Klimaatverandering Wat kan Nederland leren van Afrika en Azië over de aanpak na extreem weer? In Zuid-Limburg – dat vijf jaar geleden werd getroffen door zware regenval en overstromingen – hebben het World Wildlife Fund en het Rode Kruis de handen ineengeslagen voor een project dat ervaringen uit andere landen naar Nederland brengt.
Een ondergelopen parkeerplaats in Valkenburg, door overvloedige regenval, in 2021.
Als Nederland komende decennia vaker wordt geteisterd door langdurige droogte, hoosbuien en overstromingen: is de bevolking dan voorbereid? Volstaan technische oplossingen of moet de samenleving beter leren omgaan met rampen, zoals deltacommissaris Co Verdaas onlangs opnieuw bepleitte in de ‘herijking’ van het deltaprogramma voor de komende decennia?
Nederland is het punt genaderd waarop het veel kan opsteken van landen die veel vaker de dupe worden van droogte en overstromingen, in Afrika en Azië bijvoorbeeld, stellen zowel het Rode Kruis als het World Wildlife Fund (WFF). De organisaties werken sinds enkele jaren samen, in Maleisië, de Filippijnen en Zambia, om „de weerbaarheid van bevolkingen te vergroten”.
En in Zuid-Limburg, dat vijf jaar geleden werd getroffen door zware regenval en overstromingen, hebben WWF en Rode Kruis de handen ook ineengeslagen. Er loopt een proefproject om de redzaamheid van de bewoners te vergroten, veelal met ‘natuurlijke oplossingen’, zoals hellingbossen versterken om de hoogwaterveiligheid te bevorderen. Niet toevallig loopt het project in een gebied waar, zeggen beide partijen, inwoners beter de impact van klimaatrampen kennen dan elders in Nederland.
Bas Roels, onderzoeker bij het WWF: „In landen als de Filippijnen, Maleisië en Indonesië is het besef van natuurlijke oplossingen veel wijder verspreid. Tot voor kort was het in Nederland gebruikelijk om na overstromingen dijken en dammen te bouwen. Maar in die landen is men veel afhankelijker van de natuurlijke leefomgeving, als ze hun mangrovebossen weghalen en hoge dijken neerzetten, dan is dat hele mangrovesysteem vernietigd – inclusief de bouwmaterialen die ze daaruit oogsten, de schelpdieren én het toeristenresort dat daarvan profiteert. Van die brede, landschappelijke blik kunnen wij Nederlanders veel leren.”
Op natuurlijke wijze rekening houden met de grillen van het klimaat, is geen doel op zichzelf, stelt adviseur Marij Zwart van het Rode Kruis. „Het is een middel om mensen weerbaarder te maken tegen extreem weer, met oplossingen die ook de natuur en leefomgeving helpen”, vertelt ze. Daarbij valt in Nederland een wereld te winnen. De overheid doet van alles om bewustwording van klimaatrisico’s te versterken, maar wat ontbreekt, is hoe mensen dat bewustzijn omzetten in concrete acties, die vervolgens de samenleving als geheel weerbaarder maken tegen rampen.
Zwart: „Er zijn noodpakketten. Je kunt je gedrag aanpassen – tegels wippen of tijdens droogte niet je auto wassen of een zwembad vullen. Maar weerbaarheid moet vooral iets gemeenschappelijks worden. Het tegenovergestelde van dat iedereen tijdens corona z’n eigen wc-rol haalt, bijvoorbeeld. Een ramp maak je niet individueel mee. Je bent van elkaar afhankelijk.”
Wateroverlast in centrum van Valkenburg aan de Geul door zware regenval in 2021.
En onderdeel van die weerbaarheid is ook samenwerken, want dat „verkleint de kans dat een ramp leed aanricht”, volgens Zwart. „Zeven jaar geleden heb ik dat gezien tijdens de overstromingen in Mozambique. Hele dorpen spoelden weg, maar mensen handelden gezamenlijk. Misschien is dat ook cultureel bepaald, in landen met een zwakke overheid is het veel gewoner om elkaar te helpen. Als je auto stuk gaat, komt de ANWB daar echt niet langs. Maar tijdens een ramp krijg je niet direct hulp, dan ben je eerst op elkaar aangewezen. We zouden daar in Nederland meer op kunnen oefenen.”
In onder meer Oeganda heeft Zwart ervaren waartoe meer bewustzijn kan leiden. „Kinderen wisten al te vertellen dat de regenseizoenen waren veranderd, dat ze vroeger nog in de regen jarig waren. Dat bewustzijn leidde tot interventies, zoals dat scholen zelf regenwater gingen opvangen.”
Als mensen zich maar in staat voelen om actie te ondernemen, zegt Zwart, „ontstaan ontelbare voorbeelden” van zulke gezamenlijkheid. In Zambia herbeplanten dorpsgemeenschappen bossen langs rivieren. In Oeganda verwijderen buurtbewoners afval uit afwateringskanalen voordat het regenseizoen begint, zodat de kans op overstromingen afneemt. En in Rwanda, vertelt ze, begonnen bewoners een boomkwekerij om de omgeving te vergroenen, de bodem beter te beschermen tegen wateroverlast en inkomsten te genereren uit de verkoop van de bomen.
Bij dit soort acties liggen natuurlijke oplossingen voor de hand, vertelt Roels. Zoals in Zuid-Limburg, waar een WFF-project loopt dat moet bevorderen dat het landschap regenwater beter opneemt. Voor dit soort oplossingen is „een enorm draagvlak”. Zo willen verscheidene gemeenten de circa 600 miljoen euro waarmee de regio moet worden beschermd tegen overstromingen bij voorkeur besteden aan natuurlijke maatregelen.
Roels: „Samen met het Rode Kruis willen we de nadruk leggen op weerbaarheid, zelfredzaamheid én de economische meerwaarde van natuurlijke oplossingen. Veiligheid wordt in Nederland vooral civieltechnisch benaderd, dat lijkt voor investeerders en banken voordelig. Wat wij willen bewijzen, is dat juist natuurlijke processen – zoals beken herstellen, vloeiweides aanleggen en bossen planten op hellingen – voor de regio ook economisch aantrekkelijk zijn. Want als je kanalen en betonnen bassins aanlegt, is het afgelopen met de leuke wandelpaadjes langs beken, waar het toerisme het juist van moeten hebben.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie