn of dieven of spoken, en kinderen worden opgejut om vooral stoer te zijn en actie te ondernemen, of er moet een lampje aan”, zei ze. „Begrijpelijk, maar het is niet goed om altijd maar lampen aan te doen. Als je ontspant is er in het donker echt heel veel te zien.”

Rogaar, die in 2000 als illustrator afstudeerde aan de Rietveld Academie, illustreerde ruim twintig kinderboeken, vanaf het begin in haar herkenbare eigen stijl vol humor en gevoel. Typisch Rogaar zijn humoristische, expressieve, ongepolijste, soms schonkige figuren, met knipogen naar de naïeve, licht cartooneske tekenstijl van kinderen. Zo tekende ze in Spinder (2012) van Simon van der Geest insecten alsof die uit de balpen van de jonge hoofdpersoon waren gekomen.

„Een tekening hoeft van mij niet altijd mooi te zijn”, zei ze eerder, in een interview over haar eerdere boek De alchemist op de richel (2023). „Als je een donker, spannend bos maakt en het is gevaarlijk, dan vind ik dat het een gevaarlijke tekening moet zijn, zo vies en grauw en grof dat je echt niet in dat bos wil zijn.” Het nachtelijke bos in Lucy en Donker is spannend en eng, maar ook meer dan dat: rijk, aantrekkelijk, vol verrassingen. De jury had „een heel geconcentreerde kijkervaring”, omdat Rogaar „op elke pagina de verbinding maakt tussen het beeld en de emoties”. In de duistere wereld van Lucy en Donker is veel te zien én veel te voelen.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Kind en jeugd

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next