Home

Het nieuwe album van Nothing But Thieves klinkt als een optreden. ‘We gingen vooral voor chaos’

De Britse rockband Nothing But Thieves keert met Stray Dogs terug naar de basis: live spelen. De Volkskrant spreekt drie bandleden over hun nieuwste muziek en het allereerste begin.

is popredacteur van de Volkskrant.

‘Ze zeggen toch dat je lichaam zich iedere tien jaar helemaal vernieuwt?’, vraagt Joe Langridge-Brown (36), gitarist van de Britse rockband Nothing But Thieves, die elf jaar geleden hun eerste album uitbracht. ‘Ja, iedere cel is dan vervangen’, zegt Conor Mason (33), leadzanger van die band. ‘Ah, ik dacht al dat er iets geks aan de hand was’, zegt Dom Craik (33), gitarist en toetsenist.

We spreken de drie bandleden op het kantoor van hun label in Amsterdam, met een weids uitzicht over het IJ. Bassist Phil Blake en drummer James Price zijn er niet bij. Hoewel het populaire fabeltje over de cellen niet helemaal klopt (de cellen in je hersenen en je hartspier vernieuwen zich bijvoorbeeld niet of nauwelijks), werkt de vergelijking wel voor Nothing But Thieves. De band vernieuwt en ontwikkelt zich, maar blijft in de kern dezelfde band. Het nieuwe album Stray Dogs, dat deze week uitkomt, benadrukt dat.

Op het album keren de leden terug naar wat ze diep vanbinnen altijd zijn gebleven: een Britse rockband met veel gitaren en een livegeluid om stadions mee te vullen. Op Dead Club City, de voorganger van hun nieuwste plaat, nam de band juist een afslag naar een elektronischer geluid.

‘We zijn nog steeds dol op dat album hoor’, zegt Craik. ‘Het heeft ons als band groter gemaakt dan ooit. Maar we zijn er lang mee op tour geweest. Als je die liedjes elke avond speelt, ben je op een gegeven moment wel toe aan iets nieuws.’

Terugkeer naar de basis

Het nieuwe album is in zekere zin een terugkeer naar de basis: live spelen. Het klinkt als een liveshow: er is publieksgeluid in sommige nummers verwerkt en de liedjes zijn op een volgorde gezet die ook bij een optreden goed zou werken. Het klinkt organischer, minder verfijnd en uitgedacht. ‘We gingen vooral voor chaos’, zegt Langridge-Brown daarover.

Om dat gevoel extra op te wekken, gaf de band zaterdag drie optredens op één dag: ’s ochtends in Utrecht, ’s middags in Brussel en ’s avonds in Londen. Behoorlijk chaotisch inderdaad, maar het is ze gelukt.

Het album vernoemden ze naar zwerfhonden. ‘Die term stray dogs werd een metafoor voor mensen in onze wereld: de band, de crew, de fans’, zegt Langridge-Brown. ‘Dit hele album gaat over het vinden van authenticiteit. Wat voor ons het meest authentiek is, zijn de optredens en de mensen die we daar ontmoeten. De fysieke bijeenkomst dus, en de verbinding die dat oplevert.’

Niet té masculien

Er zit woede in het album over het gebrek aan integriteit in de wereld. Het laat zich raden waar de liedjes AI Jesus en American Confidence over gaan. Langridge-Brown: ‘De truc is om zulke klassieke rocknummers niet te masculien of te bro-achtig te maken; er zijn al genoeg van die machonummers. Daarom zingen we dit type liedje met een knipoog.’

Het machokarakter van de gitaren wordt bij Nothing But Thieves in toom gehouden door de hoge, bijna androgyne zangstem van Mason, de maatschappijkritiek in de teksten en de bezongen emoties die verder gaan dan woede alleen.

In American Confidence zit een couplet over de Amerikaanse muziekindustrie. ‘Die voelt heel anders dan in het Verenigd Koninkrijk of in Europa, veel meedogenlozer en ouderwetser’, zegt Langridge-Brown. ‘Bij dat couplet stel ik me hetzelfde personage voor als de platenbaas uit Pink Floyds Have a Cigar.’ Een enigszins kwaadaardige, geldbeluste, onoprechte man voor een muur met gouden platen dus.

Nothing But Thieves heeft heus even geproefd aan het hyperkapitalisme in hun wereldje, maar zijn er naar eigen zeggen nooit slachtoffer van geworden. Langridge-Brown: ‘Wij mogen maken wat we willen. Maar dat komt omdat we een Britse band zijn, bij een Brits label.’

Het goede moment

Bovendien stapten ze (zonder voorbedachten rade) op het goede moment in. ‘Onze eerste platendeal was meteen voor twee albums, dat is heel zeldzaam’, zegt Langridge-Brown. ‘Ons label, RCA, gaf ons meteen die zekerheid, omdat ze echt in ons geloofden. Dat zou nu nooit meer gebeuren.’

‘Nu moeten artiesten niet alleen geweldige nummers hebben, maar ook een bepaald aantal volgers op sociale media. En het liefst ook een groot livepubliek, eigenlijk’, zegt Craik. ‘Dus je bent al een behoorlijk ontwikkelde artiest, nog voordat je überhaupt het kantoor van een platenlabel binnen kan stappen. Het pad naar een platendeal is veel smaller geworden.’

‘Als wij onder deze omstandigheden onze band waren begonnen, waren we lang niet zo groot geworden, en waarschijnlijk ook niet internationaal doorgebroken’, zegt Craik. ‘Een van de redenen dat we zo groot zijn in Nederland, is dat we in 2016 in het voorprogramma van Muse stonden. Dat konden we alleen doen doordat ons label ons geld gaf voor een busje, een tourmanager en wat hotelkamers.’

Nothing But Thieves wist toen indruk te maken op het Nederlandse publiek in de Ziggo Dome, en had een doorbraakhit met Trip Switch. ‘We zijn sindsdien vooral wat onschuld en naïviteit kwijtgeraakt’, zegt Langridge-Brown. Maar onder die vernieuwde celstructuur zit dus nog steeds dezelfde band.

Nothing But Thieves, Stray Dogs, RCA/Sony. De band staat op 15 en 16/1 in de Ziggo Dome, Amsterdam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next