Home

De lelijke ingrepen worden steeds urgenter

Toen deze week de nieuwe Britse premier Andy Burnham op bezoek was bij Donald Trump, vroeg ik me af wat er ook alweer met de vorige gebeurd was. Keir Starmer was na twee jaar opgestapt, maar waarom? Hij had geen grote misstappen begaan. Geen stiekeme coronafeestjes georganiseerd, geen #MeToo’tjes. Hij was gewoon een politicus. Saai. Impopulair. Gut genug, leek me, zoals een Duitse zomerhit dit jaar heet. Maar toen Labour een aantal lokale verkiezingen op rij verloor, was het vertrouwen weg.

Burnham is de zevende Britse premier in tien jaar tijd. Weer een nieuwe wegwerppoliticus voor een steeds ongeduldiger, wantrouwender, ontevredener electoraat, dat uit frustratie telkens een bondscoachwissel eist.

In Frankrijk is het niet anders: Macron is diep Impopulair, en Frankrijk versleet in tweeënhalf jaar tijd vier premiers. In Duitsland was het deze week bijna voorbij voor bondskanselier Friedrich Merz. Ook van hem weet ik niet precies wat hij misdaan heeft. Gewoon een politicus, onpopulair, niet corrupt. Hij erft een kapot Duitsland waar geen trein op tijd aankomt, de industrie in zwaar weer zit, en voortdurende dreiging heerst van Russische aanvallen. Met een onverholen rechts-extremistische partij die overal in het herbewapende Duitsland met zijn woedende bevolking en oplopend begrotingstekort op winst staat.

Een bijzonder slecht moment om de bondscoach te wisselen, maar goed, wie ben ik?

Het doet me denken aan de staatssecretarissen van Financiën die in Nederland opstapten na publiek gestruikel en gestrompel over het Toeslagenschandaal. En de nieuwe staatssecretaris die het dan net zo moeilijk bleek te hebben.

Ik heb weleens medelijden gehad met de machthebbers, de bewindspersonen die in hun luxe slee met chauffeur de donkere nacht in reden na een dramatisch verlopen debat. In de wetenschap dat ze weinig ruimte of draagvlak hadden om écht te doen wat nodig was.

Met precies diezelfde ervaring begint ook het boek The End of Power (2013) van Moisés Naím. Als politicus in Venezuela merkte hij dat mensen ten onrechte dachten dat bewindspersonen met een vingerknip het land naar hun hand konden zetten. Maar de macht is allang de macht niet meer. Van het leger, tot het bedrijfsleven, van de Katholieke Kerk tot politieke partijen: overal hebben leiders moeten inleveren. Megaspelers blijken kwetsbaarder dan ooit voor micromachten, denk aan hackers, terroristen en AI-startups. De drone tegen de tank.

Dat betekent ook dat de droom van een gelijkere wereld werkelijkheid wordt. Maar hoe gelijk moet het worden? In de Europese politiek lijkt het inmiddels uit de hand gelopen. Alsof we onbewust steeds precies kiezen voor het tegenovergestelde: het spiegelbeeld van het sterke leiderschap van AfD, Reform UK, Le Pen, Trump, Órban en PiS. Ronduit zwak leiderschap dat voortdurend over de eigen schoenveters struikelt, doodsbang om niet leuk gevonden te worden.

In Nederland is er inmiddels geen zicht meer op een meerderheid voor de Rijksbegroting. D66 werd in 2025 de kleinste grootse partij sinds de Tweede Wereldoorlog en moet minstens vier andere dwergen overtuigen om mee te doen. Bij elke verkiezing lijkt de kiezer steeds beter te weten wat ten diepste bij zijn steeds verder geïndividualiseerde zelf past. Om dan weer voor de Dieren te kiezen, of voor Denk of Volt.

Al tien jaar zijn er vier partijen nodig (buiten het vandalisme van Wilders) voor welk wetsvoorstel dan ook, en dat is niet gut genug want sinds Rutte III hebben kabinetten geen meerderheid meer in de Eerste Kamer. De positie van ons leiderschap is uiterst zwak geworden en de problemen alleen maar groter. Met steeds het wenkende perspectief van het écht sterke leiderschap van de populisten, die over het algemeen de neiging hebben om ook maar gelijk oppositie, media en de rechtspraak een toontje lager te laten zingen.

Australische politieke partijen maakten ooit een einde aan de eindeloze leiderschapswissels door de benodigde meerderheden om leiders te wippen, te verhogen naar 67 procent (Liberale Partij) en 75 procent (Labour). Het is riskant, want als iemand echt een corrupte despoot blijkt, kom je er niet makkelijk vanaf. Maar de huidige premier Anthony Albanese is typisch zo’n saaie, degelijke, impopulaire politicus, die nu wél steviger zit en impopulaire maar noodzakelijke hervormingen aandurft.

Oplossingen als zeteldrempels om de macht te verstevigen zijn zonder uitzondering lelijk, want minder stemmen tellen en de toegang tot de politiek wordt verhoogd. Maar precies dit soort ingrepen zijn nu wel urgent aan het worden.

Mocht Nederland anno 2026 nog tot hervorming in staat blijken, is dit iets om hoog op het prioriteitenlijstje te zetten. Om te voorkomen dat er in de toekomst helemaal nergens meer een meerderheid voor te vinden is in dit land.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next