Home

Hier in de VS zijn de verschillen tussen arm en rijk astronomisch. Nederland moet daarvan leren

Ongelijkheid Als arbeid structureel zwaarder wordt belast dan vermogen, belandt er vanzelf teveel rijkdom en macht bij een kleine groep, ziet voormalig staatssecretaris Marnix van Rij. De Box-3-kwestie is een kans voor de Nederlandse politiek om daar iets aan te doen.

Of ze nou links zijn of rechts, Nederlandse kiezers vinden dat we beter rechtvaardiger belasting kunnen heffen op vermogen, dan extra belasting op arbeid. Dat kwam onlangs uit onderzoek waarover Trouw schreef. En vanuit mijn positie in het Internationaal Monetair Fonds zie ik die trend ook elders in de wereld. De Nederlandse politiek moet daar eindelijk eens een debat over durven voeren. Dat vergt visie en durf, niet platitudes en heilige huisjes.

Kansen, zo stelde CDA-leider Henri Bontenbal vorige maand in zijn HJ Schoo-lezing, moeten meer afhangen van wat mensen dóén dan van wat zij erven. Dat op zich begrijpelijke meritocratische uitgangspunt roept de politieke vragen op hoe groot de vermogensongelijkheid in Nederland eigenlijk is en welke vermogensvormen aantoonbaar bijdragen aan economische activiteit. Tenslotte komen de belastingen om de hoek kijken, omdat het uiteindelijk om een eerlijke verdeling van lasten gaat.

Marnix van Rij was namens het CDA staatssecretaris voor Fiscaliteit en Belastingdienst (2022-2024). Hij werkt nu voor het IMF.

In het land waar ik nu woon, de Verenigde Staten, zijn de verschillen tussen rijk en arm astronomisch groot geworden. De herverdeling via de belastingen is door een invloedrijke lobby van vermogenden geneutraliseerd. Hier was de droom van iedere immigrant altijd om door hard te werken miljonair te worden. Zulk ondernemerschap betekent risico nemen, en je creëert er werkgelegenheid mee. Dat mag gerust worden beloond. Maar langdurige fiscale bevoordeling concentreert economische macht in de hand van enkelingen – de miljardairs – en dat over de generaties heen: de rijken worden rijker en de armen armer.

De kern is niet dat grote vermogens op zichzelf onwenselijk zijn, maar dat belastingheffing haar legitimiteit verliest wanneer inkomen uit arbeid structureel zwaarder wordt belast dan vermogenswinst. Daarmee groeit niet alleen de ongelijkheid, maar ook de invloed van de kleine groep (super)rijken op economie en politiek. Het is ook kwalijk als die groep zich met de Nederlandse belastingpolitiek gaat bemoeien zonder al te veel kennis van zaken – wat bijvoorbeeld eerder dit jaar gebeurde toen Elon Musk over de Box-3-kwestie tweette – en daarbij ook nog een gewillig oor vindt.

Hier in de VS zijn er ook krachtige tegengeluiden. Zo beschrijft de belastingrechtsgeleerde Ray D. Madoff in The Second Estate: How the Tax Code Made an American Aristocracy (2025) op uiterst heldere wijze hoe de Amerikaanse belastingregels vermogensoverdracht in de hand werken en zo meer ultrarijke dynastieën doen ontstaan. De rechtsgeleerde en rechtsfilosoof Samuel Moyn laat in Gerontocracy in America: How the Old Are Hoarding Power and Wealth—and What to Do About It (2026) zien hoe vermogen en invloed zich bovendien bij oudere generaties concentreren. De politieke reactie is inmiddels concreet: de staat Californië stemt op 3 november over een eenmalige heffing van 5 procent op het vermogen van miljardairs.

Het Amerikaanse voorbeeld bevat een relevante les: voorkom dat fiscale uitzonderingen een zichzelf versterkende concentratie van vermogen en macht creëren.

Geloofwaardige discussie

Dan het debat in Nederland. Omdat eigen woning, aanmerkelijk belang, spaargeld, effecten, overig vastgoed en ondernemingsvermogen fiscaal verschillend worden behandeld, kan een geloofwaardige discussie over vermogensongelijkheid zich niet beperken tot één belastingbox. In mijn tijd als staatssecretaris in het kabinet-Rutte IV zetten minister van Financiën Sigrid Kaag en ik al de nodige stappen, gesteund door premier Mark Rutte. We verhoogden gematigd de lasten op vermogen in ruil voor het verlagen van lasten op arbeid (circa 6 miljard euro). Daarna is er hoegenaamd niets meer gebeurd. Dat is stilstand.

Bij het belasten van vermogen maak ik een scherp onderscheid tussen ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen. Het eerste is belangrijk voor de Nederlandse economie en zou fiscaal niet hoger, maar juist lager belast moeten worden. Dan heb ik het over de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting bij winst uit onderneming.

Beleggingsvermogen daarentegen kan gematigd hoger belast worden, waarbij het draagkrachtbeginsel leidend moet zijn: de breedste schouders, de zwaarste lasten. Dat vraagt om een samenhangende en beheerste hervorming van de belasting op passief vermogen.

Politiek Den Haag moet dan ook uit de kramp komen. Dat betekent dat moeilijke onderwerpen, zoals de fiscale behandeling van de eigen woning, het belasten van beleggingsvermogen in Box-2 en Box-3 , maar ook een herziening van de schenk-en erfbelasting op tafel moeten komen. Een uitgelezen kans voor het parlement om met het minderheidskabinet uit de impasse te komen die is ontstaan rondom de nieuwe wet over het rendement dat in Box 3 wordt belast.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Overheidsfinanciën

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next