Justitieminister David van Weel heeft nog een kans gekregen van de Tweede Kamer. Na een verhit en moeizaam debat over de nasleep van tienduizend onbehandelde aangiften maakte hij op het einde - na meerdere oproepen - nog een keer excuses.
"Ik erken dat u het idee heeft dat mijn excuses niet oprecht waren of slechts gericht op het proces. Dat raakt me wel. Ik realiseer me nu, ook na uw inbreng, dat ik bedoeld of onbedoeld, u op het verkeerde been heb gezet of dat u zich misleid heeft gevoeld", aldus Van Weel.
De minister ging aan het einde van het debat over hoe hij is omgesprongen met de tienduizend onbehandelde aangiften nog een keer diep door het stof. Eerder op de avond had Van Weel al zijn excuses aangeboden, maar weigerde hij te erkennen de Kamer onjuist geïnformeerd te hebben over de aantallen politiezaken.
Zijn uitleg was in eerste instantie niet genoeg voor de oppositie. Partijen van links tot rechts zagen de minister enkel excuses maken voor het ontstane beeld. PRO-Kamerlid Songül Mutluer noemde Van Weel "star". Caroline van der Plas (BBB) wees de minister op de "openingen" die de Kamer hem in het debat al had geboden.
De Kamerleden van de voltallige oppositie eisten aan het einde dan ook oprechte excuses van de minister. Ook wilden zij dat de minister "expliciet" zou toegeven dat hij de Kamer op het verkeerde been heeft gezet.
De kwestie draait om een onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Het instituut concludeerde eerder dit jaar dat in 2024 tienduizend (ernstige) aangiften op de plank zijn blijven liggen. Na publicatie zei Van Weel tegen de Kamer dat de helft van de zaken geen aangiften betrof, maar meldingen.
De Rekenkamer tikte de minister deze week op de vingers vanwege deze uitspraak. Volgens de belangrijkste controleur van de regering is slechts in 10 procent van de zaken geen aangifte gedaan.
"Dat ik onvolledig ben geweest is nooit mijn bedoeling geweest. Dat moet en kan anders. En dat wil ik u ook heel graag bewijzen. En daar bied ik mijn excuses voor aan", vulde Van Weel zijn betoog aan het einde van het debat verder aan. De minister gaf ook toe dat hij dit "eerder had moeten doen". De oproepen van de Kamerleden om nog een keer goed na te denken over zijn slotwoord kwamen "echt" bij hem "binnen". Van Weel beloofde voor de toekomst beterschap.
De motie van wantrouwen, die nog werd ingediend door PVV, kreeg uiteindelijk alleen steun van FVD. Dat van Weel het zo lastig kreeg in het debat laat zien dat de oppositie machtiger is dan ooit. In soortgelijke situaties kon een bewindspersoon in eerdere jaren vaak rekenen op de steun van een meerderheidscoalitie. Als zij de rijen gesloten hielden was de minister beschermd.
De minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA heeft nu slechts 66 zetels. De Kamerleden probeerden de minister wel te verdedigen tijdens het debat, maar werden zelf ook flink onder vuur genomen. Van Weel wacht nog een flinke kluif de komende maanden als hij zijn begroting door het parlement moet loodsen.
Hij heeft nu wel het voordeel van de twijfel gekregen, maar het vertrouwen heeft wel een flinke tik gekregen. Ook heeft hij toegezegd de relatie met de Rekenkamer te gaan hertstellen.
Source: Nu.nl algemeen